Oogst

 

Zaai en groei
Ziekten
Plagen
Oogst
Bewaring
Afzet
Uien home

Voorafgaand aan de oogst

Van groot belang voor een lange(re) bewaring is het tijdstip van spuiten van kiemremmer maleine hydrazide (MH). Deze wordt gespoten op uien met een regelmatige stand bij de eerste verschijnselen van het strijken van het blad.

 

Het spuiten van kiemremmer.

Het spuiten van kiemremmer. - Foto: Jan Willem Schouten

 

Terug naar boven ⤴


Oogsttijdstip

De weersomstandigheden bij de oogst zijn sterk bepalend voor de uiteindelijke kwaliteit. 

In de praktijk wordt onderscheid gemaakt tussen oogst, oprapen, dan direct de bewaring in ofwel het inlassen van een veldperiode. De ui wordt bij voorkeur gerooid als het gewas 100% is gestreken en 50% van het loof is afgestorven op voorwaarde dat de ui is afgerijpt: het buitenste droge vlies is geel/bruin van kleur en de nerven hebben een donkere kleur. Onderzoek geeft aan dat de opbrengst op dit tijdstip bruto 7% kleiner is dan bij een oogst die 10 tot 14 dagen later plaatsvindt. Netto is het verschil 1%. Het kwaliteitseffect is daarom de leidraad.

 

Oogsttijdstip

 

Omdat het buitenste vlies vaak is gescheurd, is het belangrijk dat het onderliggende vlies niet versmeert. Immers, des te meer vliezen in aanraking met grond komen (en dus kunnen verweren) des te moeilijker wordt het de kwaliteit te behouden.

 

Oogsttijdstip

 

De vleesrokken moeten goed aaneengesloten liggen in de hals (zie tekening).

 

Oogsttijdstip

 

Een ui, op dit tijdstip geoogst, is minder gevoelig voor kwaliteitsachteruitgang, met name als een veldperiode moet worden ingelast.

Deze veldperiode van 2 tot 4 dagen moet worden ingelast als de bewaarplaats niet geschikt is voor opslag van ‘groene’ uien. Voldoet de bewaarplaats, dan liever geen veldperiode.

In elk geval is het erg belangrijk dat de ui op boven omschreven tijdstip in de legger ligt:

  • Deze ui blijft kwalitatief beter dan een ui die later wordt geoogst;
  • De kleur blijft beduidend beter;
  • Wordt de ui te koud verwerkt, dan is de kans op glazigheid minder bij verwerking in een koude periode (Duits onderzoek);
  • De ui heeft een beduidend betere kiemrust (blijkt uit Duits onderzoek).

Omdat op deze manier veel vocht mee naar binnen wordt gebracht, moet de bewaring voldoen aan de eisen die aan het drogen en bewaren worden gesteld. Een niet goed ingerichte bewaring brengt dus met zich mee dat bewust later moet worden binnen gereden om zo minder vocht binnen te krijgen.

 

Terug naar boven ⤴


Loofverwijdering

De reden van loofverwijdering is voorkomen dat te veel vocht wordt binnen gereden en dat uien met een teveel aan loof bijna niet uit de schuur zijn te verwijderen op het moment van afleveren. De loofmaaier moet beschikken over voldoende zuigkracht, omdat het loof op het moment van oogst volledig is gestreken. De zuigkracht is altijd onvoldoende als het loof aan de buitenkant nat is.

 

Loofverwijdering

 

Voorkomen moet worden dat het loof als een natte massa in de nog te rooien uien ligt. Een zijafvoer is daarom het beste. Als toch zonder zijafvoer wordt geklapt, kan het loof het beste enige tijd worden gedroogd voor met de oogst wordt begonnen. De loofmaaier moet zo zijn afgesteld dat het loof boven de bladsplitsing wordt geklapt. Bij onregelmatige groei moet net boven de bladsplitsing van de grootste uien worden geklapt.

 

Terug naar boven ⤴


Het rooien

Bij het rooien in de legger kan bij goed weer al na korte tijd met het oprapen worden begonnen; grond, losse loofresten en vellen worden dan probleemloos uit de partij verwijderd. De kwaliteit van het rooien staat of valt met het weer. Evenals het klappen moet ook het rooien onder droge omstandigheden gebeuren.

 

Het rooien van tweedejaars plantuien in Zuidwolde (Dr.).

Het rooien van tweedejaars plantuien in Zuidwolde (Dr.). - Foto: Henk Riswick

 

Rooi- en opraapmachines moeten goed zijn afgesteld. Het is raadzaam de spijlen van de zeefketting te bekleden om beschadigingen te voorkomen. Beschadigingen maken het bijvoorbeeld de azijnbacterie erg makkelijk in de ui te komen. Ook de sporen van de koprotschimmel kunnen door deze beschadigingen bodem- en zijrot veroorzaken.

De verhouding kettingsnelheid/rijsnelheid moet 1:1 zijn. Valhoogtes van meer dan 40 centimeter moeten worden vermeden.

Grond tussen de uien in de legger geeft meer risico op verwering. Ook opdrachtige grond geeft meer verwering. Zorg ervoor dat de ui een vlakke ondergrond heeft door deze met een rol aan te drukken.

De legger moet hoger liggen dan de wielsporen. Ruggetjes direct naast de legger moeten worden vermeden, om te voorkomen dat de ui als het ware op een verdiepte plaats terechtkomt.

 

Terug naar boven ⤴


 

Zaai en groei
Ziekten
Plagen
Oogst
Bewaring
Afzet
Uien home

▲ Naar boven