Akkerbouw

Achtergrond

Fobek: vrije kwekers maken aardappelveredeling divers

Fobek is een bijzonder aardappelveredelingsbedrijf. De klanten zijn allemaal aandeelhouder. Het bedrijf werkt samen met vrije kwekers, zegt directeur Jacques Vergroesen. “Vrije kwekers zorgen voor diversiteit in de aardappelveredeling.”

Fobek in het Friese Sint-Annaparochie is een bijzonder bedrijf in de aardappelveredeling. Fobek veredelt uitsluitend voor klanten die tevens aandeelhouder zijn van het bedrijf. Er zijn nu vijf aandeelhouders: Agroplant, De Nijs, Bejo Zaden, het Canadese veredelingsbedrijf Tuberosum Technologies en het Friese Keuringsinstituut voor Zaaigranen, -zaden en pootgoed (KIZ). Alleen de laatste heeft geen veredelingsprogramma lopen bij Fobek. Daarnaast heeft Fobek nog 20 kleine aandeelhouders die vroeger een binding hadden met het bedrijf.

Voor boer en koopman

Fobek is in 1951 opgericht. De naam betekent Foar Boer en Keapman (voor boer en koopman). De oprichting was een reactie op de groei van de coöperatieve aardappelhandel. De vrije handelaren wilden zich ook verenigen. In het begin voorzag Fobek de handelaren vooral van marktinformatie. Een paar jaar na de oprichting begon Fobek met het veredelen van aardappelen.

In opdracht van andere bedrijven

Het bedrijf werkt volledig in opdracht van andere bedrijven, zegt directeur Jacques Vergroesen. “De klanten geven aan welke wensen zij hebben, en wij voeren per klant een veredelingsprogramma uit om rassen te kweken die voldoen aan hun wensen. Tijdens de veredeling wordt voortdurend geëvalueerd of het veredelingstraject op het goede spoor zit. Fobek heeft in haar bestaan ongeveer 40 rassen voor haar klanten gekweekt.”

Directeur Jacques Vergroesen in het kweekveld van veredelingsbedrijf Fobek in Sint-Annaparochie in Friesland, waar ook een kweekveld ligt van 2 hectare. “De wensen van de klanten veranderen. Je ziet een tendens naar meer gemak, specialiteiten en ziekteresistenties. - Foto's: Mark Pasveer
Directeur Jacques Vergroesen in het kweekveld van veredelingsbedrijf Fobek in Sint-Annaparochie in Friesland, waar ook een kweekveld ligt van 2 hectare. “De wensen van de klanten veranderen. Je ziet een tendens naar meer gemak, specialiteiten en ziekteresistenties. - Foto's: Mark Pasveer

Beste zaailingen

Fobek levert de beste zaailingen af bij de klanten. Vergroesen: “Zij doen verder de introductie, de beproeving en de vermeerdering. Wij werken samen met vrije aardappelkwekers. Ongeveer twee derde van onze zaailingen staat op hun kweekvelden. Zij selecteren daar een paar jaar in en daarna gaan de zaailingen naar ons centrale proefveld.”

Wensen veranderen

De wensen van de klanten veranderen, constateert Vergroesen. “Op het noordelijk halfrond zie je een tendens naar meer gemak voor de consumenten en meer vraag naar aardappelspecialiteiten. Ook zie je in de veredeling steeds meer aandacht voor resistentie tegen ziekten. Bij de fritesrassen is resistentie tegen pallida (aardappelmoeheid) van groot belang geworden. En er is een groeiende behoefte aan resistentie tegen phytophthora. Fobek is aangesloten bij Bio-Impuls, het veredelingsprogramma voor biologische aardappelen gericht op het ontwikkelen van robuuste rassen. Vanuit dat programma komt genetisch materiaal beschikbaar met goede resistentie, dat wij gebruiken in onze veredelingsprogramma’s.”

Kweekvelden

Fobek heeft in Sint-Annaparochie in Noord-Friesland een kweekveld van twee hectare. Daarnaast liggen kweekvelden in Drenthe, Flevoland, België, Frankrijk, Marokko en Spanje. Vergroesen: “We zoeken een nieuwe klant, want we benutten onze veredelingscapaciteit niet volledig. We werken nu met drie mensen en een losse kracht. We zoeken een nieuwe vaste medewerker. Maar dat valt niet mee, want ook de tuinbouwsector zoekt jonge mensen die in de veredeling willen werken.”

Het kantoor van Fobek staat in het Friese Sint-Annaparochie, met een kweekveld van 2 hectare. Er zijn ook proefvelden in Drenthe, Flevoland, België, Frankrijk, Marokko en Spanje.
Het kantoor van Fobek staat in het Friese Sint-Annaparochie, met een kweekveld van 2 hectare. Er zijn ook proefvelden in Drenthe, Flevoland, België, Frankrijk, Marokko en Spanje.

Vermarkting van nieuw ras

Vergroesen onderscheidt twee grote uitdagingen voor de aardappelveredeling. De eerste is de vermarkting van een nieuw ras. “Je kunt een technisch heel goed ras voortbrengen op je kweekveld, met de juiste eigenschappen voor opbrengst, resistenties, smaak, uiterlijk en noem maar op. Maar dat wil nog niet zeggen dat zo’n ras commercieel een succes wordt. De afnemers en consumenten vragen meestal naar de bekende aardappelrassen en daardoor blijft er veel vraag naar die oudere rassen.

In Frankrijk bijvoorbeeld is nog steeds veel vraag naar Sirtema, terwijl er al betere rassen beschikbaar zijn. Je ziet dan ook dat veel nieuwe, goede aardappelrassen groeien naar een paar hectare pootgoed en dan weer verdwijnen. We produceren veel goede nieuwe rassen, maar slechts enkele rassen worden een succes op de afzetmarkten. Je kunt dat niet voorspellen. Dat is jammer, maar het hoort bij de aardappelveredeling.”

Nieuw ras kweken kost veel tijd

De tweede grote uitdaging is de lange tijd die nodig is om een nieuw ras te kweken. Vergroesen: “Het veredelingstraject duurt tien tot twaalf jaar voor een nieuw ras op de markt kan komen. In die tussentijd kunnen regels voor bijvoorbeeld bemesting en gewasbescherming veranderd zijn. Bemestingsnormen worden strenger en er zijn steeds minder gewasbeschermingsmiddelen beschikbaar. Dat maakt de veredeling uitdagend. Gelukkig heeft Nederland veel vrije kwekers. Dat zorgt voor diversiteit in de aardappelveredeling.”

Het is nog vroeg in het groeiseizoen van 2019 als de foto’s zijn gemaakt. De aardappelen op het proefveld in Sint-Annaparochie (Fr) zijn nog klein.
Het is nog vroeg in het groeiseizoen van 2019 als de foto’s zijn gemaakt. De aardappelen op het proefveld in Sint-Annaparochie (Fr) zijn nog klein.

Nieuwe technieken

Nieuwe gentechnieken als Crispr-Cas kunnen de veredeling versnellen doordat gericht veranderingen in het DNA kunnen worden aangebracht. Maar het Europese Hof van Justitie besliste in juli 2018 dat deze technieken blijven vallen onder de strenge EU-regels voor genetische modificatie. Dat maakt een toelating erg kostbaar voor een ras dat met Crispr-Cas is voortgebracht. Volgens Vergroesen kunnen nieuwe technieken de veredeling op zijn kop zetten. “Je kunt bij wijze van spreken een nieuwe Spunta maken die resistent is tegen aardappelmoeheid. Dan moet je natuurlijk nog wel testen of de andere eigenschappen ongewijzigd zijn gebleven. Ik kan niet voorspellen welke gevolgen dit op lange termijn voor de veredeling zou hebben.”

Discussie over patent en kwekersrecht

De discussie over patent en kwekersrecht loopt nog in de EU. Veredelaars mogen onder het kwekersrecht verder veredelen met rassen die niet hun eigendom zijn.

Onder het patentrecht mogen ze dat niet. Veredelaars vrezen hoge licenties te moeten betalen aan patenthouders om verder te kunnen veredelen met rassen die het goed doen. Daarom vindt Vergroesen het belangrijk dat het kwekersrecht in de EU overeind blijft. “In de veredeling moet het kwekersrecht boven het octrooirecht staan. De Nederlandse overheid staat gelukkig ook achter dat standpunt.”

Of registreer je om te kunnen reageren.