Boerenleven

Achtergrond

Gevarieerd stalmenu

De foto uit 1944 laat een veehouder zien die een soort schillenkar voor zich uit duwt. In die periode kregen koeien alles voorgeschoteld wat eetbaar was.

De aanvoer van krachtvoer lag zo goed als stil en veel hooi winnen, zat er niet in. Veel boeren moesten verplicht een deel van hun grasland scheuren ten behoeve van de graanproductie voor broodgranen. Vooral zuivere weidebedrijven hadden veel last van het wegvallen van krachtvoer. Zij zaten al niet royaal in hun hooi, omdat ze dit meestal pas laat in het seizoen konden winnen. Traditioneel kochten zij daarom vrij grote hoeveelheden krachtvoer. Dat waren nog niet de uitgekiende brokken van nu, het ging meer om losse voergranen, mais en lijn- en sojakoeken.

Snoeiafval als veevoer

Begin 1900 stond Nederland na Engeland en Duitsland op de derde plaats als het ging om import van mais. Toen de import van krachtvoer tijdens de Eerste en later ook de Tweede Wereldoorlog stokte, zaten veehouders zo krap dat ze van alles voerden, tot snoeiafval aan toe. Het wekt geen verwondering dat de melkproductie daarmee niet overeind bleef.

Toch had het voertekort een positief effect: boeren zochten naar andere manieren van gras conserveren. Dat werd, met het nodige vallen en opstaan, uiteindelijk de graskuil zoals we die nu kennen.

Het winterrantsoen van koeien was vroeger nogal gevarieerd. Naast hooi en lijnkoek, kregen ze o.a. schillen, bietenkoppen, bietenloof en koolbladeren.
Foto: Misset 

Of registreer je om te kunnen reageren.