Akkerbouw

Achtergrond

Precisielandbouw steeds beter in de vingers

In het tweede jaar dat de gebroeders Sturm actief met precisielandbouw aan de slag zijn, hebben ze grote stappen gezet. Ze gaan enthousiast verder.

Op het akkerbouwbedrijf van Gijs en Max Sturm en hun ouders is de rust na een druk oogstseizoen wat teruggekeerd. De ondernemers zijn niet alleen bezig met de gebruikelijke werkzaamheden, maar passen daarbij steeds vaker een vorm van precisielandbouw toe. Na de positieve ervaringen van 2018 hebben de broers hun NPPL-ontdekkingstocht afgelopen jaar voortvarend voortgezet.

Max en Gijs Sturm werken op het akkerbouwbedrijf in maatschap met hun ouders Koos en Jozefien. De broers doen behoren tot de groep eerste NPPL-deelnemers in 2018. - Foto: Jan Willem Schouten
Max en Gijs Sturm werken op het akkerbouwbedrijf in maatschap met hun ouders Koos en Jozefien. De broers doen behoren tot de groep eerste NPPL-deelnemers in 2018. - Foto: Jan Willem Schouten

Ervaring opgedaan met kunstmeststrooier

De items voor dit jaar waren variabel aardappels poten, plaatsspecifiek onkruid bestrijden, variabel bodemherbicide en variabel kunstmest strooien. Wat dat laatste betreft is ervaring opgedaan met de kunstmeststrooier van de buurman, die goed koppelbaar bleek te zijn.

Max: “Via taakkaart.nl hebben we bemest met 360 tot 440 kilo waar normaal 400 kilo de hoeveelheid per hectare is.” Het was een probeersel, maar dat is goed gelukt. Net als bij de plantafstand van aardappelen zijn ze ‘gewoon’ 10% hoger en lager gaan zitten. “We hadden geen informatie om die keuze goed te onderbouwen. Dit leek ons een goede variatie.” Harde data over de stand van het gewas zijn niet voorhanden, maar het aardappel- en het graanperceel stonden er mooi egaal bij.

Goede bodemkaart

Met hun ervaring weten ze inmiddels dat de basis voor betrouwbare toepassingen van precisielandbouw begint met een goede bodemkaart. Dit jaar hebben ze gebruik gemaakt van een bodempotentiekaart van Van Iperen. “Die kost minder dan een bodemscan en is zeker zo betrouwbaar.”

Eenvoudige en goedkope bron van data

Een eenvoudige en nog goedkopere bron van data voor een perceelskaart vormt het brandstofverbruik van de trekkers. Het idee is dat hoe zwaarder de grond, hoe hoger het verbruik. “Onze trekker kon dat altijd al en met een eenvoudig NMEA-kabeltje werkt het nu prima.”

De broers hebben de ambitie om komend jaar alle gronden op deze manier in kaart te brengen.

De ondernemers zijn er niet vies van om een aanpassing te doen aan de machines. Ook bedrijven zijn steeds actiever. - Foto: Jan Willem Schouten
De ondernemers zijn er niet vies van om een aanpassing te doen aan de machines. Ook bedrijven zijn steeds actiever. - Foto: Jan Willem Schouten

Meer gelijke sortering

Met variabel poten van aardappelen proberen de ondernemers een meer gelijke sortering te krijgen. Daarvoor is afgelopen winter de pootmachine aangepast. De afgifte van de poters met een hydromotor is met een sensor aangestuurd, in plaats van de mechanische aandrijving vanaf de verkruimelrol. Met deze techniek kan de pootmachine op de kopakkerlijn aan en uit en variëren in het veld.

Variatie in pootafstand

De variatie in de pootafstand is gebaseerd op de kaart van de bodem en het aantal verwachte stengels via een kiemproef. In het zogenoemde TT+-programma wordt dat vervolgens omgezet naar lage en hoge potentiegronden. Normaal wordt op 29 centimeter afstand geplant; nu is gevarieerd tussen 26 en 32 centimeter om een meer gelijke sortering te krijgen. Dat was een beetje gokken, maar lijkt goed uit te pakken.

Goed resultaat, maar kan beter

Volgens de ondernemers blijkt dat ook uit de rooiproef die tegen het einde van het groeiseizoen is gedaan. “We zien goed resultaat, maar we denken dat het nog beter kan.” Dat willen ze onder andere doen door gebruik te maken van de brandstofkaart.

Max en Gijs afgelopen seizoen bekijken het resultaat van de bestrijding van distels in de peen. Ze hebben 90% op de middelen bespaard. - Foto: Peter Roek
Max en Gijs afgelopen seizoen bekijken het resultaat van de bestrijding van distels in de peen. Ze hebben 90% op de middelen bespaard. - Foto: Peter Roek

Plaatsspecifiek bespuiten

Een andere toepassing was plaatsspecifiek bespuiten van melkdistels in de suikerbieten. De taakkaarten zijn gemaakt op basis van dronebeelden. Deze bevatten uitsluitzones per dop. Vorig jaar werkten de broers nog met een demospuit; nu is een nieuwe gedragen spuit van 30 meter breed met elektrische dopschakeling en wingssprayer aangeschaft. Ze hebben al 90% op middelen in winterpeen en suikerbieten bespaard.

Het was even puzzelen maar is uiteindelijk wel gelukt

Via dronelink zijn de dronebeelden gemaakt en omgezet naar de taakkaart. “Het was even puzzelen, maar het is uiteindelijk wel gelukt.” Wel willen ze komend jaar de plekken niet rond maken, maar meer vierkant zodat de druk van de spuit tijdens het in- en uitschakelen van de doppen meer constant blijft. Ook komt er een extra buffer van 38 centimeter rond gedetecteerd onkruid.

Bespuitingen alleen op rij of in rijpad

De spuit is ook gebruikt om plaatsspecifiek bodemherbicide te spuiten. Volgend jaar willen ze er nog een schepje bovenop doen door in het begin van het seizoen verschillende bespuitingen alleen op de rij of juist alleen in het rijpad te doen. Afhankelijk van het gewas en de rijbreedte worden doppen aan en uit gezet. De spuitdoppen hebben een kleine tophoek. Hiermee is een besparing aan gewasbeschermingsmiddel tot 66% mogelijk. De rest gebeurt met mechanische onkruidbestrijding.

Medewerking van bedrijven

De plaatsspecifieke onkruidbestrijding ging veel beter dan vorig jaar, wat mede te danken is aan de medewerking van bedrijven. In het algemeen merken de broers dat bedrijven beter hun weg weten te vinden. Wat ook hielp was een groepsapp met begeleider, telers en bedrijven, zodat ze snel konden schakelen.

Opbrengstmeting met camera

Voor komend jaar hopen Max en Gijs de ingezette lijn vast te houden. Welke items ze precies gaan doen, gaan ze in overleg met WUR-expert Koen van Boheemen nog bespreken. Een onderwerp dat interessant lijkt is opbrengstmetingen, om daarmee de resultaten van precisiebehandelingen nauwkeurig in beeld te brengen. “We hebben al een Yieldmaster Pro van Agrometius op de uienlader, maar zijn nieuwsgierig naar het systeem met camera’s. Deze is veel nauwkeuriger en geeft informatie over de grofte van de partij. Dat zegt meer over de resultaten van variabel planten in de aardappelen.”

Bodemvochtsensoren

Een aspect dat mogelijk meer aandacht krijgt, is gebruik van bodemvochtsensoren. Er is dit jaar een sensor geplaatst maar er is weinig mee gedaan. Een beperking was dat deze maar op één diepte het vochtgehalte aangaf. “Beter is drie dieptes.” Bovendien konden ze de data niet goed interpreten. Toch zijn ze bewust van het belang van informatie over de vochttoestand, zeker omdat de verwachting is dat het klimaat de komende jaren extremer gaat worden.

‘De mannen willen het maximale uit de machine halen’

Expert Koen van Boheemen had het gemakkelijk dit jaar; de broers Sturm en betrokken bedrijven pakken alles goed op. Ontwikkelingen komen in een stroomversnelling.

Koen van Boheemen (26) is technisch onderzoeker precisielandbouw & smart farming bij Wageningen University & Research. Hij werkt deels op het eigen akkerbouwbedrijf. - Foto: Jan Willem Schouten
Koen van Boheemen (26) is technisch onderzoeker precisielandbouw & smart farming bij Wageningen University & Research. Hij werkt deels op het eigen akkerbouwbedrijf. - Foto: Jan Willem Schouten

Kijken naar kosten

Van Boheemen vindt het belangrijk dat Gijs en Max niet alleen kijken naar wat nodig is, maar ook naar wat de kosten zijn. Hij haalt het toepassen van de bodempotentiekaart aan om tegen lagere kosten toch veel informatie te krijgen. Dat ze dit jaar met de eigen brandstofverbruiksmetingen via de tractoren nog meer data van de grond verzamelen, kan hij alleen maar toejuichen. “Veel meer boeren rijden met trekkers die deze data kunnen verzamelen, het is een kwestie van de functie activeren.”

Vliegwieleffect

Nadat Max en Gijs samen met hun vader vorig jaar al enthousiast waren begonnen met nieuwe technieken, ziet Van Boheemen een vliegwieleffect ontstaan, waarbij steeds meer mogelijkheden ontstaan. Niet alleen bij de ondernemers, maar ook de betrokken bedrijven. Dat is voor hem ook een belangrijke tip voor anderen: je moet het samen doen en de juiste mensen en partijen aan je binden. “De bedrijven zelf zijn er ook meer dan vorig jaar mee bezig.”

Voordelen van precisielandbouw

Voor komend seizoen verwacht Van Boheemen dat de ondernemers verder gaan en steeds meer de voordelen van precisielandbouw ervaren. Een mooi voorbeeld noemt hij de recent aangeschafte spuit. “Na eerst een jaar ervaring op te hebben gedaan willen de mannen volgend seizoen het maximale uit de machine halen, onder andere door te gaan rijenspuiten. Technisch kan het en het levert een forse besparing op gewasbeschermingsmiddel op.”

Meepraten over precisielandbouw? Meld je aan voor de Facebook-groep van NPPL

Of registreer je om te kunnen reageren.