3 reacties

'Zesde nitraatprogramma: verdrinkt de akkerbouw in troebel water?'

De verbetering van de waterkwaliteit is kleiner dan op grond van de inspanningen in de landbouw mag worden verwacht. Onderzoek moet uitwijzen wat de werkelijke emissie is vanuit de akkerbouw, vindt de NAV.

In de Kamerbrief van staatssecretaris Van Dam worden de contouren van het zesde nitraatprogramma zichtbaar. Er wordt grotendeels voldaan aan gestelde doelen voor de grondwaterkwaliteit (N < 50 mg/l) en slechts gedeeltelijk aan de oppervlaktewaterkwaliteit. De Commissie Deskundigen Mest (CDM) stelt dat er de afgelopen tien jaar weinig verbetering is gerealiseerd. Van Dam noemt het afvlakking.

Gezien de inspanningen van de landbouw is dit een trieste constatering. Er moeten dus ook andere zaken zijn die het water vertroebelen. Naast de landbouw wordt de bijdrage van rioolwaterzuiveringsinstallaties, riooloverstorten, kwelwater en depositie vanuit de atmosfeer aan N- en P-concentraties in het water geschat op 30-40%. De NAV vindt het van groot belang dat door onderzoek eerst de werkelijke emissie vanuit de akkerbouw wordt bepaald.

Problemen met huidige systematiek

De NAV ziet een aantal problemen met de huidige systematiek van meten en modelleren, waar de nitraatprogramma’s aan worden opgehangen:

  1. Het landelijk meetnetwerk mest (LMM) meet grondwaterkwaliteit rond de wortelzone en in bedrijfssloten, maar hierbij wordt de invloed van andere bronnen meegenomen.
  2. Bij grondwatermetingen meet Nederland minder diep dan andere landen, waardoor de gehaltes hoger zijn. De EU norm van ‘minder dan 5 meter diep’ moet nader worden gespecificeerd.
  3. De waterschapsmeetpunten voor de Kader Richtlijn Water (KRW) liggen te ver benedenstrooms, waardoor ook bijdragen van andere bronnen meewegen.

De nitraatprogramma’s worden gemonitord en onderbouwd met modellen. Deze gebruiken een grote variatie aan parameters, waarbij de uitkomsten van het ene model inputgegevens voor het andere model zijn. Er ontstaat nu een grote diversiteit aan uitkomsten met veel te veel onzekerheden. De modellen worden getoetst middels veldmetingen. In 2014 is met het Stone-model de impact van het vijfde nitraatprogramma gemodelleerd voor 2027 (einde KRW). De N- en P-concentratie zouden slechts met enkele procenten afnemen. Een opmerkelijk resultaat, daar juist de N- en P-normen zijn aangescherpt in dit programma.

Goede landbouwpraktijk

Kloppen de modellen niet, of is dit ook al een bevestiging van de optredende afvlakking van de N- en P-concentraties, dus van gelijkblijvende landbouwvreemde emissie?! Kortom, bij een ‘goede landbouwpraktijk’ behoort ook het juist ontrafelen van de bijdragen van buiten de landbouw, het opstellen van de goede KRW-normstellingen, het optimaliseren van de meetnetwerken en het finetunen van de toegepaste modellen. De akkerbouw kan immers niet oplossen wat men niet veroorzaakt!

De NAV ondersteunt maatwerk middels lokaal inzoomen. Van Dam wil met gebruiksvoorschriften, precisiebemesting, gewasrotatie en teeltmaatregelen de doelen van het mestbeleid realiseren. Ingrijpen in de gewasrotatie en teelten is volgens de NAV geen goede landbouwpraktijk. Hiermee wordt de akkerbouwer onevenredig zwaar geraakt in zijn bestaansmogelijkheden. De NAV is voor een goede mix van de teelt van goede vanggewassen, groenbemesters en precisiebemesting, om de doelstelling te halen. Ook kan door verdere optimalisatie van kantstrooiers voor (kunst)mest nog het nodige worden bereikt.

Verhogen fosfaatvrije voet

Tegelijkertijd dreigen er voor de planten tekorten van N en P te ontstaan. De NAV pleit voor behoud van de opbrengstvariabele biet- en frietregeling, invoeren van de voorgestelde equivalente maatregelen en het verhogen van de grens voor P-klasse ‘laag’ van Pw35 naar Pw45. Ook is essentieel dat het toepassen van organische stof wordt bevorderd, door het verhogen van de fosfaatvrije voet voor deze producten. Zo kan de mestwetgeving ook een rol spelen bij tegengaan van klimaatverandering: meer organische stof geeft meer CO2-binding.

Laatste reacties

  • Zuperboer

    Super, gewoon nuchter nadenken en op basis hiervan beleid maken en aanpassen. De enige juiste aanpak.

  • farmerbn

    Het grootste probleem in NL zijn de riooloverstorten. De meerderheid van de mensen zijn aangesloten op het riool. Als die lekken of men zuivert niet goed genoeg dan komen er teveel mineralen in de natuur. De landbouw mag daar niet op afgerekend worden. Ik pleit voor onderzoek door een onafhankelijk buitenlands bedrijf.

  • oorspronkelijk

    ook dat probleem moet aangepakt riooloverstort
    maar je moet toch minstens van de partij van de dieren zijn om de vervuiling door dieren minder zwaar te wegen dan door mensen.
    iedereen moet zijn steentje bij dragen
    ook de vernieuwde steenkolen centrales
    van milieu beleid heeft dit kabinet geen kaas
    laat gods water over gods land lopen
    overstorten gebeurt alleen bij overvloedige regenval
    het verdunningseffect maakt het minder zwaar
    er word al gewerkt aan gescheiden systemen

Of registreer je om te kunnen reageren.