Akkerbouw

Achtergrond 1 reactie

Oorzaak nutriëntentekort in plant eerst achterhalen

Delphy onderzocht effecten van bladmeststoffen en plantversterkers op de gewasgroei. Onder bepaalde omstandigheden hebben ze een meerwaarde; echte problemen los je er niet mee op.

Bladmeststoffen hebben soms meerwaarde, maar als standaardbemestingsmethode toepassen zorgt over meerdere seizoenen gezien voor meer schade dan dat het oplevert. Het is belangrijker dat de beschikbaarheid van nutriënten in de bodem voldoende is. Plantversterkers bewijzen onder bepaalde omstandigheden hun meerwaarde, maar zijn er niet om problemen op te lossen. Dat is de conclusie van Delphy adviseurs Roelof Naber en Harm de Boer na een aantal jaren testen van een reeks plantversterkers en bladmeststoffen in aardappelen. Onnodig bladmeststoffen geven heeft zelfs een negatief effect op de opbrengst. Van plantversterkers zijn geen negatieve effecten gevonden.

Tekort aan magnesium

Bij de bemestingsproeven is veel aandacht uitgegaan naar magnesium. Magnesium is volgens Naber op de noordelijke lichte gronden een beetje een vergeten element. In meer dan een kwart van de bladsapanalyses van aardappelen die Delphy afgelopen jaren uitvoerde, is een tekort aan magnesium gevonden. Een oorzaak is dat akkerbouwers bijna alle magnesiumhoudende meststoffen hebben vervangen door goedkopere varianten zonder of met minder magnesium. Daarnaast zijn telers meer gaan letten op de kalivoorziening en meer rundveemest en compost gaan geven, waardoor de kaligetallen oplopen. Een hoge kali-opname belemmert de opname van magnesium.

Oorzaak tekort

Het geconstateerde tekort aan magnesium in het bladsap was voor Delphy aanleiding om een aantal demo’s en proeven aan te leggen om te onderzoeken of een aanvulling in het seizoen zinvol is en op welke manier het tekort dan het best aangevuld kan worden. Er is gekozen voor zetmeelaardappelen, het belangrijkste gewas in het noordoostelijk zand- en dalgebied.

Op een aantal percelen met een lage magnesiumtoestand of een verwachte slechte opname van magnesium vanwege een hoog organische stofgehalte, is onbehandeld vergeleken met magnesiumnitraat als bladmeststof en de magnesiummeststof Kieseriet in korrelvorm. De hoeveelheid magnesium in het blad is bepaald via een bladsapanalyse.

Bladsapanalyse geeft inzicht in opname

Advies en onderzoeksorganisatie Delphy ontwikkelde voor aardappeltelers een bladsapanalyse. Deze analyse geeft de teler een goed beeld van de nutriëntenopname van zijn gewas. Eventuele tekorten zijn al vroeg zichtbaar zodat snel maatregelen genomen kunnen worden voordat de groei stokt. Bij een bladsapanalyse wordt het sap geanalyseerd op 20 elementen. De belangrijkste voor aardappelen zijn stikstof, kalium, magnesium, mangaan, fosfaat, calcium, chloor en zink.

De kracht van het systeem is volgens Naber dat een aardappelteler die vandaag de monsters verzendt, 2 dagen later een advies van zijn teeltbegeleider van Delphy in huis heeft. De streefwaarden van de verschillende elementen zijn door Delphy uit eigen onderzoek vastgesteld. Daarnaast ontwikkelde Delphy ook een bemestingsadvies op basis van de gevonden waarden. Belangrijk om tot het juiste advies te komen is dat er op de goede manier en op het juiste moment blaadjes worden geplukt. De kosten zijn volgens Naber een paar tientjes per perceel, dus daar hoeft een teler het niet om te laten.

Eerste conclusie

De eerste conclusie uit deze onderzoeken is dat een tekort in de bodemanalyse niet altijd leidt tot een tekort aan magnesium in het blad. Ook bleek dat bladsapanalyse een betrouwbare methode is om magnesiumgebrek op te sporen. Bij voldoende magnesium in het blad leidt een bladbemesting met magnesiumnitraat tot een lagere opbrengst. Een bemesting met Kieseriet leverde daar geen statistisch betrouwbare opbrengstverschillen.

Bij te weinig magnesium in het blad van de aardappelen had een magnesiumgift een duidelijk positief effect op de opbrengst. Bij een proef op zandgrond in het zetmeelaardappelras Altus gaf een magnesiumnitraatbemesting een € 550 tot € 650 per hectare hogere financiële opbrengst.

Effect van overbemesting

Delphy onderzocht op Vernieuwingsbedrijf Op de Es in Zeijen het effect van een overbemesting in zetmeelaardappelen met vloeibare stikstof in de vorm van NTS. Telers kiezen volgens Naber voor deze methode omdat de stikstof dan simpel met de ziektebestrijding meegespoten kan worden en nauwelijks extra arbeid kost. Meespuiten van 5 keer 10 kilo stikstof uit NTS per hectare kostte ten opzichte van een overbemesting met 50 kilo stikstof uit KAS 7% opbrengst. 11,7 ton zetmeel per hectare met bladbemesting tegen 12,6 ton zetmeel per hectare na een overbemesting met korrelmeststof. Naber en De Boer zien in de praktijk hetzelfde effect ook met andere bladmeststoffen. “Bij toepassing van bladmeststoffen sterft het gewas veelal eerder af. Alleen bij tekorten kan een bladbemesting zinvol zijn, omdat het gewas anders nog eerder afsterft.”

Resultaten

De resultaten zijn een gemiddelde van de rassen Altus, Avarna en Axion en laten allemaal dezelfde lijn zien. In de proeven is ook gekeken naar de resultaten van de totale stikstofgift aan de basis en een extra gift boven het advies.

Plantversterkers

Delphy wil ook graag uitgebreid onderzoek doen naar plantversterkers, het probleem daarbij is volgens Naber dat leveranciers van de meeste middelen niet erg genegen zijn om aan vergelijkende proeven mee te doen. Middelen waar wel onderzoek naar gedaan is, zijn Agronaps en Ocean Solution van het bedrijf AleOMenno. Agronaps zijn volgens de leverancier plantversterkende middelen afkomstig uit planten die de enzym- en stofwisselingsactiviteit van het gewas stimuleren. Voor aardappelen wordt de variant potavit gebruikt, dit moet bij een gewashoogte van 10 tot 15 centimeter en kort voor de knolzetting toegepast worden. Ocean Solution is een product dat er volgens de leverancier voor zorgt dat een plant efficiënter met mineralen omgaat. Dit wordt zowel in de rij als over het gewas gebruikt.

Extreem groeiseizoen

In 2017 zijn de producten in zetmeelaardappelen getest, maar dat leverde toen niets op. Het had ook geen negatief effect. De onderzoekers wijzen er wel op dat 2017 een bijna perfect groeiseizoen was. In het extreme teeltjaar 2018 daarentegen leverde een combinatie van deze producten wel tot een meeropbrengst aan zetmeelaardappelen van zo’n € 500 per hectare. Naber en De Boer zien dat effect in de praktijk ook bij andere plantversterkers. Hun algemene conclusie is hoe extremer het groeiseizoen en hoe schraler de grond hoe meer een plantversterker doet.

Eén reactie

  • propalm

    Elke keer gaat het in de discussie met bladmeststoffen over hetzelfde: opbrengstverhoging of het behouden van opbrengst met minder meststoffen. De onderzoekers willen een extreme reactie van de plant met veel minder gebruik (lees vervanging) van gewone meststoffen. Eigenlijk moeten bladmeststoffen altijd als aanvulling gezien worden voor gewone bodemtoepassingen, niet als vervanging. Bepaalde (sporen)elementen, denk aan Mangaan, zijn bovendien veel beter opneembaar en corrigeerbaar via het blad. Preventief mangaan gaan gebruiken via een bodemmeststof is niet effectief. Bladmeststoffen en zeker ook plantversterkers helpen planten ook om moeilijke (weers)omstandigheden langer te overbruggen, zodat de plant nadien sneller herstelt (als ze daartoe nog in staat is). Ook de vorm van de bladmeststof is belangrijk: sulfaten zijn relatief goedkoop, maar men heeft er 10 keer zoveel van nodig in vergelijking met bijvoorbeeld chelaten om dezelfde efficiëntie te bereiken. Chelaten werken ook in zuurdere of basische gronden langer en efficiënter. En dit zie ik zelden terug in de onderzoeken, wel in de parktijk. Men gooit met andere woorden alles maar op een hoopje...

Of registreer je om te kunnen reageren.