Akkerbouw

Achtergrond

Natuur inpassen in de bedrijfsvoering

Boelo Ten Have experimenteert met teeltmethoden waarbij hij de natuur helpt en de natuur hem zonder dat het ten koste gaat van het bedrijfsrendement.

De provincie Groningen wil dat akkerbouwers meer aan natuurinclusieve landbouw gaan doen. Boelo ten Have is een van de akkerbouwers die daar op zijn bedrijf invulling aan geeft. De ondernemer stelt daarbij voorop dat door de extensieve bouwplannen in het Oldambt met veel graan iedere boer wel doet aan natuurinclusieve landbouw. Akkervogels zoals de veldleeuwerik bijvoorbeeld hebben voldoende ruimte en rust om hun jongen groot te brengen. De spuitpaden in het graan gebruikt de veldleeuwerik als landingsbaan. “Binnen ons huidige teeltsysteem krijgt de natuur al wel ruimte, we hoeven dus niet vanaf nul te beginnen. Dieren krijgen bij ons meer rust dan in een biologische teelt.”

Boelo ten Have heeft een akkerbouwbedrijf op zware kleigrond met een typisch Oldambtster bouwplan met veel graan. - Foto's: Jan Willem van Vliet
Boelo ten Have heeft een akkerbouwbedrijf op zware kleigrond met een typisch Oldambtster bouwplan met veel graan. - Foto's: Jan Willem van Vliet

Terughoudend met chemie

Op zijn eigen bedrijf is Ten Have heel terughoudend met het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Hij gaat niet voor een maximale opbrengst maar voor een maximaal rendement. Voor de graanteelt schetst Ten Have twee uiterste strategieën: geen ziektebestrijding of standaard inzetten van chemie om aantastingen te voorkomen. Over meerdere jaren gezien leveren beide strategieën hetzelfde saldo. Ten Have zoekt daarin een middenweg, alleen spuiten als het echt nodig is en wel de hoogste opbrengst halen. “Daarvoor moet je het gewas goed monitoren en wat meer risico durven nemen.”

De structuur van de zware kleigrond is deze herfst erg mooi, maar wel kwetsbaar bij zaaien onder minder goede omstandigheden.
De structuur van de zware kleigrond is deze herfst erg mooi, maar wel kwetsbaar bij zaaien onder minder goede omstandigheden.

Aardige besparing

Over meerdere jaren gezien schat Ten Have dat hij een derde van zijn tarwe-areaal niet tegen ziekten spuit, een derde een keer en een derde twee keer. Afgezet tegen vier momenten waarop een ziektebestrijding nodig kan zijn, levert zijn strategie een aardige besparing op. Voor een fungicidebespuiting rekent de teler zo’n € 80 per keer. Je moet je volgens Ten Have dan ook niet druk maken om wat de buren ervan vinden. “Een haard gele roest in een verder gezond gewas valt wel op. Maar de opbrengstderving op een paar honderd vierkante meter weegt niet op tegen de kosten van een bespuiting van het hele perceel. Bij een aantasting wordt wel gespoten om uitbreiding te voorkomen.”

Minder onkruidbestrijding

In zijn suikerbieten ervoer Ten Have dat het met de onkruidbestrijding vaak wel wat minder kan. Door het koude voorjaar kwamen de bieten maar langzaam op gang en werden ze ook nog aangevreten door insecten. Over het verzwakte gewas wilde de teler geen onkruidbestrijding uitvoeren om nog meer groeiremming en plantuitval te voorkomen. Uiteindelijk zijn de bieten niet meer tegen onkruid gespoten. Dat zorgde wel voor wat onkruid tussen de bieten, maar volgens Ten Have heeft dat nauwelijks opbrengst gekost.

De niet-geploegde grond krijgt een mooie structuur waarin het bodemleven, waaronder regenwormen, zich goed thuis voelt.
De niet-geploegde grond krijgt een mooie structuur waarin het bodemleven, waaronder regenwormen, zich goed thuis voelt.

Minimale grondbewerking

Op een strook van 6 hectare is Ten Have 12 jaar geleden begonnen met een no-till-proef. Op deze strook teelt hij zonder enige grondbewerking alleen graan. Voor het zaaien bewerkt hij de oude stoppel 3 centimeter diep met de kopeg met direct daarachter een gewone kouterzaaimachine.

Het eerste jaar kostte dat 25% van de opbrengst, vanaf het vierde jaar ligt de tarwe-opbrengst gelijk of hoger dan van de geploegde grond. De eerste jaren duurde het wat langer voordat het water na een heftige bui weggezakt was, Ten Have heeft de indruk dat het water nu door wormgangen en krimpscheuren zelfs sneller wegzakt dan in de geploegde grond. Verder viel het op dat het organischestofgehalte van de hele bouwvoor in vier jaar 25% steeg, van 3,5 naar 4,5%. Daarna bleef het stabiel.

De teler is zeer tevreden over de resultaten. Ook de draagkracht van de grond is door de stevige wortelmassa erg hoog. Het spuitspoor is in de grond niet weer te vinden.

Duist niet voldoende te bestrijden

De reden dat de ondernemer niet met z’n hele bedrijf naar no-till omschakelt is dat duist in dit systeem niet voldoende te bestrijden is. Door het hogere organischestofgehalte werken de middelen tegen duist minder goed en een vals zaaibed maken past niet bij no-till. Daarom is hij een deel van zijn proef weer gaan ploegen.

Duist is in het Oldambt met veel granen in het bouwplan een lastig onkruid. Op de strook met ingewaaide duist zaait Ten Have geen tarwe om daar het onkruid goed te kunnen bestrijden.
Duist is in het Oldambt met veel granen in het bouwplan een lastig onkruid. Op de strook met ingewaaide duist zaait Ten Have geen tarwe om daar het onkruid goed te kunnen bestrijden.

Luzerne tegen duist

Om duist binnen het bouwplan de baas te blijven onderzoekt Ten Have twee opties. De eerste is de teelt van luzerne. Dit teelt hij als vergroeningsgewas. Dit blijft 3 jaar staan en hierin is duist goed te bestrijden en krijgt het geen kans om uit te zaaien. Wellicht is luzerne een mooi startgewas om een no-till-systeem te starten. Het gewas laat een mooie structuur en een diep bewortelde grond achter. Een vraag is nog hoe lang de duistpopulatie dan onder controle blijft. Een andere onzekerheid is nog wat een bietenteelt doet met het no-till-evenwicht. Zaaien ziet Ten Have niet als probleem. Bij de oogst moet de rooier toch door de grond.

Het perceel waar de luzerne staat is al 12 jaar niet geploegd. Dat zorgt voor een stevige bovengrond waar de oogstmachines van de drogerij nauwelijks sporen achterlaten.
Het perceel waar de luzerne staat is al 12 jaar niet geploegd. Dat zorgt voor een stevige bovengrond waar de oogstmachines van de drogerij nauwelijks sporen achterlaten.

Inzaaien van gras-klavermengsel

De tweede optie is het inzaaien van een gras-klavermengsel. Om dit te testen zaaide Ten Have dit najaar 2,5 hectare met dit mengsel in. Deze pilot wordt begeleid door het Louis Bolk Instituut en de Agrarische Natuurvereniging Oost Groningen (ANOG). Het idee is om de gras-klaver een paar keer te maaien voordat de duist in de aar komt. Een deel blijft één jaar staan, de rest twee jaar. Aan het eind van het seizoen wordt de helft geploegd en daarna tarwe ingezaaid, de andere helft wordt chemisch afgebrand en daarna volgens het no-till-systeem ingezaaid met tarwe. De verschillende objecten worden door de onderzoekers beoordeeld op effect op duist, bodemkwaliteit en opbrengst van het volggewas.

Of registreer je om te kunnen reageren.