Akkerbouw

Achtergrond

Snelle vooruitgang phytophthora-resistentie

Het aantal aardappelrassen met een phytophthora-resistentie groeit snel. Ook voor gangbaar heeft het voordelen. Goed resistentiemanagement is essentieel om resistenties te behouden.

Biologische aardappeltelers hebben het meeste belang bij een phytophthora-resistent aardappelras. Wanneer de agressieve schimmel al vroeg in het seizoen toeslaat, komt er geen opbrengst onder de aardappelen. Het telen van een resistent ras geeft de teler veel meer oogstzekerheid en voor de rest van de keten meer leveringszekerheid. Het is dan ook vooral de biologische sector die er hard aan werkt om nieuwe resistente aardappelrassen te kweken en te introduceren. Maar ook voor gangbaar is het ontwikkelen van phytophthora-resistente rassen belangrijk. De maatschappij wil naar een duurzamer landbouwsysteem, een wekelijkse bespuiting om phytophthora te voorkomen past daar niet zo goed bij.

Een phytophthora bespuiting in het resistente zetmaalaardappelras Avito. Om resistentiedoorbraak te voorkomen vraagt zo’n ras bij hoge ziektedruk een aanvullende bescherming. - Foto: Hans Banus
Een phytophthora bespuiting in het resistente zetmaalaardappelras Avito. Om resistentiedoorbraak te voorkomen vraagt zo’n ras bij hoge ziektedruk een aanvullende bescherming. - Foto: Hans Banus

In 2020 alleen resistente rassen

In de biologische aardappelteelt was afgelopen seizoen ongeveer de helft van het areaal phytophthora-resistent. Het streven is om in 2020 alleen nog maar resistente rassen te telen.

In de gangbare landbouw worden nog vrijwel geen phytophthora-resistente rassen gebruikt. De voordelen van minder bespuitingen wegen nog niet op tegen de nadelen op het gebied van opbrengst en verwerkingseigenschappen. Met een phytophthora-resistent ras kan ook eenvoudiger aan bijvoorbeeld eisen voor PlanetProof worden voldaan.

Alleen aardappelzetmeel bedrijf Avebe heeft met het ras Avito een zetmeelras in het pakket met een phytophthora-resistentie. Dit ras wordt inmiddels al 4 jaar commercieel geteeld en het areaal groeit jaarlijks.

Resistentiegenen beschikbaar

Via het veredelingsproject Bio-impuls zijn de bekende resistentiegenen beschikbaar gekomen voor alle kweekbedrijven. Met deze genen ontwikkelen de kweekbedrijven hun eigen rassen. Inmiddels is er een lijst van 22 zogenoemde robuuste aardappelrassen voor de biologische teelt. Daarvan hebben er 19 een resistentie tegen phytophthora. De andere 3 zijn robuust omdat ze erg vroeg zijn en er daarom al een opbrengst onder zit voordat phytophthora toeslaat.

Stapje terug

Om met voorrang een resistentie in te kweken hebben de meeste kwekers volgens Jan-Eric Geersing van aardappelhandelshuis Caithness bij de introductie van nieuwe rassen een stapje terug gedaan wat betreft de andere belangrijke eigenschappen. Dat zijn vooral bakkwaliteit en bewaarbaarheid. Voor tafelaardappelen is er nu al een vrij breed pakket, alleen is ieder segment nog niet jaarrond beschikbaar. Voor de fritesindustrie zijn er eigenlijk nog geen rassen die kunnen concurreren met de gangbare rassen. Daar moet nog een grote stap gezet worden.

Gebaseerd op 1 gen

Vrijwel alle kweekbedrijven hebben meerdere phytophthora-resistente rassen in de pijplijn die de komende jaren beschikbaar komen voor de commerciële teelt. Een risico bij de huidige generatie phytophthora-resistente rassen is dat de resistentie bij het grootste deel van de rassen gebaseerd is op 1 gen. Dat heeft als risico dat de resistentie van dit gen relatief makkelijk doorbroken kan worden.

Genen stapelen

Agrico heeft volgens Peter Dijk, manager consumptieaardappelen, een hele generatie nieuwe phytophthora-resistente rassen. Een aantal van deze ‘next generation’-rassen is al op de markt. Het bijzondere van deze rassen is dat de phytophthora-resistentie op verschillende genen is gebaseerd. Mocht er een gen minder effectief worden dan zijn niet meteen alle rassen verloren. Een enkel gen is volgens Agrico veredelaar Mariëlle Muskens een redelijk smalle basis. Om een duurzamere resistentie in te bouwen werkt Agrico daarom aan een volgende generatie rassen waarin meerdere resistentiegenen gestapeld zijn. Om zover te komen moet gebruik gemaakt worden van zogenoemde merkertechnieken. Het vraagt volgens Muskens een flinke investering om een merker voor ieder gen te ontwikkelen. Is een merker eenmaal ontwikkeld, dan kan in het laboratorium vrij eenvoudig bepaald worden welke genen in het kruisingsproduct zitten. Ook binnen Bio-impuls wordt gewerkt aan een stapeling van resistentiegenen in basismateriaal.

Resistentiemanagement

Voor het behoud van de resistenties is een effectief resistentiemanagement nodig. Het dringende advies aan telers is om een resistent ras goed te scouten en bij een infectie direct in te grijpen om te voorkomen dat een gemuteerde phytophthora-stam kans krijgt om zich te vestigen. Een tweede advies is om meerdere resistente rassen met verschillende resistentiegenen naast elkaar te telen om risico te spreiden en een eventuele doorbraak te temperen.

Aandeel robuuste rassen groeit snel

De ontwikkeling van phytophthora-resistente aardappelrassen is door samenwerking in de biologische sector snel gegaan. Als antwoord op de grote schade die phytophthora in 2016 aanrichtte in de biologische aardappelteelt, tekenden in 2017 28 biologische aardappelveredelaars, aardappeltelers en supermarktketens het convenant ‘versnelde transitie naar robuuste aardappelrassen’.

Belangstellende krijgen uitleg over de robuuste rassen op een Bionext demoveld. Verschillen in vatbaarheid voor phytophthora zijn in 2018 als gevolg van de zeer lage druk niet gevonden. - Foto: Kastermans Studio
Belangstellende krijgen uitleg over de robuuste rassen op een Bionext demoveld. Verschillen in vatbaarheid voor phytophthora zijn in 2018 als gevolg van de zeer lage druk niet gevonden. - Foto: Kastermans Studio

Met dit convenant wil de biologische sector schade door phytophthora in de toekomst voorkomen. Dat geeft de teler meer zekerheid op een opbrengst en geeft de keten daarachter de zekerheid van een betrouwbare stroom biologische aardappelen.

Aandeel robuuste rassen

Daarvoor is een groei van het aandeel phytophthora-resistente rassen noodzakelijk. Om dit proces te versnellen, hebben de convenantpartners afgesproken deze robuuste rassen voorrang te geven: bij de productie van pootgoed, bij de teelt en in het winkelschap.

Het aandeel robuuste rassen in de biologische aardappelteelt is van 30% in 2017 gestegen naar zo’n 50% in 2018. Projectleider Maaike Raaijmakers schat dat in 2019 afhankelijk van de retailer 65 tot 100% van de biologische aardappelen in het schap robuuste rassen zijn. De convenantpartners hebben de ambitie uitgesproken om in teeltjaar 2020 100% robuuste rassen te telen.

Demovelden

Om de landbouwkundige waarde en de robuustheid van de nieuwe robuuste rassen in de praktijk te laten zien, organiseert Bionext samen met de kweekbedrijven een aantal demovelden. Kweek- en handelsbedrijven kunnen hun rassen hiervoor aanmelden. Voor komend seizoen zijn er al 22 aardappelrassen aangemeld voor de demovelden.

Al 4 jaar ervaring met zetmeelras

Fabrieksaardappelverwerker Avebe heeft al meerdere jaren ervaring met het phytophthora-resistente zetmeelaardappelras Avito. In 2015 is het ras voor het eerst commercieel geteeld, gestart met 36 hectare bij 14 telers via 250 hectare in 2017 naar ruim 400 hectare afgelopen seizoen.

4 phytophthora-bespuitingen per seizoen

Avito heeft dan wel een resistentie, Avebe noemt het een verbeterde resistentie, maar moet bij een hoge phytophthoradruk nog wel beschermd worden om schade en resistentiedoorbraak te voorkomen. De ervaring is dat gemiddeld 4 phytophthora-bespuitingen per seizoen voldoen. Die spuitmomenten bepaalt Avebe Agro op basis van een phytophthora-adviesmodel van Dacom. Het spuitadvies van Avebe Agro is overigens geen vrijblijvend advies. Het is een gezamenlijk verantwoordelijkheid om zo lang mogelijk te kunnen profiteren van de verhoogde weerbaarheid. Avebe wil daarom ook niet dat er een te grote concentratie van het ras in een gebied komt. Een tweede ras is inmiddels in ontwikkeling dit komt naar verwachting over drie jaar voor telers beschikbaar.

Voordeel van € 275 per hectare

Een besparing van driekwart van de bespuitingen levert een voordeel op van globaal € 275 per hectare, arbeid niet meegerekend. De arbeidsfilm op het bedrijf kan veel vriendelijker worden. Je hoeft per seizoen maar 4 keer naar een perceel om tegen phytophthora te spuiten, in plaats van zo’n 12 keer.

Lees ook: Zo bestrijd je phytophthora en alternaria het best

Of registreer je om te kunnen reageren.