Akkerbouw

Achtergrond

Zo beheers en bestrijd je aaltjes

BO Akkerbouw laat met video’s maatregelen zien aan telers om M. chitwoodi en M. fallax (Mcf)-aaltjes te beheersen en te bestrijden. Belangrijk zijn een slim bouwplan, resistente groenbemesters en inundatie.

Grond besmet met wortelknobbelaaltjes Meloidogyne chitwoodi en Meloidogyne fallax is een probleem in de teelt van aardappelen, peen, schorseneer, erwt, dahlia en gladiool. Voor pootgoed en voortkwekingsmateriaal, zoals bloembollen, boomkwekerijgewassen en vaste planten, waarin M. chitwoodi of M. fallax (Mcf) wordt aangetroffen, geldt in de EU de quarantainestatus.

Pootgoedpartijen, die besmet zijn met deze aaltjes, verliezen de pootgoedstatus. “Dat betekent een forse afwaardering met afzet van besmet pootgoed als consumptieaardappelen of veevoer en dat kost veel geld”, zegt Klaas Schenk, akkerbouwer en voorzitter van de stuurgroep Plan van Aanpak Meloidogyne chitwoodi en fallax (zie kader Plan van aanpak sector helpt in strijd tegen Mcf-aaltjes). Voortkwekingsmateriaal dat is besmet met Mcf-aaltjes mag niet meer als zodanig worden verhandeld. Ook dat kost geld.

Telers laten zich graag informeren over toepassing van groenbemesters. Zoals het inzaaien van chitwoodi resistente bladrammenas om dit aaltje te kunnen beheersen in een slim bouwplan. - Foto: Mark Pasveer
Telers laten zich graag informeren over toepassing van groenbemesters. Zoals het inzaaien van chitwoodi resistente bladrammenas om dit aaltje te kunnen beheersen in een slim bouwplan. - Foto: Mark Pasveer

Door gewijzigd NVWA-beleid en klimaatverandering neemt de kans op verspreiding en het aantonen van Mcf-besmettingen toe (zie kader Meer risico op vinden Mcf-besmette percelen). “Niks doen is daarom geen optie”, stelt Thea van Beers, onderzoeker Plant bij Agrifirm Innovation Center en lid van de stuurgroep PvA Mcf. “We moeten alles uit de kast halen om pootgoed en voortkwekingsmateriaal te telen op Mcf-vrije gronden en om gewassen zonder schade te kunnen blijven afzetten.”

Plan van Aanpak sector helpt in strijd tegen Mcf-aaltjes

De sector stelde het Plan van Aanpak Meloidogyne chitwoodi en fallax op, omdat er nog veel niet bekend is over deze twee wortelknobbelaaltjes en hoe telers verspreiding en schade kunnen voorkomen. “Het Plan van Aanpak helpt om verdere verspreiding van Mcf te voorkomen en om de continuïteit van de pootgoedteelt te borgen. We ontwikkelen beheersingsmethoden en maken die bekend in de sector. Ook doen we onderzoek en valideren praktische beheersmaatregelen”, zegt voorzitter van de stuurgroep Klaas Schenk.

“Er is een communicatieprogramma opgezet om telers te stimuleren om actie te ondernemen om Mcf-aaltjes te beheersen en te bestrijden. We hebben acht video-documenten gemaakt, die telers praktische handvatten bieden om Mcf-aaltjes aan te pakken.” De video’s zijn te bekijken op het YouTube-kanaal van de Brancheorganisatie Akkerbouw.

Bemonster de grond

“Mcf-besmettingen ontdekken in het veld is erg lastig, want zelfs een zware besmetting geeft nauwelijks een verminderde gewasgroei. Je ziet niets aan het gewas, ook geen valplekken, zoals bij besmettingen met aardappelmoeheid of vrijlevende wortelaaltjes”, vertelt Peter Boutkan, planner uitgangsmateriaal van Agrico. “Vaak zie je het alleen aan knobbels op besmette aardappelen na het rooien. Maar ook knollen zonder afwijkingen kunnen toch besmet zijn met chitwoodi. In de praktijk laten Mcf-aaltjes zich lastig vinden.”

Het advies is om in het veld de schop onder onkruid, zoals straatgras, of onder het gewas te zetten en het wortelstelsel ervan te bekijken. “Als er knobbels op zitten, geeft dat een indicatie voor aanwezigheid van M. chitwoodi of M. fallax”, zegt Van Beers.

Bemonster de grond bij verdenking van Mcf-besmetting. De Melo Intensieve bemonstering, uitgevoerd voor half november na de teelt van aardappelen, peen of een andere Mcf-waardplant, geeft de grootste trefkans. - Foto: Diederik van der Laan
Bemonster de grond bij verdenking van Mcf-besmetting. De Melo Intensieve bemonstering, uitgevoerd voor half november na de teelt van aardappelen, peen of een andere Mcf-waardplant, geeft de grootste trefkans. - Foto: Diederik van der Laan

Ook historische informatie over Mcf-besmettingen is belangrijk voor inschatting van risico’s voor het betreffende perceel. Egbert Schepel, aaltjesexpert van Hilbrands Laboratiorium (HLB), adviseert om percelen voor vermeerderingsgewassen sowieso regelmatig te controleren. “Want er worden ook besmettingen gevonden op percelen, die telers zelf niet als verdacht zien”, weet Schepel.

Grond bemonsteren is een belangrijke methode om Mcf-besmettingen vroegtijdig op te sporen. De Melo Intensieve bemonstering werkt daarin het beste. Een biotoets geeft de grootste trefkans. “Bemonster voor half november na de teelt van aardappelen, peen of een andere Mcf-waardplant, dan is de kans om Mcf te vinden het grootst en weet je ook of het chitwoodi of fallax is en waar de besmetting precies zit op het perceel. Dan kun je beheersmaatregelen afstemmen op besmette stroken en bijvoorbeeld geen pootgoed telen op deze stroken”, zegt Van Beers.

Meer risico op vinden Mcf-besmette percelen

“Vorig jaar is het NVWA-beleid gewijzigd, waardoor de kans dat telers te maken krijgen met vondsten van Mcf groter is dan voorheen”, zegt Thea van Beers, onderzoeker bij Agrifirm Innovation Center. “In het nieuwe beleid is de survey uitgebreid en is de PCR-toets verplicht. In 2018 onderzocht de NWVA nog 210 partijen pootgoed, maar vanaf 2019 is dat al uitgebreid naar 1.420 partijen ofwel gemiddeld één pootgoedpartij per pootgoedteler per jaar. Het risico op het vinden van een Mcf-besmetting op een bedrijf is veel groter, met alle gevolgen van dien.”

Peter Boutkan van Agrico weet dat er in 2019 al meer partijen pootaardappelen buiten de besmette percelen en cirkels zijn onderzocht. “Als meer wordt gezocht, wordt ook meer gevonden en dat blijkt afgelopen teeltseizoen ook”, zegt Boutkan.

In 2019 zijn volgens de NVWA 77 besmette percelen getraceerd onder het nieuwe beleid. In 2018 waren er 50 besmette percelen, 63 in 2017 en 15 in 2009. “Door klimaatverandering neemt de kans op verspreiding van Mcf-aaltjes ook toe”, zegt Martijn van Overveld, productmanager akkerbouw van Limagrain. “Want warme zomers dragen bij aan hogere bodemtemperaturen en extra generaties aaltjes in één seizoen.”

Slim bouwplan

Het kiezen van een slim bouwplan is één van de belangrijkste maatregelen om Mcf-aaltjes te beheersen. Een slim bouwplan betekent het telen van gewassen in de juiste volgorde en gewassen waarop Mcf-aaltjes zich niet kunnen vermeerderen (niet-waardplanten). “In de praktijk zie ik nog te vaak verkeerde keuzes in het bouwplan vanwege te weinig kennis over waardplanten en niet-waardplanten voor Mcf”, zegt Boutkan. “Zoals bijvoorbeeld inzaai van Japanse haver of Italiaans raaigras, beiden waardplant voor Mcf, voorafgaand aan de teelt van aardappelen.”

Als telers goed letten op welke voorvrucht ze telen voorafgaand aan de teelt van gewassen die gevoelig zijn voor Mcf-aaltjes, hebben ze al heel veel gewonnen in de beheersing van deze aaltjes. Bij lichte Mcf-besmettingen helpt het telen van niet-waardplanten om de besmetting kwijt te raken. Voor pootgoed is het bijna onmogelijk om via het bouwplan de besmetting laag genoeg te krijgen om onbesmette poters te telen. De detectiekans neemt wel af.

Op Mcf-besmette grond, kan geen pootgoed of voortkwekingsmateriaal worden geteeld. Inunderen van een besmet perceel is zeer effectief om van deze aaltjes af te komen. - Foto: Peter Roek
Op Mcf-besmette grond, kan geen pootgoed of voortkwekingsmateriaal worden geteeld. Inunderen van een besmet perceel is zeer effectief om van deze aaltjes af te komen. - Foto: Peter Roek

“Niet-waardplanten of slechte waardplanten voor M. chitwoodi zijn cichorei, luzerne, witlof, suikerbieten, aardbei, lelie, spinazie en tulp. Voor M. fallax zijn dat lelie, spinazie, stamslaboon en witlof”, zegt Leendert Molendijk, aaltjesdeskundige van Wageningen University & Research (WUR). Hij geeft aan dat korte teelten van zogenoemde medicijngewassen, zoals spinazie of sla ook goed werken. “Mcf-aaltjes besmetten deze gewassen wel, maar de teelt is zo kort dat het al is geoogst is, voordat de aaltjes eieren kunnen vormen en zich vermeerderen.”

Onkruidbestrijding is ook belangrijk om Mcf te beheersen, omdat Mcf-aaltjes zich ook op veel onkruiden goed kunnen vermeerderen. Tijdens zwarte met onkruidbestrijding bedraagt de afname van Mcf-aaltjes ongeveer 95% per jaar. De natuurlijke afname van beide aaltjessoorten is ongeveer hetzelfde bij gewassen waarop Mcf-aaltjes zich niet kunnen vermeerderen.

Begin ook altijd met schoon en goedgekeurd uitgangsmateriaal. “Dat is heel erg belangrijk, want in besmet pootgoed zitten altijd nog meer aaltjes dan in besmette grond”, zegt Boutkan, die aangeeft dat een goede bedrijfshygiëne ook bijdraagt aan beperking van versleping van besmette grond. Denk ook aan afvoer van zeef- en sorteergrond, het is veilig om deze eerst te inunderen.

Tips beheersing en bestrijding Mcf

  • Gebruik altijd schoon pootgoed en voortkwekingsmateriaal goedgekeurd door NAK, BKD of Naktuinbouw;
  • Kom in actie bij verdenking van Mcf-besmetting en bemonster de grond (Melo Intensief) voor half november of pas een bio-toets of kuipentoets toe;
  • Versleep met machines zo min mogelijk (besmette) grond tussen percelen en bewerk en rooi besmette percelen als laatste. Saneer zeef- en sorteergrond met inundatie;
  • Zorg voor een goede gewasvolgorde en tussenteelten van niet-waardplanten en/of resistente groenbemesters. Gebruik hierbij hulpmiddelen als www.nemadecide.com, www.aaltjesschema.nl en www.handboekgroenbemesters.nl;
  • Zaai bij Mcf-besmetting na het hoofdgewas chitwoodi-resistente bladrammenas in, want dat geeft maximale wintersterfte van Mcf-aaltjes;
  • Bestrijd onkruiden, omdat onkruiden ook een waardplant kunnen zijn voor Mcf;
  • Teel vroege aardappelrassen, zoals Premiere, want dan vormen Mcf-aaltjes minder generaties en is er minder kans op afwijkingen (bobbelvorming) van aardappelknollen;
  • Zet volvelds granulaten in om vermeerdering van Mcf-aaltjes af te remmen en beperk kwaliteitsschade van aardappelen;
  • Gebruik pootgoed en voortkwekingsmateriaal resistent voor Mcf. Veredelaars van aardappelen, bieten en peen werken aan rassen die minder gevoelig zijn voor Mcf;
  • Bestrijd bij teelt van uitgangsmateriaal een Mcf-besmetting met inundatie (onder water zetten van besmette grond), want dat is zeer effectief. Een alternatief is anaerobe grondontsmetting.

Resistente groenbemesters

Groenbemesters kunnen een belangrijke rol spelen in de beheersing van aaltjes, zoals Mcf. Tussen groenbemesters bestaan echter grote verschillen in waardplantstatus ofwel hoe sterk ze een bepaald aaltje kunnen vermeerderen. “Telers moeten hun keuze van de groenbemester afstemmen op de aanwezige besmetting en de schadegevoeligheid van het te telen volggewas”, zegt Johnny Visser, onderzoeker bij WUR. “Het inzaaien van hoogresistente bladrammenas is het meest effectief in de verlaging van M. chitwoodi-besmettingen.”

De laatste jaren is het telen van mengsels van groenbemesters toegenomen. Onder andere door stimulansen vanuit het GLB-beleid, maar ook door de positieve eigenschappen van groenbemesters voor de bodemvruchtbaarheid. “Bij mengsels moeten telers goed opletten dat alle groenbemesters in het mengsel de aanwezige aaltjessoorten niet vermeerderen, anders kan de besmetting flink toenemen”, waarschuwt Visser. Veredelaars zijn op zoek naar (nieuwe) groenbemesters die resistent/niet-waard zijn en veredelen op verhoging van het resistentieniveau van gangbare groenbemesters.

Of registreer je om te kunnen reageren.