Akkerbouw

Achtergrond

Aardappelmoeheid blijft aandacht vragen van telers

Aardappelmoeheid blijft aandacht vragen. De NVWA overweegt meer bestrijdingsmogelijkheden te erkennen.

Een efficiënte bestrijding van aardappelmoeheid (AM) blijft van groot belang voor de pootaardappelsector. Zeker nu een nieuw virulent Globodera rostochiensis aaltje is gevonden in de Veenkoloniën. Een paar jaar geleden is daar ook al een virulent G. pallida aaltje gevonden. De globodera aaltjes veroorzaken aardappelmoeheid (AM).

Dit werd meegedeeld op een telersbijeenkomst in Uithuizen van de LTO-werkgroep Pootaardappelen. Het wordt telers van zetmeelaardappelen aangeraden het perceel waar ze hun pootgoed telen te onderzoeken op AM. Dat beperkt de kans op verspreiding.

Aaltjes verspreiden zich via besmette grond

Volgens regiomanager Jan Eggo Hommes van de keuringsdienst NAK kunnen AM-aaltjes zich verspreiden via besmette grond. “Zo’n besmetting wordt vaak pas opgespoord na meer dan 10 jaar”, zei hij in Uithuizen. “Een kleine besmetting moet eerst groter worden voordat het wordt gevonden bij de bemonstering. Uit onderzoek blijkt dat als 1 kilo besmette grond met 100 AM-cysten ergens op een perceel terecht komt, dat het officiële extensieve AM-onderzoek een kans heeft van 29% om die plek op te sporen. Bij het vrijwillige intensieve onderzoek is dat 93%.”

De NAK heeft 53.324 hectare grond in 2018 onderzocht op AM. Hommes: “Dat betrof 10.938 percelen. Op 5,9% van de percelen werden cysten gevonden met een levende inhoud. Dat betrof totaal 1.368 hectare.”

Lees verder onder de foto

De NAK heeft 53.324 hectare grond in 2018 onderzocht op AM. Op 5,9% van de percelen werden cysten gevonden met een levende inhoud. Dat betrof totaal 1.368 hectare. - Foto: Mark Pasveer
De NAK heeft 53.324 hectare grond in 2018 onderzocht op AM. Op 5,9% van de percelen werden cysten gevonden met een levende inhoud. Dat betrof totaal 1.368 hectare. - Foto: Mark Pasveer

Geen sorteer- of zeefgrond terugbrengen naar het perceel

Telers wordt aangeraden geen sorteer- of zeefgrond terug te brengen naar het perceel. In het Plan van Aanpak Aardappelmoeheid is een proef uitgevoerd, zei projectleider Jeroen Kloos in Uithuizen. “Het blijkt dat het onder water zetten (inundatie) van deze grond in een kuil erg goed werkt tegen de AM-aaltjes. Dan moet de grond wel een paar maanden onder water staan.”

Resistent ras telen

Telers kunnen ook andere maatregelen nemen om een AM-besmetting te bestrijden. Het telen van een resistent ras wordt het meest gedaan (97,4%). Daarna volgen inundatie (1,4%) en het telen van een vanggewas aardappelen (1,1%). De fytosanitaire autoriteit NVWA erkent vanaf 2014 inundatie als bestrijdingsmaatregel tegen AM. Grondontsmetting wordt nauwelijks meer toegepast (0,1%), nadat de wetgeving in 2014 is aangescherpt. Het telen van raketblad helpt ook tegen AM, maar er is sinds 2017 geen zaad meer beschikbaar.

Voorjaarsgewas aardappelen telen

Telers kunnen ook een voorjaarsgewas aardappelen telen. Die mogen maximaal 40 dagen groeien en moeten uiterlijk 21 juni dood zijn gespoten. Het gewas lokt de larven uit de cysten. Het lokgewas wordt doodgespoten voor de aaltjes zich kunnen vermeerderen. Dan vinden de larven geen voedsel meer en sterven af.

Het grote nadeel is dat op het perceel geen ander gewas geteeld kan worden. Daarom overweegt de fytosanitaire autoriteit NVWA om ook een lokgewas aardappelen toe te staan in de zomer, na bijvoorbeeld de vroege oogst van een wintergraan, zei NVWA-medewerker Bert Waterink in Uithuizen. “We kijken nog naar de voorwaarden. Er zijn bijvoorbeeld minimaal 9 planten per vierkante meter nodig. Dan raakt de grond voldoende doorworteld zodat zo veel mogelijk larven uit de cysten worden gelokt.”

Of registreer je om te kunnen reageren.