Akkerbouw

Achtergrond

‘Agrico is verlengstuk van het akkerbouwbedrijf’

Agrico wil groeien. Het pootgoedvolume moet verdubbelen. Het marktaandeel in tafelaardappelen moet verdrievoudigen. De leden investeren via een achtergestelde lening.

Aardappelcoöperatie Agrico heeft een nieuwe strategie opgesteld: Agrico 2030. Agrico wil groeien en de doelen zijn ambitieus. Zo moet het volume pootaardappelen dat Agrico wereldwijd verhandeld in 2030 zijn verdubbeld ten opzichte van nu. In Nederland moet het areaal pootaardappelen verder groeien, ten koste van concurrenten. Het marktaandeel op de Nederlandse afzetmarkt voor tafelaardappelen moet in 10 jaar groeien van 15% naar 50%.

Agrico doet veel investeringen in korte tijd

Agrico investeerde de laatste twee boekjaren € 5,8 miljoen. De coöperatie stak € 3,5 miljoen in het kweekbedrijf Agrico Research. Daar is een nieuwe kas gebouwd. En er zijn 384 zonnepanelen in gebruik genomen.

Foto: Ruud Ploeg
Foto: Ruud Ploeg

Het nieuwe kwaliteitscentrum van Agrico vergde een investering van € 2,3 miljoen. Sinds september 2018 beoordeelt Agrico daar alle monsters van poot- en consumptieaardappelen. Dit lopende boekjaar investeert Agrico € 2,7 miljoen in het verpakkingsbedrijf Leo de Kock. Het geld wordt onder andere besteed aan een nieuw magazijn en kantoor. Ook wordt de productieautomatisering geoptimaliseerd.

Agrico maakt duidelijke keuzes, vindt bestuursvoorzitter Adrie Vermeulen. “De groei is nodig om onze missie goed te volbrengen, namelijk een bijdrage leveren aan het inkomen van onze leden. Agrico is een verlengstuk van hun bedrijven. We blijven een coöperatie en we blijven ons alleen bezighouden met aardappelen. Geen peen of uien voor Agrico.”

Voor de groei in pootaardappelen kijkt Agrico vooral buiten de EU, zegt algemeen directeur Jan van Hoogen. “Er komen nieuwe afzetmarkten in Afrika en Azië door de groei van het aardappelareaal. Maar ook in een bestaande markt als de Verenigde Staten zien wij veel groeikansen.”

Lees verder onder de foto.

Jan van Hoogen (56, links op de foto) werkt sinds 1989 bij Agrico. Van Hoogen is sinds mei 2011 algemeen directeur, daarvoor was hij commercieel directeur. Adrie Vermeulen (60) heeft een akkerbouwbedrijf in Swifterbant. Vermeulen kwam eind 2011 in de toenmalige raad van beheer. In 2014 wijzigde Agrico de organisatiestructuur. Het coöperatiebestuur en de raad van commissarissen zijn een personele unie, het zijn dezelfde mensen. Vermeulen is sinds december 2016 voorzitter van het bestuur. - Foto: Ruud Ploeg
Jan van Hoogen (56, links op de foto) werkt sinds 1989 bij Agrico. Van Hoogen is sinds mei 2011 algemeen directeur, daarvoor was hij commercieel directeur. Adrie Vermeulen (60) heeft een akkerbouwbedrijf in Swifterbant. Vermeulen kwam eind 2011 in de toenmalige raad van beheer. In 2014 wijzigde Agrico de organisatiestructuur. Het coöperatiebestuur en de raad van commissarissen zijn een personele unie, het zijn dezelfde mensen. Vermeulen is sinds december 2016 voorzitter van het bestuur. - Foto: Ruud Ploeg

Agrico startte in voorjaar 2017 met de besprekingen over een nieuwe strategie. Waarom moest dat bijna 2 jaar duren?

Adrie Vermeulen: “Dat komt doordat alle geledingen van Agrico er direct bij zijn betrokken, zoals ledenraad, coöperatiebestuur, directie en het jongerencollege. Een breed gedragen strategie bouwen, kost veel tijd.”

Hoe zijn jullie te werk gegaan?

Jan van Hoogen: “We hebben eerst in beeld gebracht hoe de aardappelwereld er in 2030 uitziet. Dan is de wereldbevolking gegroeid. Het aardappelareaal is sterk gegroeid, vooral in Azië en Afrika, omdat de aardappel voedzaam is en duurzaam kan worden geteeld. En de vraag naar aardappelproducten neemt ook stevig toe. Agrico ziet daarom groeikansen. We hebben 6 perspectieven vastgelegd in het strategisch plan. Dat zijn pootaardappelen, consumptieaardappelen, onderzoek, duurzaamheid, vernieuwing en organisatie.”

Wat is het doel voor de pootaardappelen?

Van Hoogen: “Nederland is de grootste exporteur van pootaardappelen, maar het Nederlandse marktaandeel in het pootgoedverbruik is slechts 2%. Er wordt veel eigen geteeld pootgoed gebruikt. Daar is veel te winnen. Veel landen willen de aardappelteelt stimuleren om de voedselzekerheid te vergroten. Wij hebben de rassen en de teeltkennis. Agrico doet al mee aan diverse projecten in Midden- en zuidelijk Afrika. In Azië gaat het vooral om China en India. We verwachten dat Agrico in 2030 twee keer zo veel pootaardappelen kan verhandelen als nu. De groei zit vooral in de licentieteelt. We gaan per land bekijken of we daar zelf pootgoed laten telen. Maar ook in een afzetmarkt als de Verenigde Staten groeit Agrico. Het aandeel van geelvlezige aardappelen steeg daar in 20 jaar van 0 naar 10%. Daar hebben wij de geschikte rassen voor.”

En in Nederland?

Van Hoogen: “Ook hier willen we meer pootaardappelen laten telen. Er is geen ruimte voor extra areaal, dus dat moeten we afsnoepen van concurrenten. Dat lukt met een structureel betere pootgoedprijs, goede rassen en een goede service. Agrico groeit dit jaar in Nederland naar een record van ruim 14.000 hectare pootaardappelen. Ook in Frankrijk gaan we meer pootaardappelen telen, vooral voor de groeiende fritesindustrie in West-Europa.”

Als we niet ingaan op de eisen van afnemers, verliezen we afzetmarkten

Jullie noemen ook vernieuwing als speerpunt. Wat moet vernieuwd worden?

Van Hoogen: “We gaan actiever gegevens verzamelen voor marktverkenningen. Dat gebeurt nu te gefragmenteerd. We hebben 16 marktsegmenten benoemd. Op die kennis gaan we onze kweekdoelen baseren. Zo wil Algerije bijvoorbeeld grote tafelaardappelen en Europa juist kleinere voor kleinverpakkingen. De fritesindustrie wil juist weer grote aardappelen. De biologische markt wil vooral robuuste aardappelen die bestand zijn tegen phytophthora.”

Vermeulen: “Veel van onze kennis zit verspreid in de organisatie. Dat gaan we centraliseren. We gaan ons datasysteem vernieuwen. We gaan ook data voor teeltoptimalisatie verzamelen en terugkoppelen naar telers. Er zit een groot verschil in de prestaties van telers. Zo kunnen we achterblijvende telers beter ondersteunen.”

Agrico wil duurzaam werken, een ander onderdeel van de strategie. Wat gaan de telers daarvan merken?

Vermeulen: “We willen geen dictaat opleggen aan onze leden. Maar onze afnemers stellen eisen. Als we daar niet op ingaan, verliezen we afzetmarkten. Het is een gegeven dat de druk op milieubelasting vanuit de maatschappij groot is. Daarom passen onze robuuste ‘Next Generation’-rassen zo goed in dit streven. Afnemers kunnen minder strenge eisen stellen als onze telers minder chemische middelen hoeven te gebruiken.”

Van Hoogen: “Al onze telers moeten minimaal voldoen aan het akkerbouwcertificaat VVAK, ook de pootgoedtelers. Verder werken we met PlanetProof en het AH-protocol. Albert Heijn is een grote afnemer van onze tafelaardappelen. We benadrukken bij onze afnemers dat de administratie voor de telers beheersbaar moet blijven. Nu krijgen de telers nog een vergoeding voor die extra certificaten, maar straks wordt dat standaard. Dan vervalt de vergoeding. We gaan een aparte afdeling oprichten die zich bezig gaat houden met het kwaliteitsmanagement en die over de eisen praat met certificeringsorganisaties en afnemers.”

De leden snappen dat hun coöperatie moet investeren om toekomstige waardecreatie te realiseren

De strategie richt zich ook op research en development. Gaat Agrico nieuwe veredelingstechnieken toepassen, zoals Crispr-Cas?

Vermeulen: “Nee, dat doen we niet. Wat de EU toelaat, dat passen we toe. We evalueren ieder jaar of we dit beleid moeten bijstellen, omdat regels kunnen veranderen.”

Wat wil Agrico bereiken op de markt voor tafelaardappelen?

Van Hoogen: “Agrico vermarkt alleen in Nederland tafelaardappelen, vooral aan Albert Heijn. We zien de onderlinge afhankelijkheid toenemen. Afnemers kiezen steeds meer voor een beperkt aantal leveranciers, omdat ze zekerheid van levering willen. Bovendien moet de tracering op orde zijn. Wij verwachten dat ons huidige marktaandeel van 15% kan groeien naar 50% in 2030. Ook voor de biologische aardappelen verwachten we groei. We verhandelen nu rond 650 hectare biologische tafelaardappelen en 200 hectare biologische pootaardappelen. Ons marktaandeel is zo’n 60%. De groei zit vooral in biologische aardappelproducten, frites en chips. Die vermarkten we voor onze biologische leden. Doordat we robuuste rassen hebben die goed bestand zijn tegen phytophthora, neemt de leveringszekerheid toe voor onze afnemers. Dat verklaart de groei.”

Hoeveel gaat Agrico investeren in de nieuwe strategie?

Vermeulen: “We hebben € 3,5 miljoen geïnvesteerd in ons kweekbedrijf Agrico Research, binnenkort € 2,7 miljoen in ons pakbedrijf Leo de Kock en € 2,3 miljoen in ons nieuwe kwaliteitscentrum. Daarvan is € 2 miljoen opgebracht door de leden als achtergestelde lening. De rest is door een bank gefinancierd. Agrico heeft 752 leden-bedrijven. Dat is een investering van gemiddeld ruim € 2.600 per bedrijf. De leden snappen dat hun coöperatie moet investeren om toekomstige waardecreatie te realiseren.”

Wat gebeurt er als de doelen niet worden gehaald?

Vermeulen: “De strategie geeft een richting aan. We evalueren regelmatig de strategie en hoe die wordt uitgevoerd. De doelen kunnen tussentijds worden bijgesteld. Ze zijn niet in beton gegoten.”

Of registreer je om te kunnen reageren.