Akkerbouw

Achtergrond

Milieumeetlat van 2 kanten bekeken

Gewasbeschermingsmiddelen moeten op diverse criteria aan strenge normen voldoen, willen ze van het Ctgb een toelating krijgen. CLM stelt in de milieumeetlat de milieubelasting van deze middelen vast. Volgens Bayer stroken beide methoden om onduidelijke redenen niet altijd met elkaar.

De milieumeetlat bestaat al 25 jaar en dient als instrument om inzicht te geven in de milieubelasting van gewasbeschermingsmiddelen. Met de milieumeetlat kunnen telers het verschil in milieubelasting tussen de middelen zien en krijgen ze inzicht in welke mate duurzame maatregelen de milieubelasting verminderen.

Vaststellen van milieubelasting

Het vaststellen van de milieubelasting voert CLM autonoom uit op basis van informatie uit diverse bronnen, waaronder de toelatingsdossiers van het Ctgb. Het vaststellen van het aantal milieubelastingpunten (MBP’s) vindt plaats voor oppervlaktewater, bodemleven en grondwater. Voor alle 3 de criteria geldt dat het toekennen van 100 MBP’s betekent dat de toepassing geen schadelijke gevolgen heeft voor het milieu. De systematiek is ontwikkeld in samenwerking met wetenschappers en telers.

Met driftbeperkende spuittechnieken is de milieubelasting van gewasbeschermingsmiddelen te verminderen. - Foto: Stan Verstegen
Met driftbeperkende spuittechnieken is de milieubelasting van gewasbeschermingsmiddelen te verminderen. - Foto: Stan Verstegen

Maximaal 100 punten per criterium

Volgens de systematiek stelt CLM de milieubelasting vast van de middelen die door het Ctgb in Nederland zijn toegelaten. Toegelaten middelen voldoen aan de registratienormen die het Ctgb hanteert voor de effecten op oppervlaktewater, bodemleven en grondwater. Indien nodig staan er extra (drift-reducerende) maatregelen op het etiket. Bayer CropScience gaat ervan uit dat bij het toepassen van een middel volgens het etiket (dus volgens toelating) de milieubelasting maximaal 100 punten per criterium kan zijn.

Analyse portfolio Bayer

De uitleg van de door CLM toegepaste systematiek rond de MBP’s was een reden voor Bayer het eigen portfolio eens te analyseren. Daarbij bleek dat er volgens CLM 31 middelen van de fabrikant meer dan 100 MBP’s ‘scoorden’, terwijl ze wel volgens etiket zijn toegepast. Volgens Bayer kan dat niet kloppen omdat ze bij toepassing volgens het etiket aan de toelatingsnormen voldoen.

Score kan op onderdelen afwijken

Volgens CLM klopt dat wel, omdat 100 MBP’s per toepassing globaal de toelatingsnorm weerspiegelt. Omdat de milieumeetlat vereenvoudigd is, kan de score op onderdelen afwijken van de toelatingsbesluiten. Bij de laatste versie van de milieumeetlat zijn de MBP’s van 21 van de 31 middelen van Bayer, na uitvoerig commentaar, geactualiseerd. Bij de overige 10 middelen heeft de actualisatie niet tot aanpassingen geleid. Volgens Bayer blijft het onduidelijk waarom. Het bedrijf wijt dat aan gebrek aan inzicht in de door CLM gehanteerde beoordelingsmethode.

Het bevorderen van biodiversiteit is 1 van de methoden om de tuinbouw te verduurzamen. - Foto: Stan Verstegen
Het bevorderen van biodiversiteit is 1 van de methoden om de tuinbouw te verduurzamen. - Foto: Stan Verstegen

Organische stof

Verschil van inzicht tussen Bayer en CLM is er ook rond de beoordeling van het effect van het organischestofgehalte van de grondwaterberekeningen. Het Ctgb gaat in zijn toelatingsdossier uit van 3 tot 6% organische stof in de bodem, terwijl CLM nog de categorie 1,5 tot 3% onderscheidt. De grondwaterbeoordelingen kennen een getrapte beoordeling, waarbij het eerste model als een zeer sterke zeef werkt waar alleen stoffen doorheen komen die in Nederland niet uitspoelen.

Volgens Bayer lijkt het erop dat CLM in zijn beoordeling alleen werkt met dit eerste model en daarmee een complexe beoordeling te veel versimpelt. Een gecompliceerd model kan niet zonder validatie op 1 punt worden aangepast. Daarmee wordt tekortgedaan aan de complexe situatie in de bodem ten aanzien van uitspoelingsprocessen.

‘Gehanteerd rekenmodel te grof filter’

CLM geeft aan dat voor de beoordeling van het Ctgb en het toekennen van punten door CLM de internationaal geaccepteerde rekenmodellen worden gebruikt die deels worden ondersteund door meetgegevens en dat die modellen ook toepasbaar zijn voor organischestofgehaltes van 1,5 tot 3% om de uitspoeling te berekenen. Bayer zegt dat het gehanteerde rekenmodel een grof filter is. Bij mogelijke risico’s worden aanvullende studies geleverd die door CLM, gezien de vastgestelde MBP’s, niet zouden worden meegenomen. Dat leidt met name bij organischestofgehaltes onder 3% soms tot veel te hoge MBP’s.

Met phytobakken is de hoeveelheid restvloeistof die nog over het perceel moet worden verpreid drastisch te verlagen. - Foto: Stan Verstegen
Met phytobakken is de hoeveelheid restvloeistof die nog over het perceel moet worden verpreid drastisch te verlagen. - Foto: Stan Verstegen

Hoeveelheden boven de normen

Dat de kans op uitspoeling bij minder organische stof door minder binding en meer mobiliteit groter is, ligt wel voor de hand, maar de vraag is dan hoeveel groter die kans wordt ingeschat. CLM stelt dat uit onderzoek dat het heeft uitgevoerd in opdracht van provincies is vastgesteld dat de MBP’s bij gehaltes van 1,5 tot 3% voor de meeste stoffen goed overeenkomen met het daadwerkelijk aantreffen van de stoffen in het grondwater. Toch blijkt dat er ook middelen zijn die in de milieumeetlat goed scoren, maar desondanks in het oppervlakte- en grondwater worden teruggevonden in hoeveelheden die boven de normen liggen. Dat is dan juist een signaal voor provincies, waterschappen en drinkwaterbedrijven om aan de bel te trekken met het verzoek deze informatie in de milieumeetlat te verwerken. Het CLM gaat de komende periode na hoe hiermee om te gaan.

Effect op bestuivers

Bayer zet verder vraagtekens bij de beoordelingswijze van het effect op bestuivers zoals die zijn weergegeven met een A, B of C. Bij 12 producten van de firma staat er in de milieumeetlat een ‘B’ ten aanzien van bestuivers. De ‘B’ staat voor ‘beperkt inzetbaar in combinatie met bestuivers’; de ‘A’ voor ‘geen risico’s’ en de ‘C’ voor ‘onverenigbaar’. Ook hierbij is het volgens Bayer onduidelijk hoe CLM tot zijn indeling komt. CLM baseert zich onder andere op gegevens van Koppert Biological Systems, terwijl het onafhankelijke Ctgb bij die 12 producten geen enkele beperking op het etiket heeft gezet ten aanzien van bestuivers, omdat het Ctgb op basis van studies en blootstellingsroutes daarvoor geen noodzaak zag. De uitgebreide beoordeling door Europese en Nederlandse wetenschappers werkzaam bij de toelatingsautoriteiten zouden in deze leidend moeten zijn, vindt Bayer. Die dossiers bevatten uitgebreide wetenschappelijke informatie over de effecten op bestuivers. Op basis daarvan is het onjuist deze producten met een ‘B’ te beoordelen.

Het CLM kent middelen milieubelastingpunten toe voor hun al dan niet belastende effecten op het oppervlaktewater, bodemleven en grondwater. - Foto: Stan Verstegen
Het CLM kent middelen milieubelastingpunten toe voor hun al dan niet belastende effecten op het oppervlaktewater, bodemleven en grondwater. - Foto: Stan Verstegen

Pesticide Properties Database

CLM stelt in zijn reactie dat het Ctgb bij nieuwe middelen ook steeds kritischer naar de effecten op bestuivers kijkt en dat het dat bij zijn beoordeling zeker meeneemt. CLM hanteert verder gegevens over neveneffecten van Koppert en de in 2004 opgestarte onafhankelijke Pesticide Properties Database waarin ook fungiciden en herbiciden zijn opgenomen. Met name bij oudere middelen zijn minder dossiergegevens en vaak kwalitatief (‘er is een risico’), een reden om meerdere databases in de beoordeling te betrekken.

Risico hangt samen met toepassingswijze

De ‘B’ is een indicatie voor mogelijke risico’s, zegt CLM, want het werkelijke risico hangt ook samen met de toepassingswijze, bijvoorbeeld door te spuiten op een moment dat er geen bijen vliegen. Bayer geeft aan dat de toepassingswijze in de risicobeoordeling door het Ctgb wordt meegenomen en dat zij verplicht zijn nieuwe kennis of nieuwe gegevens uit onderzoek aan het Ctgb te leveren indien daaruit blijkt dat een product toch een potentieel risico voor bestuivers met zich meebrengt. Ook praktijkgevallen van schade aan bijenvolken moet gemeld worden.

‘Gewasbeschermingskennisbank NVWA niet goed onderhouden’

Ten slotte plaatste CLM gevarentekens om de toepasser erop te attenderen dat een milieuvriendelijk middel niet altijd risicoloos is voor de toepasser. Bayer stelt dat het risico dat CLM weergeeft meestal niet overeenkomt met de gevarentekens op het etiket. CLM bevestigt dat en geeft als reden dat de door hen gebruikte bron, de Gewasbeschermingskennisbank van de NVWA, niet goed onderhouden is. Daardoor loopt die kennisbank achter op de nieuwe etiketten. CLM heeft de gevarentekens inmiddels tijdelijk verwijderd en gaat de informatie over het risico voor de toepasser op korte termijn actualiseren.

Enkele voorbeelden

In de geactualiseerde milieumeetlat van 2019 paste de beoordelingscommissie van CLM voor meerdere middelen van diverse fabrikanten het aantal MBP’s op basis van nieuwe gegevens over de effecten op waterleven, bodemleven en grondwater aan. Soms betekent de herbeoordeling minder MBP‘s, soms meer. Soms is de bijstelling marginaal, soms zijn het echt grote aanpassingen. Dat deze aanpassingen zijn gemaakt zonder etiketwijzigingen vindt Bayer opmerkelijk. Volgens CLM is dat op basis van voortschrijdend inzicht gebaseerd op nieuwe toelatingsbesluiten van het Ctgb, maar volgens Bayer gaat het ook om aanpassingen bij middelen waarover het afgelopen jaar geen nieuwe besluiten door het Ctgb zijn gepubliceerd of waarover Bayer nieuwe studies heeft aangeleverd.

Onnodig in keuze beperkt

Bijstellingen naar beneden zijn in principe positief, maar dit betekent ook dat die middelen eerder als (veel) schadelijker zijn beoordeeld. Dat betekent dat iemand die rekening heeft gehouden met de (naar nu blijkt niet zo hoge) milieubelasting, onnodig in zijn keuze is beperkt. De kanttekening van Bayer is dat het instrument nu blijkbaar richting geeft aan keuzes die volgend jaar heel anders kunnen zijn. Dat geeft volgens hen onzekerheid en draagt niet bij aan het maken van keuzes in het voordeel van het milieu of ter bevordering van de biodiversiteit.

Grote bijstellingen kunnen leiden tot onzekerheid

CLM ziet ook dat grote bijstellingen kunnen leiden tot onzekerheid, maar in de systematiek van de milieumeetlat is gekozen voor het verwerken van informatie uit het nieuwste onderzoek. Bovendien is het aantal bijstellingen beperkt en doen ze recht aan onderzoeksinspanningen. Een bijstelling naar beneden geeft verder meer keuzemogelijkheid. De aanpak van het Ctgb om 15 jaar lang een toelating te baseren op verouderde gegevens, is voor een indicator als de milieumeetlat niet acceptabel. Bayer plaatst de kanttekening dat zij verplicht zijn resultaten van nieuwe studies aan te leveren. Als die nieuwe kennis bevatten, kan dat op korte termijn al leiden tot aanscherping van het bestaande etiket.

Daadwerkelijke duurzaamheid

Wat Bayer betreft, zouden de beoordelingscriteria en de berekeningsmethode van het CLM veel transparanter moeten zijn. Ze zijn meer dan 3 jaar in gesprek met CLM over de door Bayer geconstateerde tekortkomingen, maar hebben tot op heden geen inzicht in de gebruikte systematiek gekregen. Volgens CLM wordt al sinds de start van de milieumeetlat met alle firma’s gecommuniceerd en geven ze toelichting op de MBP’s. Volgens een check van Bayer bij een paar andere grote firma’s is dat niet het geval en is dat juist de transparantie waar ze om vragen.

Maatregelen op basis van daadwerkelijke milieubelasting

Bayer pleit er verder voor maatregelen te nemen op basis van daadwerkelijke milieubelasting, zoals die bekend is van middelen die in het grond- of oppervlaktewater gevonden zijn. Voor minder milieubelasting en het bevorderen van duurzame land- en tuinbouw ziet de firma meer in het inzetten van middelen op basis van waarschuwingssystemen, monitoringsystemen en waarnemingen dan op basis van de huidige milieumeetlat. Hierbij passen ook bovenwettelijke maatregelen om emissie te voorkomen en het treffen van maatregelen om biodiversiteit op agrarische bedrijven te bevorderen en ook daadwerkelijk te meten. Zo wordt er gewerkt aan geïntegreerde teeltsystemen met een oog op daadwerkelijke duurzaamheid in plaats van theoretische milieubelasting, stelt Bayer.

CLM zegt al sinds de opstart de geïntegreerde aanpak te stimuleren en dat een indicator als de milieumeetlat daarbij 1 van de instrumenten is. Uiteindelijk hebben CLM en Bayer over het te bereiken doel in ieder geval geen meningsverschil: een duurzame land- en tuinbouw met zo min mogelijk milieubelasting.

Of registreer je om te kunnen reageren.