3 reacties

‘Fritesindustrie draait goed, nu akkerbouw nog’

De sterk groeiende fritesindustrie biedt Nederlandse akkerbouwers kansen om meer aardappelen te telen. Of die teelt uiteindelijk rendabel is, blijft net zo onzeker als het altijd al was.

De laatste jaren ziet de fritesindustrie in Noordwest-Europa kans om wereldwijd steeds meer af te zetten. Ze heeft fors in uitbreiding van de capaciteit geïnvesteerd. Biedt dit ook kansen voor de akkerbouwers in Nederland? Dit lijkt een logische veronderstelling. Voor de teelt op zich klopt dat ook. Voor de groeiende verwerking is natuurlijk meer grondstof nodig en dus kan het areaal fritesaardappelen groeien. Dat is met name goed nieuws voor de fritesaardappeltelers in Nederland en België, want vooral daar groeit de industrie en men haalt de aardappelengraag zo dicht mogelijk bij de fabriek.

‘De groei van de grondstofbehoefte is alleen dan gunstig als de groei van het areaal gelijke tred houdt’

Voor de telers is het uiteindelijke financiële rendement van de teelt het belangrijkste criterium. De hoogte van de opbrengstprijs van de aardappelen wordt bepaald door de relatie tussen vraag en aanbod op de markt. Over welke markt gaat het dan? De Nederlandse Akkerbouw Vakbond (NAV) stelt vast dat de prijs van de fritesaardappelen in Nederland sterk afhankelijk is van de situatie op de markt in de EU-5 (België, Frankrijk, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Nederland). De groei van de grondstofbehoefte is alleen dan gunstig als de groei van het areaal gelijke tred houdt. Als het areaal iets langzamer zou groeien dan de behoefte kan dat positief zijn voor de prijs, maar te snelle groei van het areaal kan de prijs negatief beïnvloeden.

Gevolgen voor Nederlandse akkerbouwer

Eigenlijk helemaal niks. Het aantal hectares aardappelen dat een individuele teler teelt, heeft geen enkele invloed op het areaal in de EU-5. En op het moment dat hij zijn pootgoed aankoopt of zijn aardappelen poot, heeft hij nog geen enkel idee wat zijn collega’s doen. Pas in de loop van de zomer wordt duidelijk wat het areaal is en dan zijn het alleen nog de weersomstandigheden die invloed op de uiteindelijke opbrengst hebben. Zo lang we in de akkerbouw geen afspraken willen en mogen maken over het aanbod blijft het beeld: telen met een blinddoek voor en hopen op een goede afloop.

Voor de groeiende verwerking is meer grondstof nodig en dus kan het areaal fritesaardappelen groeien, aldus Keimpe van der Heide. Foto: Henk Riswick
Voor de groeiende verwerking is meer grondstof nodig en dus kan het areaal fritesaardappelen groeien, aldus Keimpe van der Heide. Foto: Henk Riswick

Beeld voor seizoen 2017/2018

De NEPG (Northwest European Potato Growers) verwacht dat het areaal groeit met 3,6% naar circa 572.000 hectare. Omdat de aardappelen in de gehele EU-5 redelijk op tijd onder goede omstandigheden in de grond zijn gekomen, lijkt in ieder geval een opbrengst op het niveau van het langjarig gemiddelde (46,5 ton/hectare) redelijk. Dat zou kunnen leiden tot een oogst van in totaal 26,5 miljoen ton. De ervaringen van de afgelopen jaren leren dat het kantelpunt voor kostendekkende prijzen met de toenemende verwerking is meegegroeid en nu op 23,5 tot 24 miljoen ton ligt. Wat kunnen we hieruit afleiden? De aardappelen zitten nog maar net in de grond en hebben nog een heel groeiseizoen voor zich. Er is dus nog geen enkele reden om overhaaste conclusies te trekken. Het beeld voor 2017 toont wel aan dat de omvang van het huidige areaal in Noordwest-Europa wel een risico is om tot kostendekkende prijzen te komen, vooral voor telers die hun aardappelen vrij of in poolverband telen.

‘Vaste-prijscontracten op kostendekkend niveau bieden zowel voor de teler als de industrie meer zekerheid’

Gevolgen voor contractteelt

Aardappelen kunnen natuurlijk ook op contract geteeld worden. Dat biedt de teler meer zekerheid. Alleen zijn de meeste contracten nog niet op kostprijsniveau. Die situatie is de laatste jaren wel verbeterd. Als de industrie de contractprijzen nog eens met zo’n 20% zou verhogen wordt het voor de teler ook aantrekkelijk. Dan hebben we een win-winsituatie. De teler heeft een redelijke zekerheid dat zijn teelt rendabel is. Hij kan dan investeren in kwaliteit en duurzaamheid. De industrie heeft een redelijke zekerheid over zijn grondstofvoorziening en kan op grond daarvan ook plannen en investeren. Er zal ook altijd ruimte blijven voor telers die hun aardappelen vrij willen verkopen, omdat er ook industrieën zullen blijven die een deel van hun grondstof op de vrije markt willen inkopen en er ook aardappelen nodig blijven voor de export.

De uitdijende fritesindustrie in de EU-5 biedt Nederlandse akkerbouwers kansen om meer aardappelen te telen. Of die teelt uiteindelijk rendabel is, blijft net zo onzeker als het altijd al was. Daar verandert een groeiende fritesindustrie helemaal niets aan. Vaste-prijscontracten op kostendekkend niveau bieden zowel voor de teler als de industrie meer zekerheid.

Laatste reacties

  • pinkeltje

    "Vaste prijscontracten op kostendekkend niveau bieden zekerheid" "De teler heeft een redelijke zekerheid dat zijn teelt rendabel is."
    Nooit geweten dat kostendekkend de definitie is van rendabel. Dacht dat kostendekkend de definitie is van net niks verdienen? Of werkt de fritesindustrie ook tegen kostprijs?

  • ...............

    Alleen de agrariërs mogen/moeten tegen kostprijs werken of liever er net iets onder. Als het winstgevend was geweest dan waren de grote multinationals er zelf wel ingesprongen.

  • new kids

    Zoek de definitie op van kostprijs, bepaal wat jouw kostprijs is en wat er volgens jou onder valt. Als al jouw punten meegenomen zijn in je kostprijs dan is elke winst daarboven positief te noemen.
    Bij mij valt arbeid (ook eigen) onder kostprijs. En dat is geen 5€ per uur waar mee gerekend moet worden.

Of registreer je om te kunnen reageren.