Akkerbouw

Achtergrond

Uitzondering voor Cruiser zat er toch niet in

Hoewel landbouwminister Schouten van meet af aan zei geen vrijstelling voor neonicotinoïden te willen geven, werd er toch een vrijstelling aangevraagd. Deze week besloot de minister de vrijstelling niet te geven.

Toen het langverwachte en omstreden verbod op de neonicotinoiden vorig jaar werd afgekondigd, werd in de suikersector meteen de stormbal gehesen. Aanvankelijk was nog geprobeerd de besluitvorming in de Europese Unie te beïnvloeden. Maar op 27 april was duidelijk: het verbod was definitief.

Risico’s van neonicotinoïden

Kamerleden Helma Lodders (VVD) en Maurits von Martels (CDA) probeerden gezamenlijk minister Carola Schouten op een andere koers te zetten. Maar de minister hield vast aan haar standpunt. Zij volgde haar adviseurs van het College voor de Toelating van Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden (Ctgb) en de Europese Voedselveiligheidsautoriteit Efsa. De risico’s van neonicotinoïden voor bijen en andere verstuivers waren van dien aard, dat toelating van neonicotinoïden in onder andere de bietenteelt niet langer verantwoord was.

Bestuurlijk overleg

De Nederlandse suikerbietensector vroeg meteen overleg aan met de minister. Het duurde ruim 2 maanden, tot begin juli 2018, voor het eerste (ambtelijk) overleg plaatsvond. Daar werd besloten het overleg naar een hoger plan te tillen – een zogenoemd bestuurlijk overleg. Opnieuw gingen 2 zomermaanden verloren. Het bestuurlijk overleg vond in september plaats.

De Nederlandse suikerbietensector vroeg meteen overleg aan met de minister.  - Foto: Mark Pasveer
De Nederlandse suikerbietensector vroeg meteen overleg aan met de minister. - Foto: Mark Pasveer

Cosun vraagt vrijstelling voor Cruiser SB

De minister maakte daar duidelijk dat zij niet van zins was een tijdelijke vrijstelling te geven voor middelen met neonicotinoïden als werkzame stof. Toch besloot Cosun een vrijstelling voor Cruiser SB aan te vragen, een middel met de neonicotinoïde thiamethoxam als werkzame stof. Daarna belandde het verzoek bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. De NVWA kwam tot de conclusie dat er wel een landbouwkundige noodzaak was voor een vrijstelling. Daarmee leek de weg open voor de tijdelijke toelating van Cruiser SB, omdat minister Carola Schouten in haar communicatie met de Tweede Kamer steeds had benadrukt dat een vrijstelling alleen kon worden gegeven bij een landbouwkundige noodzaak.

Ingewikkelde voorwaarden

Maar het vaststellen van de landbouwkundige noodzaak was maar een deel van het advies. Het Ctgb stelde op 21 december dat een tijdelijke vrijstelling van Cruiser SB alleen verantwoord was als er strenge eisen werden gesteld aan de teelt van volgende gewassen op het betreffende perceel. Die voorwaarden waren zo ingewikkeld dat er noch voor de akkerbouwer, noch voor de controlerende NVWA mee te werken viel, concludeerde de minister. En dus besloot ze begin deze week geen vrijstelling te geven.

Vrijstelling voor andere insectenbestrijder

Maar, zo stelde ze in antwoord op Kamervragen van Lodders en Von Martels, er is nog wel de mogelijkheid voor een vrijstelling voor een andere insectenbestrijder. Dat alternatieve werkzame stoffen misschien wel schadelijker zijn voor het milieu dan neonicotinoïden, neemt ze daarbij voor lief. Het is nu eenmaal zo dat bij de beoordeling van toegelaten werkzame stoffen niet gekeken wordt naar de schadelijkheid van eventuele alternatieven. Dat daar een punt van zorg zit in de Europese besluitvorming, heeft de minister ook duidelijk gemaakt toen er besloten werd over een verbod op neonicotinoïden.

Lees meer over neonicotinoÏden

Of registreer je om te kunnen reageren.