Berichten met video

Terug naar dossier
Akkerbouw

Achtergrond

Vocht meten voor betere kwaliteit en planning

Na een druk voorjaar en uitdagingen met luizen en andere aantastingen, was NPPL-er Stan te Selle onlangs zover om 3 bodemvochtstations te plaatsen.

“Op zich is dat niet zo moeilijk, maar de aardappelpercelen waren nu pas zover dat het kon en bovendien hebben we een erg druk voorjaar gehad”, zegt Stan te Selle, deelnemer aan de Nationale Proeftuin Precisielandbouw.

Voor de installatie is Harold Zondag, precision farming agronomist van Agrometius aanwezig en tevens schuift Koen van Boheemen, WUR-expert en begeleider aan. Hij heeft tevens de Sensoterra bodemvochtsensor meegebracht die de WUR aan de NPPL-deelnemers ter beschikking stelt.

Zuigspanning doorslaggevend

Op de vraag waarom Stan en zijn vader Jan precies voor deze sensoren, GeoBas met Pessl Instruments techniek kozen, zegt Stan: “Het kunnen meten van de zuigspanning gaf de doorslag, omdat je daarmee tijdig weet hoeveel bodemvocht het gewas ter beschikking heeft. Als je alleen het bodemvochtpercentage meet, moet je zelf nog interpreteren wat dat betekent voor het gewas en ben je vaak alsnog te laat met beregenen. Door zuigspanning te meten doet het systeem dat voor je.”

Lees verder onder de film.

Droogtestress

Te Selle investeerde in 3 stations om zo op elk van de 3 grondsoorten, klei, zand en zavel het bodemvocht en de zuigspanning te kunnen meten. “Met de stations willen we kwaliteitsproblemen als gevolg van vochttekort en droogtestress in de pootaardappelen tackelen en de planning van beregenen en het water- en dieselverbruik optimaliseren. Op kleigrond willen we zoveel mogelijk knollen aan de plant en op zandgrond hopen we de kwaliteit van de knollen beter te kunnen managen met beregening op het juiste moment en in de juiste hoeveelheden.”

Met boerenverstand te laat

Stans vader Jan is van mening dat vocht een ondergeschoven kind is bij veel telers en teelten. “Kijk maar eens hoeveel opbrengst de droogte vorig jaar heeft gekost: 32% in de tweedejaars plantuien en 18% in de pootaardappelen. Als je op je boerenverstand afgaat, begin je altijd te laat met beregenen. In de pootaardappelen is dat knelpunt en prioriteit nummer 1. En in de uien ben je 10 dagen te laat met beregenen als je de eerste bruine punten in het gewas ziet.”

Lees verder onder de foto.

Stan te Selle (l.) en Harold Zondag, installeren de eerste van 3 bodemvochtstations. - Foto: Jan Willem Schouten
Stan te Selle (l.) en Harold Zondag, installeren de eerste van 3 bodemvochtstations. - Foto: Jan Willem Schouten

Data op smartphone

Het station zelf wordt op een pijp gemonteerd met het zonnepaneeltje gericht op het zuiden, waarna Zondag met een pvc-pijpje een gaatje ter hoogte van de moederknol maakt om daar de zuigspanningssensor in te drukken. 10 centimeter onder het krielnest plaatst hij de stemvorkvormige vochtsensor met behulp van een plamuurmes. “Op deze manier komen de sensoren in ongeroerde grond en dan heb je direct je aansluiting. De zuigspanningssensor komt in het krielnest vanwege schurft.” Als laatste worden het portal en de bijbehorende app geïnstalleerd, en dan ‘heb je met een uurtje de eerste data op de smartphone’.

Meepraten over precisielandbouw? Meld je aan voor de Facebook-groep van NPPL

Of registreer je om te kunnen reageren.