Akkerbouw

Achtergrond 1 reactie

Groenbemesters hebben grote invloed op aaltjespopulatie

De juiste keus voor een groenbemester kan over het hele bouwplan gezien een meeropbrengst van zo’n € 300 per hectare opleveren.

Een langetermijn-bodemgezondheidsproef van Wageningen UR op proefbedrijf Vredepeel in Limburg toont aan dat de keus voor een passende groenbemester financieel voordeel oplevert. Op de lichte grond is binnen een bouwplan met aardappelen, zomergerst, mais, peen, erwten en lelie onderzocht wat het effect van verschillende groenbemesters is op de aaltjespopulatie en daarmee op de gewasopbrengst.

Meeropbrengst 5% bij aardappelen, 15% bij lelies

In een van de onderzoeken is gekeken naar het effect van groenbemester op de ontwikkeling van het wortellesieaaltje Pratylenchus penetrans en het effect daarvan op de gewasopbrengst. De ‘standaard’ groenbemester rogge is voor het onderzoek vervangen door Japanse haver, die in tegenstelling tot rogge P. penetrans niet vermeerdert. Bij lelies leverde dat een 15% hogere opbrengst en bij aardappelen 5% meeropbrengst.

Bij snijmais en peen is ook een meeropbrengst gevonden, alleen bij peen is het verschil statistisch niet betrouwbaar. Gemiddeld over de onderzoeksperiode kwam de financiële opbrengst in het systeem met Japanse haver als groenbemester volgens WUR-onderzoeker Johnny Visser € 300 per hectare hoger uit dan bij zaaien van rogge als groenbemester.

Lees verder onder de foto.

Tagetes is een van de groenbemesters die in de bodemgezondheidsproef op WUR-proefboerderij Vredepeel in het onderzoek ligt. - Foto: Koos Groenewold
Tagetes is een van de groenbemesters die in de bodemgezondheidsproef op WUR-proefboerderij Vredepeel in het onderzoek ligt. - Foto: Koos Groenewold

Lagere besmetting

Verder wordt nog gekeken naar het effect van andere groenbemesters en organische reststromen op de P. penetrans-populatie. Vergeleken met braak zorgen tagetes, biologische en chemische grondontsmetting voor een lagere besmetting. Chitine en compost zitten globaal op hetzelfde niveau als braak.

Een gras-klavergroenbemester en een mengsel van 14 soorten groenbemesters zorgt voor een toename van de aaltjespopulatie. Eén waardplant in een breed mengsel kan volgens Visser al zorgen voor vermeerdering van aaltjes.

Compost geen meerwaarde bij trichodoriden

In dezelfde proef is ook gekeken wat de groenbemesters en organische reststromen doen op trichodoriden. Vergeleken met braak laten alleen biologische en chemische grondontsmetting een grotere afname van de populatie zien. Toedienen van compost had wat dit aaltje betreft geen meerwaarde. Ook hier zorgde het groenbemestermengsel voor een forse toename van trichodoriden.

Vermeerdering

In een tweede deelonderzoek is gekeken naar het effect van groenbemesters op de chitwoodi-populatie en de knolaantasting bij aardappelen door dit aaltje. De teelt van Japanse haver op een licht besmet perceel geeft een enorme vermeerdering van het aaltje en zorgt ervoor dat de aardappelen die daarna geteeld worden door de knolaantasting voor de fritesverwerking gedeclassificeerd worden.

De groenbemester Borago of komkommerkruid blijkt hetzelfde effect te hebben als het braak laten liggen van het perceel, een afname die gelijk is aan de natuurlijke sterfte.

Groenbemesterkeuze is een enorme puzzel

De keus voor de ideale groenbemester is niet eenvoudig. Er zijn veel doelen waarvoor een groenbemester ingezet wordt, zoals:

  • aaltjesbestrijding,
  • organischestofproductie,
  • bufferen van mineralen,
  • onkruidonderdrukking of
  • het oplossen van structuurproblemen.
Het nieuwe Handboek Groenbemesters geeft erg veel informatie over de verschillende aspecten van groenbemesters.
Alleen een beslisboom om telers te helpen een keus te maken, is nog niet in het handboek opgenomen. Deze is nog in ontwikkeling. De keus is vooral lastig wanneer plantparasitaire aaltjes in het spel zijn. Dat is met name op de Zuidoostelijke zandgronden meer regel dan uitzondering. Op percelen waar schadelijke aaltjes voorkomen, is het effect op de aaltjespopulatie een belangrijk argument om voor een bepaald soort te kiezen. Een verkeerde keus maakt het probleem alleen maar groter. Een probleem is dat de keuze in groenbemestersoorten hard groeit en dat nog niet van alle soorten de aaltjeswaardplantstatus bekend is.

Eén reactie

  • agratax(1)

    Hoe komt het dat we zo'n moeite hebben met "Wat is de beste teelrotatie en welke groenbemesters passen in mijn bouwplan. Een jaar of 50 geleden werd bij de plantenteelt deze problematiek reeds besproken en had ieder handboek een op de praktijk ervaring geente tabel. Laten we zeggen onze voorouders en ouders hadden kennis van bodem gerelateerde ziektes en plagen en hoe ze in de hand te houden zonder chemie. Nu de chemie op zijn retour is en we met niet wenselijke gewasrotaties zitten, die we om economische redenen hebben toe moeten passen. Moeten we ons via groenbemesters "behelpen" of in allerlei ongewenste bochten wringen om er het beste van te maken. Misschien is het tijd voor een ander landbouw beleid, waarbij de bodem voorop staat en ede overheid zijn verantwoording in dezen neemt, waarbij regelgeving samen gaat met vergoeding voor deze extra inspanning.

Of registreer je om te kunnen reageren.