Akkerbouw

Achtergrond 2 reacties

Omschakelen naar biologisch maakt teler enthousiast

Na een pauze van zo’n 25 jaar, waarin in het Zuidwesten nauwelijks akkerbouwers omschakelden van een gangbare naar biologische bedrijfsvoering, groeit de laatste jaren de animo in deze regio om deze stap te nemen.

In het kort:

  • Zeeland loopt achter in omschakelen naar biologisch
  • ‘Door omschakelen vinden boeren passie in werk terug’
  • Hoe meer bioboeren in de regio, hoe soepeler de afzet

Het aantal in omschakelen geïnteresseerde akkerbouwers is in 2020 ten opzichte van vorig jaar verdubbeld, merkt onderzoeks- en adviesbureau Delphy. Massaal is het met 10 omschakelaars en 10 serieus geïnteresseerden natuurlijk niet te noemen, maar een trend is zeker waarneembaar.

Het Zuidwesten heeft – zeker vergeleken met Flevoland – een inhaalslag te maken; de regio telt nu 60 tot 70 biologische akkerbouwers en met 1,5% biologische akkerbouw bungelt Zeeland onderaan het lijstje biologische provincies. Terwijl het een grote akkerbouwprovincie is. Op dit kleine aantal zijn de 20 ondernemers die nu met omschakelen bezig zijn wel veel.

Flevoland koploper biologische provincies

Gemiddeld boert 5% van de akkerbouwers in Nederland biologisch. Koploper in ‘biologische provincies’ is dus Flevoland, waar 12,5% van de akkerbouwers biologisch boert. Dat heeft een vliegwieleffect in de regio. Als collega’s het succes van een omschakelaar aanschouwen, zijn ze eerder geneigd om ook over de stap na te denken. Dat is dan ook een van de redenen dat het in Zeeland niet zo vlot, weet Anthon Bom, adviseur biologische landbouw bij Delphy.

De biologische akkerbouw-dichtheid is in Zeeland zeer klein. “Een paar uitzonderingen daargelaten, zitten de biologische akkerbouwbedrijven zo 30 kilometer uit elkaar. Dan heb je niet zo snel contact als wanneer je een biologische buurman bij jou aan de weg hebt, wat je in Flevoland vaak ziet. Je moet dus meer moeite doen om aan informatie te komen”, zegt Blom.

Tekst gaat verder onder de foto.

Akkerbouwer Dick Harinck bekijkt de stand van de rode zaaiuien met Anthon Bom (rechts), adviseur biologische landbouw van Delphy. Harinck is een van de Zeeuwse akkerbouwers die bezig is met omschakelen naar biologisch. - Foto's: Peter Roek
Akkerbouwer Dick Harinck bekijkt de stand van de rode zaaiuien met Anthon Bom (rechts), adviseur biologische landbouw van Delphy. Harinck is een van de Zeeuwse akkerbouwers die bezig is met omschakelen naar biologisch. - Foto's: Peter Roek

Afzet een obstakel

Afzettechnisch is dit ook een obstakel. Afnemers rijden het liefst langs een paar ondernemers bij elkaar in de buurt om de vrachtwagen te vullen met verschillende producten. Dat kan in het Zuidwesten nog niet. “Gunstig is wel de ligging bij de havens in Rotterdam en Vlissingen”, zegt Bom. “Als het productaanbod toeneemt, kan daarvan gebruik worden gemaakt.”

De beperkingen ten aanzien van beregenen, spelen Zeeuwen ook parten in omschakelingssnelheid. Voor groenteteelten is dat vaak een voorwaarde. Aan oplossingen voor het zoetwatergebrek wordt volop gewerkt, zoals druppelirrigatie vanuit zoetwaterbronnen.

Bom noemt ook de mentaliteit van Zeeuwen als reden om terughoudend te zijn met omschakelen. “Zeeuwen zijn doorgaans conservatiever dan boeren in Flevoland. Flevolanders hebben ooit al een grote stap gemaakt door zich daar te vestigen. De gebiedsindeling speelt ook een rol. Zeeuwen zijn de laatste tientallen jaren druk geweest met schaalvergroting door kleine bedrijven die stopten op te kopen. Dat gaat daar veel makkelijker dan in Flevoland, waar bedrijven veel groter zijn. Nu die schaalvergroting is gerealiseerd, zoeken ondernemers andere manieren om hun bedrijf een impuls te geven. Omschakelen naar biologisch kan een manier zijn. Dat zien Zeeuwen ook in Flevoland, waar succesvolle biologische bedrijven zitten. Maar dat is zeker niet voor iedereen weggelegd.”

‘Biologisch telen moet je echt willen’

Bom is dan wel adviseur biologische landbouw, promotor is hij zeer zeker niet. “Financieel economisch is een biologische bedrijfsvoering niet per se beter dan de gangbare bedrijfsvoering”, legt hij uit. “Je moet eruit halen wat erin zit, door nieuwe markten aan te boren en intensief met de teelten om te gaan. Dit moet je echt willen.”

Passie is heel belangrijk in de landbouw, want het werk vraagt veel van je

Biologische boeren moeten zich dieper in de keten bewegen en actiever in de markt zijn dan gangbare telers, die vaak via tussenhandel hun productie verkopen. Dat kan juist een motivatie zijn voor omschakeling. Je hebt zelf meer invloed, wat een beroep doet op ondernemerschap.

Soms zijn agrarisch ondernemers wat ingekakt door onder andere de toename van regelgeving. “Mensen worden een beetje murw”, merkt Bom. “Het gebruik van onder meer gewasbeschermingsmiddelen en kunstmest wordt steeds verder ingeperkt. Op de oude voet verdergaan kan niet. In het biologische segment ga je op zoek naar nieuwe mogelijkheden, via bodemgezondheid, resistente gewassen en een ander bouwplan met meer variatie. Dat zorgt voor nieuw enthousiasme. Je wordt weer meer gewaardeerd, zowel financieel als maatschappelijk. Daar worden boeren blij van. Zij vinden de passie voor hun werk weer terug. En passie is heel belangrijk in de landbouw, want het werk vraagt veel van je. Zonder passie kom je de lange werkdagen niet door.”

Ga gesprek aan met biologische telers

Gangbare boeren zijn vaak sceptisch over hun biologische collega‘s, merkt Bom. “Ik weet niet precies waardoor dat komt. Ja, de prijzen zijn hoger, maar je hebt intussen wel 30 man aan het werk. En ja, ook in de biologische landbouw gaat er wel eens wat mis. Als phytophthora uitbreekt, sta je met je handen in het haar. Een gangbare collega kan de teelt met de landbouwspuit redden. Tegen de sceptici zou ik willen zeggen: ga dan vooral het gesprek eens aan. Inzicht leidt vaak tot begrip.”

Tekst gaat verder onder de foto‘s.


  • Dick Harinck (38) uit Kloetinge (Zld.) zit in omschakeling naar biologisch. "Ik krijg leuke reacties uit de omgeving." Hij boert op 50 hectare, waarvan 35 hectare al is omgeschakeld naar biologisch. Zijn bouwplan is 1:7.

    Dick Harinck (38) uit Kloetinge (Zld.) zit in omschakeling naar biologisch. "Ik krijg leuke reacties uit de omgeving." Hij boert op 50 hectare, waarvan 35 hectare al is omgeschakeld naar biologisch. Zijn bouwplan is 1:7.

  • Akkerbouwer Harinck bij zijn splinternieuwe Treffler-wiedeg. Investeringen in mechanisatie hakten er financieel het meest in.

    Akkerbouwer Harinck bij zijn splinternieuwe Treffler-wiedeg. Investeringen in mechanisatie hakten er financieel het meest in.

‘In een biologische bedrijfsvoering kan ik ondernemen en innoveren’

Dick Harinck (38) uit Kloetinge (Zld.) zit in zijn vijfde seizoen in omschakeling naar biologische akkerbouw. Volgend jaar is dat proces afgerond. “Lekker dat het einde in zicht komt”, vindt hij.

Waarom hij deze stap maakt? “Om drie redenen”, legt Harinck uit. “Ten eerste geloof ik er heilig in dat de traditionele gangbare bedrijfsvoering niet toekomstbestendig is. De maatschappelijke druk om met minder gewasbescherming en kunstmest te boeren, neemt terecht alleen maar toe. En gangbare boeren zitten vaak gevangen in het bedrijf. Het is erg lastig om van het traditionele bouwplan af te stappen, omdat de Nederlandse akkerbouw enorm op export is gefocust. Afzet voor andere gewassen is daardoor lastig op grote schaal te regelen.”

De wereld verschuift de biologische kant op, ziet Harinck. Zijn wens om fulltime thuis te werken en daarvoor zijn baan in de civiele techniek op te zeggen, brengt hem bij de tweede reden: “Ons bedrijf omvat 50 hectare, wat te klein is om er op een gangbare manier volledig je brood mee te verdienen, plus dat ik niet met chemie wil werken. Ook kun je in een biologische bedrijfsvoering als boer goed je ei kwijt, de derde reden. Je bent intensiever met je gewassen bezig, je komt toch vaker op je percelen. Dus ik wilde de boerderij graag overnemen, maar dan wel met een biologische bedrijfsvoering.”

Bouwplanswitch
Hij switcht van een bouwplan met suikerbieten, tarwe, uien en aardappelen naar een 1 op 7-bouwplan (en hopelijk op korte termijn naar 1 op 8 of 9) met rode zaaiuien, gele plantuien, aardappelen, pompoenen, wortelen, rode bieten, bruine bonen, een proefveld kikkererwten en grasklaver als rustgewas. Het grootste deel is al bio; 35 hectare. De ‘magere jaren’ die omschakelen met zich meebrengen, vallen Harinck enigszins mee. “We hebben maximaal gangbare hoogrenderende gewassen geteeld en het eerste omschakeljaar van een perceel met suikerbieten of vlas ingevuld, dat scheelt. We hebben geluk gehad met twee relatief goede aardappeljaren. Dat geeft wat vet op de botten.”

Het omschakelen van de mechanisatie hakt er financieel het hardst in, merkte de ondernemer. “Je moet je inboedel bijna volledig vervangen of aanpassen. We hebben zoveel mogelijk tweedehands gekocht en zelf geknutseld, maar je komt niet onder nieuwe aankopen uit. Een goeie onkruideg bijvoorbeeld, een hoekschoffelmachine en een ecoridger. Dat konden we met eigen middelen doen.”

Beregenen uit bassin
De volgende uitgave die voor deze zomer op de planning staat, is een bassin van ongeveer 6.500 kuub om zoet water in op te vangen. “We kunnen hier niet beregenen, het water is te zout. Beregenen is steeds vaker nodig om de gewasopkomst te sturen, heel belangrijk voor onder andere een goede onkruidbestrijding. Ik denk dat ik het water met een nevelboom ga verspreiden.”

De afzet verloopt heel anders dan voorheen. “Voor bijna elk gewas een andere afnemer. Ik ben blij dat ik dat geregeld heb, want door afgenomen vraag is de afzet lastiger dit jaar. Ik ben heel dankbaar voor de betrouwbare afnemers die ik heb en wil daar graag een langdurige relatie mee opbouwen. Misschien moet ik het bouwplan aanpassen met gewassen als suikermais en kool. Of een extra blokje tarwe of quinoa, daar is ook wel vraag naar. Het moet ook allemaal nog te doen zijn, ik heb namelijk ook nog een jong gezin dat aandacht verdient.”

Sprong in het diepe
Zo’n sprong in het diepe neem je niet zomaar. Harinck had veel aan collega’s die hem voorgingen. “Ik ben veel wezen kijken bij biologische akkerbouwers en heb bij Dyanne Schrauwen in Zevenbergen een seizoen stage gelopen. Daar heb ik heel veel aan gehad. Ook heb ik me gelijk aangesloten bij de vereniging van bioboeren zuidwest in onze regio. Dat was leerzaam; elke twee weken meekijken bij een bedrijf. Daarbij werd alles open en eerlijk besproken.”

Gangbare collega’s reageerden aanvankelijk vaak wat cynisch, vertelt Harinck. “Toen we net begonnen met omschakelen werd er wel een beetje lacherig gedaan, maar nu merk ik dat er zeker wel oprechte belangstelling is voor wat wij hier doen. Dat conservatieve is een beetje Zeeuws. Maar als er één schaap over de dam is, volgen er meer. Dat zie je in andere gebieden ook.”

Wat Harinck betreft mogen er meer bioboeren bijkomen in Zeeland, al betwijfelt hij of het zo’n vaart zal lopen. ”De rest van het gezin moet er ook achter staan. Gelukkig zijn hier in de buurt afgelopen jaar drie collega’s begonnen met omschakelen. Dat is mooi, want zo kunnen we wellicht de conserventeelt gaan aanbieden. Voor een paar hectare komt de oogsttrein immers jouw kant niet op.”

Biologisch telen geeft Harinck veel voldoening. “Je bent aan het ondernemen, met afzet bezig, aan het innoveren. Komend seizoen gaan we het ploegloze systeem een kans te geven, wat ook weer investering vraagt. Je krijgt ook hele leuke reacties uit de omgeving. Je staat vaker op het land en dan stopt ineens een fietser of wandelaar met vragen over die nieuwe gewassen en teeltwijze. Dat is echt mooi.” Hij vroeg onlangs zijn vader nog of hij spijt heeft van zoons beslissing om biologisch te gaan boeren. Harinck: “Dat ik het niet twintig jaar eerder heb gedaan, zei hij treffend.”

Vakmanschap goed combineren met management

De laatste 20 jaar ging het bioboeren doorgaans redelijk voor de wind, vooral waar vakmanschap goed wordt gecombineerd met management. “Dat zien we in de gangbare akkerbouw net zo.” Een beetje wrang is het wel dat net in deze periode van Zeeuwse bio-revival de afzet wat stagneert. “De markt voor biologische producten verloopt niet zo soepel als een jaar of drie geleden, maar hierin zien we altijd golfbewegingen”, registreert Bom. “We zitten nu in een moeilijker periode, omdat omschakelen in omringende landen door overheden wordt gestimuleerd. Onder meer in Duitsland, onze voornaamste afzetmarkt. Ik denk dat groeiende consumptie – jaarlijks 5 tot 6% in Noordwest-Europa – weer voor balans gaat zorgen. Je in de afzetmarkt onderscheiden met hogere eisen kan ook helpen. Zo blijf je uit de bulkmarkt, die ik op lange termijn wel voorzie voor het biologisch segment. Zo’n keurmerk, wat we in Duitsland veel zien, is iets wat de sector zelf moet ontwikkelen.”

Het ministerie gaf onlangs aan harder te gaan werken aan bekendheid van het biologisch keurmerk onder consumenten. Dat kan afzet een impuls geven.

Minder vertrouwde gewassen kiezen

De hardste klappen vallen nu in de makkelijker, minder arbeidsintensieve groente, zoals ui en peen. Dit zijn gewassen die snel worden gekozen door omschakelaars, omdat ze er bekend mee zijn. Bom: “De volgende stap is producten in je bouwplan opnemen die minder vertrouwd zijn. Kool is altijd een goed betaald gewas. Of denk eens over aardbeien. Hoe moeilijker te telen, hoe meer je eraan kunt verdienen.”

Brengt ons op de volgende uitdaging in biologisch boeren: arbeid. Robotisering is de oplossing voor de personeelskrapte in de biologische sector. Dat gaat een vlucht nemen zodra de machines praktijkrijp zijn. Wanneer het zover is, durft Bom niet te zeggen. “Ik hoop dat we binnen een paar jaar robots op het veld in actie zien. De techniek ontwikkelt zich heel snel, maar moet ook aan de veiligheidseisen voldoen. Ze bewegen zich immers onbeheerd op het land. Dat vertraagt de intrede.”

Omschakelen duurt minstens twee jaar. Je moet je grond klaarstomen voor de biologische teelt, vaak met saldotechnisch onaantrekkelijke gewassen als grasklaver. In die twee jaar mag je je productie nog niet als biologisch vermarkten.

Delphy investeert op diverse manieren in de kennisontwikkeling en kennisimplementatie van de biologische akkerbouw, onder meer met de in 2019 opgerichte studieclub voor omschakelaars en het BioCafé, waarin gedurende het groeiseizoen tweewekelijks teeltactualiteiten worden uitgewisseld.

Delphy brengt met de ondernemer in kaart welke praktische veranderingen er komen en wat de financiële gevolgen zijn. Kun je het gat van die twee jaar waarin je minder inkomsten hebt met eigen middelen dichten of moet je met de bank om tafel over bijvoorbeeld groenfinanciering. “Je moet de boel toch draaiend houden met je gezin. Het plan ketst meestal niet af op geld, of je moet al heel zwaar gefinancierd zitten. Bovendien is het gat met vijf of zes jaar vaak redelijk gedicht, dankzij de betere financiële situatie in een biologische bedrijfsvoering.”

Laatste reacties

  • agratax(1)

    Het al dan niet omschakelen naar Biologisch, dient in mijn ogen maar 1 doel, nl. een betere toekomst voor de boer opleveren. Hiermee bedoel ik minder druk vanuit de politiek en een beter inkomen. Wordt dat de boeren niet gegund omdat de progressieve politiek van mening is dat Voedselzekerheid anno 2020 niet van belang is dan zal deze omschakeling voor de boer weinig meer opleveren dan veel extra zorgen in een maatschappij waar de meest consumenten helaas alleen op prijs kunnen kopen omdat hen de middelen ontbreken om de kostendekkende prijs voor hun eten te betalen. Hier komt nog bij dat Nederland de Vrije Wereld Markt nooit zal opgeven en dus ook nooit de grenzen kan sluiten voor importvoedsel uit goedkoopte landen. Allemaal ingredieenten om de boer te dwingen onder de kostprijs te produceren.

  • Alco

    Het is de gesubsidieerde weg om de landbouw uit Nederland te laten verdwijnen.

Of registreer je om te kunnen reageren.