Commentaar

‘Fritesoorlog is testcase voor WTO’

Oude tijden herleven. Ooit was de EU de grote boeman in de derde wereld vanwege dumping.

Afzet tegen lage prijzen van overtollige zuivel, vlees en suiker was funest voor lokale boeren. Na lange strijd en moeizame overlegrondes kwamen er afspraken binnen wereldhandelsorganisatie WTO: dumpen mag niet.

Nu is er opnieuw ophef over vermeende dumping. Colombia legt importheffingen op aan diepgevroren aardappelproducten uit Nederland, België en Duitsland. Volgens het Zuid-Amerikaanse land worden de frites daar onder de prijs verkocht.

Zuid-Amerikanen zoeken zondebok

Volgens onze aardappelverwerkers is geen sprake van dumping. Er zijn in Colombia en elders in Zuid-Amerika veel aardappelen geoogst en zijn de prijzen laag, en nu zoeken ze een zondebok voor de malaise. Nederland en België hebben de Europese Commissie ingeschakeld. Het gaat om meer dan dit ene land. Zuid-Afrika en het grote Brazilië gingen voor, wie weet wie er volgen.

Geloofwaardigheid WTO

Dumping is een gevoelige kwestie die al snel een morele lading heeft: het rijke Westen tegenover kwetsbare derdewereldlanden. Maar dat frame klopt lang niet altijd. Deelnemers aan de WTO hebben zich gebonden aan afspraken. Daar moeten ze zich aan houden. Een onderzoek door de WTO moet – liefst zo snel mogelijk – uitwijzen of de heffing mag.

Het is een testcase voor de geloofwaardigheid van de wereldhandelsorganisatie. En gezien het wereldwijd opkomende protectionisme een hele belangrijke.

Of registreer je om te kunnen reageren.