Akkerbouw

Achtergrond

Betere bodemstructuur geeft betere opbrengsten

Akkerbouwers in de Hoeksche Waard brengen de sluipende achteruitgang van de bodemkwaliteit tot staan. De natte herfst heeft overtuigend laten zien hoe heilzaam verlichting van de bodemdruk kan zijn. Op 5 plekken wordt dit jaar nog peilgestuurde drainage aangelegd.

Afgelopen najaar bij de oogst van de laatste aardappels in de nattigheid zag Leen Ampt pas de zegeningen van grote kipperbanden op lage druk. Waar collega’s met hun conventionele kippers tobden om vooruit te komen, ging de kipper van Ampt haast vanzelf. “Met een relatief kleine trekker van 130 pk ervoor rolde de kipper zomaar over de grond. Niks geen tobben of slippen in het land. Anderen met veel zwaardere trekkers moeten moeite doen om door de natte plekken te komen. Vorig jaar toen het veel droger was, zag je het voordeel van de lagere druk ook wel, maar dan moest je het ook willen zien. Dit natte najaar 2019 jaar was het voordeel overduidelijk.”

Ampt schafte in 2018 een tweeassige 22 tons kipper aan op lagedrukbanden met drukwisselsysteem en meeloop-/stuuras. Novifarm investeerde in drieassers met drukwisselsysteem. De aanschaf is onderdeel van het project HW2O, waarin 5 HWodKa-akkerbouwers in de Hoeksche Waard een aanpak voor duurzaam bodembeheer uitwerken.

HWodKa-akkerbouwers in de Hoeksche Waard

Over de afkortingen: HW2O is een samentrekking van Hoeksche Waard en de chemische formule H2O van water. Het betekent hier Hoeksche Waard Wateroptimalisatie. HWodKa staat voor Stichting de Hoeksche Waard op de Kaart. Het is sinds 2005 een initiatief van Hoekschewaardse akkerbouwers om door innovatie de vitaliteit van de grondgebonden landbouw te verbeteren en tegelijk voorwaarden te scheppen voor behoud dan wel ontplooiing van natuur en landschappelijke waarden.

Verdichting opheffen door grondgebwerking

Leon Noordam, akkerbouwer en voorzitter van HWodKa, deelt de ervaringen van Ampt. Zijn bedrijf Novifarm schafte 2 drieassers aan met drukwisselsysteem. “Een enkele keer vergat ik bij terugkomst in het land lucht van de kipper te laten aflopen. Je rijdt dan bij natte grond onherroepelijk vast. Zet je dan de knop voor de drukwisseling op laag, dan rolt direct weer de kipper boven over de grond. Dan loopt het weer. Op de weg worden de banden opgepompt tot 3.0 bar. Zo’n harde band vraagt op de weg minder trekkracht, wat brandstof bespaart.“
Noordam vertelt dat voor de grondbewerking om verdichtingen op te heffen minder diepe grondbewerking nodig is, wat ook weer brandstof bespaart. “Suikerbieten is een mooi gewas voor de structuur van de bodem wegens de penwortels. Totdat je bij de oogst alles weer kapot rijdt.”

Sluipende achteruitgang

Volgens de HWodKa-akkerbouwers is het huidige bodembeheer niet duurzaam. Ze zien een continue, sluipende achteruitgang van de bodemkwaliteit. Vernieuwing van het bodembeheer zou vragen om een integrale aanpak, samenwerking en systeeminnovatie: duurzaam bodembeheer.
Na eerst vooral gekeken te hebben naar de precisielandbouw, oordeelde HWodKa daarom dat voor de verbetering van het akkerbouwresultaat eerst en vooral gekeken moet worden naar de bodem. Planten moeten zo ongehinderd mogelijk met hun wortels de grond in kunnen, en steeds over voldoende water kunnen beschikken. Niet te weinig, maar zeker ook niet te veel. Om die situatie te bereiken kwamen 4 jaar geleden, in maart 2016, de HWodKa-akkerbouwers met hun HW2O-plan om de kwaliteit van hun vaak zware kleigrond met een pakket aan drastische maatregelen in 5 jaar merkbaar te verbeteren. Verlaging van de bodemdruk en een goede vochthuishouding worden als kristallisatiepunten voor algeheel bodemherstel beschouwd. Verbreding van banden en verlaging van de spanning hebben al bewezen te werken.

Lees verder onder de foto.

Een van de drie-assige kippers van akkerbouwbedrijf Novifarm. "Het is voor onze duidelijk dat de meerkosten worden goedgemaakt door brandstofbesparing en op de langere termijn door een productievere bodem", zegt Leon Noordam. - Foto: Leon Noordam
Een van de drie-assige kippers van akkerbouwbedrijf Novifarm. "Het is voor onze duidelijk dat de meerkosten worden goedgemaakt door brandstofbesparing en op de langere termijn door een productievere bodem", zegt Leon Noordam. - Foto: Leon Noordam

Maximale asdruk 10 ton

Concreet begonnen zijn ze daar in de Hoeksche Waard met het 1bar/100kPa/10ton-criterium, ofwel een maximale bandenspanning van 1 bar, ofwel maximale bodemdruk van 1 kilopascal en een maximale asdruk van 10 ton. Deelnemende akkerbouwers investeerden in kippers met grote lagedrukbanden en drukwisselsystemen, loonwerker Breure in Klaaswaal schafte een overlaadwagen aan.

Eerder deed HWodKa al studie naar route-optimalisatie binnen het perceel, waarbij veldtransport bij voorkeur over spuitpaden plaatsvindt.

Voorts heeft de groep het plan opgevat om op 5 percelen peilgestuurde drainage en sub-irrigatie aan te leggen om bovenmatige droogte en nattigheid te voorkomen. De aanleg van deze systemen voor ‘klimaatadaptief bodemvochtbeheer’ is voor later dit jaar gepland.

De georganiseerde aanpak heeft ook tot doel gehad om toegang te krijgen tot Europese en provinciale fondsen ter verbetering van de bodem. Voor aanschaf van aangepaste kippers en de aanleg van de peilgestuurde drainage is in 2019 POP3-subsidie voor plattelandsontwikkeling toegekend.

Bovenover ploegen

Ook bovenover ploegen maakt deel uit van het pakket bodemsparende maatregelen. “Je rijdt niet meer door, maar óver de grond”, vertelt Leen Ampt. Hij heeft 3 jaar ervaring met bovenover ploegen. “Je ziet na een ploegband in de voor met een penetrometer naderhand precies waar je hebt gereden. In plaats van met ploegbanden van 52 centimeter op 2,5 bar rij ik nu met 90 centimeter brede banden op 0,7 bar. Het valt me op dat áls ik kan ploegen, ik dan minder slip heb. Aan de andere kant lig je er bij de minste of geringste regen uit. Dan moet je wel meteen stoppen.”

Het aandrukken dat vroeger op 30 centimeter diepte gebeurde, gebeurt nu in de bovenlaag. “Maar veel minder. Bovendien, wat je bij bovenover ploegen aandrukt, maak je ook meteen weer los en zet je op zijn kant weg.”

Veel neerslag

Duidelijk wordt trouwens ook dat de praktijk soms weerbarstig kan zijn. Noordam: “Afgelopen najaar met veel regen hebben we toch ook in de voor geploegd, maar dan in ieder geval met 65 centimeter op 1,0 bar in plaats van met een ploegband. We hebben een on/offland-ploeg. Soms is de grip in de bovenlaag te beperkt om bovenover te ploegen, maar niet om ín de voor te ploegen.” Wat dan ook weer afhankelijk is van wat je nog hebt te ploegen. Ampt: “Wij willen bijna tegelijk oogsten en ploegen: bij wijze van spreken om 18:00 uur klaar met rooien, dan moet het perceel om 20:30 uur geploegd liggen. Je haalt er later de sporen van de ploegband wel uit.”

Voor de trekker klepelen en achterop spitten

Ampt: “Groenbemester onder krijgen is lastig bij bovenover ploegen. Beter voorop de trekker klepelen en achterop spitten. Je ziet dan wel wat meer groen, resten groenbemester, daar moet je dan maar aan wennen.“
Overigens zegt Noordam dat ecoploegen veel trekvermogen en daarmee brandstof scheelt. “Waarom 30 centimeter diep ploegen, om problemen van de oogst op te lossen? Ja, als je die hebt, maar niet als je die problemen niet hebt. Met lage druk wordt de noodzaak om diep te ploegen kleiner.”

Maximale bandendruk

Bedrijfsbreed lage druk is een belangrijk aspect van het concept HW2O. Dat betekent een maximale bandendruk van 0,5 bar in het voorjaar en maximaal 1,0 bar in het najaar. De maximale aslast/wiellast is 5 ton in het voorjaar, en maximaal 10 ton in het najaar. “Als je dat wilt halen”, zegt Leon Noordam, “dan kunnen bepaalde dingen ineens niet meer. Vaste mest strooien in het voorjaar op een halve bar is lastig. De loonwerker kun je ook niet altijd afrekenen op die maximale 1,0 bar. Bijvoorbeeld bij het doorsteken van een perceel kom je aan het eind met een volle bunker. Dan moet je naar zeker 1,2 of 1,3 bar, ook met VF- of IF-banden. De rest van het perceel kan dan op 1,0 bar. Trekker en kipper ernaast op 0,9 à 1,0 bar. Velen hebben dat niet, je ziet nog steeds tot ook wel 3 bar in de banden. Je moet ook al gauw boven de 2,5 bar als je geen drukwisselsysteem hebt en op de weg 30 tot 40 kilometer per uur wilt rijden.”

Leen Ampt: “Zonodig rij je ook met halve of driekwart vrachten. Een kipper hoeft niet per se vol. Logisch nadenken, dat is bedrijfsspecifiek. Je moet er in je hoofd mee bezig zijn, ook bij bietenrooien.”

Lees verder onder de foto.

Bovenover ploegen. "Het aandrukken dat vroeger op 30 centimeter diepte gebeurde, gebeurt nu in de bovenlaag, zegt Leen Ampt. "Maar nu veel minder. Bovendien, wat je bij bovenover ploegen aandrukt, maak je ook meteen weer los en zet je op zijn kant weg." - Foto: Peter Roek
Bovenover ploegen. "Het aandrukken dat vroeger op 30 centimeter diepte gebeurde, gebeurt nu in de bovenlaag, zegt Leen Ampt. "Maar nu veel minder. Bovendien, wat je bij bovenover ploegen aandrukt, maak je ook meteen weer los en zet je op zijn kant weg." - Foto: Peter Roek

Twee keer zo duur, maar lonend

Een kipper met een drukwisselsysteem en de juiste banden mag het dan met 0,9 bar in het land beter doen en met 3,5 bar op de weg beter doen, er staat wel wat tegenover. De compressor, aanpassing tandemstel, het stuursysteem, de grote banden maken zo’n kipper bijna 2 keer zo duur dan een standaardkipper. Alleen al het drukwisselsysteem op zo’n kipper kost € 17.000.

En wie dan niet op het randje van die 5 ton per wiel wil gaan zitten, moet eigenlijk al naar een drieassige kipper. Reken maar even mee: 25 tons kipper, 3 ton van het gewicht op de trekker. Dan blijft 22 ton over voor de 2 assen, ofwel 5,5 ton per band.

Maar, zeggen ze bij HWodKa, de investering loont. “Dat kunnen we na de natte herfst wel zeggen; minder brandstofverbruik, minder nabewerkingen. En de betere structuur die je overhoudt, zorgt op de langere termijn ook voor betere opbrengsten is onze overtuiging.”

De provinciale subsidie op de kippers die in het kader van het HW2O-project werden aangeschaft bedroeg 40%, bijna de meerkosten ten opzichte van een conventionele kipper. Het idee is inmiddels dat ook zonder subsidie de duurdere kippers renderen.

Naar aanleiding van de ervaringen in de Hoeksche Waard met de ‘lage drukkippers’ afgelopen najaar hebben al enkele grote akkerbouwers elders geïnvesteerd in soortgelijke kippers.

Overlaadwagen

De overlaadwagen die loonbedrijf Breure aanschafte heeft 0,9 tot 1,0 bar in de banden, en spaart de bodem op dezelfde manier als de kippers met lagedrukbanden dat doen. Een drukwisselsysteem is niet nodig, aangezien deze drieasser niet op de weg komt, althans niet beladen.

Nevenvoordeel van deze overlaadwagen is dat de weg niet vies wordt van (natte) klei. Dat scheelt ook weer een trekker met watertank en een met schuif en/of veegmachine op de weg. In toenemende mate tast die bagger op de weg de gemoedsrust van akkerbouwers aan.

De keuze voor de bietenoogst is aan de akkerbouwer: of zelf investeren in een kipper met lagedrukbanden of de loonwerker met een overlaadwagen bestellen.
Loonwerker Huib Breure: “Als wij met de overlaadwagen komen, dan kost dat extra. Wil de teler die extra kosten vergoeden? Het is net als investeren in een duurdere kipper. Wij kunnen er wel van overtuigd zijn dat het op de lange duur beter is, maar qua effect op de bodemstructuur merk je het niet onmiddellijk in je portemonnee. Zeker in normale jaren niet. Het verschil tussen € 1.000 en € 2.000 voor een band wél. Ploegen, waterberging, droogte, je ziet verschillen tussen het ene en andere jaar, maar leg je verband naar je banden of de overlaadwagen van de loonwerker?”

“Veel wordt herleid naar dingen waaraan je niets kunt doen”, zegt Noordam. “Terwijl wij juist ervaren wat je allemaal wél kunt doen.”

Grote vraag ten slotte is dan of de lagere bodemspanning tijdens oogst 2019 zich vertaalt in een mooier zaaibed half april 2020. Leon Noordam kan daar geen volmondig ja op antwoorden. Ook bij hem is de grond als beton zo hard. Misschien iets minder dan wanneer de structuur helemaal aan gort was gereden. Maar voor het echte effect op de structuur moet je volgens hem dieper dan het zaaibed kijken. “Ik ben ervan overtuigd op langere termijn er voordeel van te zien. Misschien verderop in dit seizoen al zien we gewassen eerder herstellen van de moeilijke start.”

Waar blijft de systeemverandering?

In het project HW2O worden stappen vooruitgezet in duurzaam bodembeheer, het is perfectionering van het systeem van groot, veel en zwaar. Maar waar blijft de systeemverandering? Wanneer verschijnen autonoom werkende, lichte machines?
“Dit is een tussenfase”, zegt Leon Noordam, voorzitter van HWodKa. “Wij zijn nu eerst bezig de bodemverdichting te verminderen, met sporenplanning en goede ontwatering. Dat gaat al voordeel opleveren. De essentie is een verschuiving van arbeidsefficiëntie naar bodemefficiëntie. Daar zijn we al een heel stuk verder mee gekomen.” Waar we naartoe willen werken, is autonomie, echter zijn de randvoorwaarden om autonoom te gaan werken erg belangrijk. Plannen wordt erg belangrijk. Bij het werken met een overlaadwagen, dus het loskoppelen van veld- en wegverkeer en ook eventueel het scheiden van product en tarra op het veld, komen al veel aandachtspunten naar boven die een echte systeemverandering nu nog in de weg staan. Maar het is wel degelijk een belangrijke tussenfase om uiteindelijk bij autonomie uit te komen.

Of registreer je om te kunnen reageren.