Akkerbouw

Achtergrond

Veel onzekerheid aardappelbewaring

In de bewaartechniek staan mechanisch koelen van fritesaardappelen en het condensdroogsysteem voor uien op het punt van doorbreken. Vraag is, wat aardappelen betreft, echter hoe het verder moet met de schuren waarin jarenlang chloorprofam is toegepast.

Aardappelbewarend Nederland hangt een verlaging van de residunorm van kiemremmingmiddel chloorprofam (CIPC) boven het hoofd. De toelating vervalt dit najaar, de residunorm is onzeker. Hierbij is de bewaarschuur het grootste hoofdpijndossier. Chloor trekt immers overal in, dus een residu-arme bewaarschuur lijkt een utopie. En wat dan; is nieuwbouw nodig? Ook het ‘wanneer’ is onzeker. Waarschijnlijk geldt de verlaagde norm vanaf voorjaar 2021. Wat er dus gebeurt met de komende aardappeloogst die voor de lange bewaring op papier staat, is onduidelijk.

Grote onzekerheid

Dit betekent grote onzekerheid voor aardappeltelers. Is nieuwbouw nodig om nog aardappelen te kunnen bewaren voor de verwerkende industrie of komt er een aanpassing van de residunorm van CIPC en kan de bestaande bewaarschuur worden aangepast?

Alternatieve kiemremmers voor chloorprofam zijn een volveldsbespuiting met MH Royal of Crown MH. Daarbij kan de schuur worden behandeld met alternatieve kiemremmers, zoals 1,4 Sight, Biox-M of ethyleen. Verwacht wordt ook Argos, een kiemremmer op basis van sinaasappelolie. De kiemremmers op basis van chloorprofam waren bedrijfszeker en goedkoop. De kostprijs van bewaren stijgt door het wegvallen van chloorprofam zeker 1 tot 1,5 cent per kilo aardappelen.

Lees verder onder foto

Marcel Bennink (links) van Engie bij akkerbouwer Eric Evers in de aardappelbewaring met mechanische koeling (achtergrond). - Foto: Ruud Ploeg
Marcel Bennink (links) van Engie bij akkerbouwer Eric Evers in de aardappelbewaring met mechanische koeling (achtergrond). - Foto: Ruud Ploeg

Animo voor mechanisch koelen

Zodra er duidelijkheid is over de residunorm van chloorprofam, neemt het mechanisch koelen van fritesaardappelen een vlucht. Dat zegt Marcel Bennink van bewaarspecialist Engie Refrigeration. Animo is er volop voor deze bewaartechniek, die een grote rol speelt in het opvangen van het wegvallende CIPC.

Door de onzekerheid blijft het aandeel mechanische koelers in de fritesaardappelen steken onder de 10%. Zodra helder is of de nieuwe residunorm past bij de praktijksituatie, stappen naar verwachting veel telers over op mechanisch koelen.

Beter bewaarresultaat

“Mechanisch koelen leidt tot een beter bewaarresultaat dan koelen met buitenlucht”, stelt Bennink. Bovendien moeten aardappeltelers een alternatief hebben voor de kiemremmer chloorprofam. Hiermee neemt de noodzaak van mechanische koeling toe. Op dit moment is nog maar een paar procent van de aardappelbewaarschuren voorzien van een systeem met mechanisch koelen, schat Bennink. “In tafelaardappelen en pootgoed is het gemeengoed, maar in de fritesaardappelen begint de techniek nu aan een opmars. Het neemt echt een vlucht als telers weten waar ze aan toe zijn, volgend jaar verwacht ik. Ze worstelen nu nog met allerlei praktische problemen door het verbod op CIPC.”

Door de druk op kiemremmingsmiddelen is mechanisch koelen belangrijker dan ooit

Bij mechanisch koelen blijft het product stabieler op temperatuur, wat de kwaliteit ten goede komt. Maar ook in de klimaatverandering geeft het een groot voordeel. Bennink: “Je houdt je product koel in warme winters. Het is nu ook al heel lang warm. En de aardappelen blijven zelf ook warmte produceren. De zekerheid van mechanisch koelen is dan zeer welkom.”

Na de oogst is er eerst een periode van wondheling. Het product komt op zo’n 15 graden binnen. Na het drogen worden ze langzaam gekoeld, dat is zo rond Sinterklaas. Waar tafel- en pootaardappelen op 4 graden worden bewaard, is voor fritesaardappelen 6 of 7 graden een mooie bewaartemperatuur. Koeler kan niet, dat leidt tot bakproblemen.

Product blijft rustig

Op een constante temperatuur blijft het product langer rustig en blijven er meer kilo’s over aan het eind van de bewaarperiode. “Door de druk op kiemremmingsmiddelen is mechanisch koelen belangrijker dan ooit”, zegt Bennink. “Telers kiezen dan voor natuurlijke koudemiddelen, zoals CO2, ammoniak of propaan, omdat synthetische koudemiddelen worden uitgefaseerd. Als je bijvoorbeeld lekkage hebt, mag er geen synthetisch middel meer worden toegevoegd.”

Lees verder onder foto

Fusarium komt overal wel voor dit seizoen. Opvallend is dat uien die buiten staan er minder last van hebben dan uien die in de schuur liggen. - Foto: Ruud Ploeg
Fusarium komt overal wel voor dit seizoen. Opvallend is dat uien die buiten staan er minder last van hebben dan uien die in de schuur liggen. - Foto: Ruud Ploeg

Omslag naar natuurlijke middelen

Ook Paul den Engelsen van Tolsma-Grisnich ziet dat fritesaardappeltelers zich volop oriënteren op mechanisch koelen. “Om het verbod op kiemremmingsmiddelen op te vangen, onder andere. Om hiervan niet afhankelijk te zijn en toch lang te kunnen bewaren, gaat mechanisch koelen zeker toenemen”, verwacht hij. “In de peenbewaring gebruikt het merendeel nog een synthetisch koudemiddel, dus daar zal ook nog een omslag naar natuurlijke middelen plaatsvinden. Een bewaarsysteem gaat 20 tot 30 jaar mee. Het is mooi als het omschakelen naar een koelsysteem met een natuurlijk middel samenvalt met de vervanging van het bewaarsysteem.”

In de uienbewaring is condensdrogen de nieuwste innovatie

In de fritesaardappelbewaring merkt Bennink echt een kentering in de belangstelling voor mechanisch koelen. “En mocht je heel erg twijfelen, in verband met de chloorprofamdiscussie”, zegt hij, “dan is het wellicht een geruststellend idee dat de installatie eventueel kan worden verplaatst naar een nieuwe bewaarschuur.”

Condensdrogen in de uien

In de uienbewaring is condensdrogen de nieuwste innovatie. In een condensdroogsysteem wordt vocht uit het bewaarde product opgevangen door warme droge lucht die door de bewaring gaat, legt Bennink uit. In de koeler wordt de lucht weer ingedroogd.

Op den duur moet hier wel iets gevonden worden op kiemrustbehoud, aangezien MH niet voor eeuwig toegelaten blijft. Uien moeten na bewaring ook rustig blijven. Het ketenbrede uienonderzoek Uireka heeft deze uitdaging onder de loep genomen. Den Engelsen: “Zowel gangbare als biologische telers willen hun uien onder perfecte condities kunnen drogen en bewaren. Met buitenlucht drogen we de uien in het begin zeker 4 à 5 keer sneller. Vervolgens is de combinatie perfect, want de teler is 24/7 onafhankelijk van de buitencondities. En tijdens het nadrogen op bewaartemperatuur laten de buitencondities het vaak niet toe om de temperatuur en relatieve luchtvochtigheid op niveau te houden, waardoor het condensdrogen ook hier voordelen biedt.”

Krimpend middenpakket

In de uienbewaring krijgt condensdrogen een plek in de praktijk. Het mooie is dat de condensdroger zowel droogt als koelt. Het apparaat is binnen één bedrijf dus inzetbaar voor zowel de uien- als peenbewaring.

Met deze bewaartechniek wordt geanticipeerd op het krimpende middelenpakket en de omschakelingsplannen naar biologische akkerbouw. Deze bewaartechniek geeft de kans om uien langer te bewaren, omdat het voor een stabieler klimaat zorgt. Ook op een lage temperatuur, zoals nodig is om de kiemrust van biologische uien te bewaren. Er hangt wel een speciaal prijskaartje aan dit vooruitstrevende systeem: condensdrogen is anderhalf tot twee keer duurder dan mechanisch koelen. Vanwege de stap die in kwaliteitsbehoud wordt gemaakt, is de verwachting dat condensdrogen een opmars maakt in de praktijk.

Bewaarproblemen in alle gewassen

De wisselende omstandigheden in het vorige groeiseizoen hebben in alle gewassen tot diverse problemen geleid. De vele regen in de oogstperiode laat sporen na in veel gewassen.

Aardappelen
“Helaas moest een aantal laat gerooide percelen vanwege rot vroegtijdig worden afgeleverd”, weet Paul Hooijman van adviesbureau Delphy. Kwaliteit is bij die late partijen een probleem. “Zonder kachel krijg je ze niet droog, met kachel gaat het soms te hard. Door de natte oogstomstandigheden zijn ze beschadigd en door de kou tijdens de oogst laat de bakkleur het afweten. Dat zijn echt wel aandachtspunten. Ik heb wel de indruk dat de industrie telers tegemoet komt. De behoefte aan aardappelen is blijkbaar zo groot. En dan is nog steeds niet alles gerooid, hè? Vooral in Noord-Holland zitten nog hectares in de grond. Het is op sommige plekken zo dramatisch nat, dat laten zitten voorlopig de enige optie is.”
Het is echter zeker niet allemaal kommer en kwel: in een aantal cellen met rot is de situatie stabiel of zelfs verbeterd.
Delphy wijst telers erop dat ze de kwaliteit van de aardappelen in de bewaring goed moeten controleren. “In aantal aardappelcellen is het noodzakelijk om meer te drogen”, aldus Delphy. “Lekvocht komt soms op goede knollen terecht. Alleen inkoelen en extra intern draaien is dan niet voldoende.” Het droogprogramma biedt uitkomst als vocht afvoeren nodig is. Het recept hiervoor is een minimum buitentemperatuur van 5 graden met een minimumkanaaltemperatuur van 6 graden.

Uien slijten harder dan normaal
Ook een deel van de uien lag in de oogstperiode in de regen buiten. Door het veelvuldige drogen, slijten uien die na de regen zijn geladen harder dan normaal, constateert Jaap Jonker van De Groot en Slot. “Vooral op lichte gronden, zandgronden, zien we uien hard achteruit gaan. Ook partijen met fusarium of bacterie slijten hard, omdat veel drogen hier noodzakelijk was. Die vallen wat kaal. Die uien moeten eigenlijk voor half maart de schuur uit.” Daarentegen zijn op tijd en groen gerooide uien echt heel mooi, ziet Jonker. “Dat is goud. Ga dus niet voor die laatste kilo‘s, maar voor kwaliteit. Sommige telers willen eerst de pootgoedoogst achter de rug hebben, voor ze aan de uien beginnen. Terwijl pootgoed beter tegen regen kan dan uien. Aardappelen staan bovendien in ruggen op de grond. Zo’n rug is veel sneller droog dan een uienperceel.”
Frappant dit seizoen is het verschil in fusariumaantasting tussen uien die buiten onder de kap en binnen bij de kachel zijn gedroogd, merkt Jonker op. “Uien die buiten zijn neergezet hebben veel minder fusarium dan uien die door dezelfde akkerbouwer naar binnen zijn gereden. Ik denk dat het met temperatuur te maken heeft. Buiten is het koeler en dat leidt tot minder schimmelontwikkeling. Wij gaan hier niet gelijk een advies op baseren, hoor. Buiten heb je vorstrisico en droogt het product gewoon minder goed.”
Goede uien zijn wel tot juni bewaarbaar. Jonker: “De stemming op de markt is gelukkig goed. Mooi om te zien.”
In België is het prijsniveau van uien gelijk aan de Nederlandse prijzen. Dat zegt Peter de Waal, verkoper bij bewaarspecialist Tolsma in Zeeuws-Vlaanderen en Belgisch Oost- en West-Vlaanderen.

Extra aandacht gevoelige rassen
De Waal ziet dat het bewaren van aardappelen in zijn werkgebied dit seizoen meestal goed gaat. De bacteriegevoelige rassen Challenger en Agria vroegen wel extra aandacht, zegt hij. “Het is veel werk geweest om die aardappelen droog te krijgen na de natte oogst. Toch is het over het algemeen goed gelukt. Natuurlijk is het eigenlijk te warm om optimaal te drogen en bewaren, maar je kunt het niet anders maken dan het is.”
De kiemrust is in orde, zowel in aardappelen als in uien. De aardappelopbrengsten zijn gebiedsafhankelijk, wat meestal betekent: water- en grondsoortafhankelijk. “Gemiddeld is 45 tot 50 ton per hectare gerooid. Dat is meer dan het jaar ervoor, maar als het een beetje meezit is 60 tot 70 ton goed mogelijk.”
Prijstechnisch ziet De Waal een gat tussen kostprijs en contractprijs van 2020. “De prijzen zijn maar minimaal gestegen, terwijl er veel onzekerheid is over de kiemremming van de toekomst. Telers staan wel open voor verandering, maar moeten de mogelijkheden ervoor krijgen. Daarvoor moet er in België in elk geval, geld bij.” Dat betekent dat de contractprijs omhoog moet om aan de voorwaarden te voldoen.

Watervoorziening
Ook in de uien was watervoorziening cruciaal in de opbrengstpotentie. “Het is zo verschillend; je hoort over opbrengsten van 50 ton, maar ook 20 ton.” Bewaring zit nog in de beginfase in België. “Bijna alle telers hebben wel iets van kachels, maar automatisering is geen gemeengoed. Automatisch sturen op relatieve luchtvochtigheid geeft het beste resultaat. Dat verschil zie je. Telers zijn positief over de uien, dus de bewaring wordt steeds beter.”
Peenbewaring komt bij Belgische akkerbouwers weinig voor.

Kwaliteitsproblemen peen
In Nederland leiden bij peen kwaliteitsproblemen zoals ringrot en vertakkingen tot afzetbelemmeringen. Het is het gevolg van een extreem groeiseizoen en dat toont zich in de bewaring. Het was droog en heet, wat leidt tot stress bij planten. Beregenen was nodig, maar is onnatuurlijk en daarmee heftig voor de gewassen. Dus ook daar kan een deel van de oorzaak liggen. Muizenvraat kost een deel van de peenproductie. De muizenpopulaties lijken zich op een piek te begeven. De beestjes sprongen voor de rooier uit weg van het perceel, zo erg was het op sommige plekken. Al deze problemen leiden nu gemiddeld tot zo’n 10% opbrengstderving. Slechte partijen moeten worden weggewerkt voor de markt weer kan aantrekken.

Of registreer je om te kunnen reageren.