Commentaar

'Eén aardappelnotering is beter'

In de aardappelhandel worden stappen gezet richting één landelijke aardappelnotering. Dat is een belangrijke ontwikkeling die toejuiching verdient.

De aardappelhandel en -verwerking is in toenemende mate internationaal. Drie organisaties (NAO, LNCN en Vavi) willen in het komende seizoen een proef starten met de nieuwe notering. Zij nemen het voortouw, waar in breder verband eerder geen overeenstemming werd gevonden. Vanuit de beurs van Goes, gelieerd aan ZLTO is er nog weerstand.

Er zijn nu nog drie noteringen: Rotterdam, Goes en Emmeloord, waarbij de eerste vooral op de handel gericht is en de andere telersprijzen verwerken. Deze diversiteit past niet meer bij de huidige grootschalige, grensoverschrijdend opererende (frites)aardappelsector.

Prijsrisico's afdekken

Met name is er behoefte aan een goede input voor de zogeheten cashsettlementprijs, dat is de prijs die de waarde van een termijncontract op het moment van afloop bepaalt. In de praktijk is een groeiende behoefte aan een goed werkende termijnmarkt als middel om prijsrisico’s af te dekken.

De weerstand tegen één notering is aan de ene kant begrijpelijk. Er zijn verschillen tussen Noord en Zuid qua markt. Ook is in theorie één prijsnotering een concentratie van marktmacht. Daarom is het van groot belang dat alle marktpartijen vertegenwoordigd zijn bij de vaststelling van de notering. Er moet vertrouwen zijn.

Of registreer je om te kunnen reageren.