Akkerbouw

Achtergrond

Plantgezondheid achilleshiel voor pootgoedsector

In de pootgoedsector draait het om de plantgezondheid. Voor erwinia, chitwoodi en aardappelmoeheid zijn plannen van aanpak gemaakt. Vooral de toename van aardappelmoeheid is erg zorgelijk.

Nederlands pootgoed heeft een goed imago in het buitenland. In het binnenland is echter wel eens discussie over de kwaliteit. De opkomstproblemen in het voorjaar van 2016 en 2018 leidden tot veel ongenoegen bij de telers van consumptieaardappelen. Het Ketenproject Verbetering Pootgoedkwaliteit probeert de oorzaak te achterhalen en antwoorden te vinden hoe de kiemkracht van pootaardappelen beter te voorspellen is.

Actieplannen voor 3 belangrijkste ziekten

Daarnaast zijn voor de 3 belangrijkste ziekten in de pootgoedsector actieplannen gemaakt door de Brancheorganisatie Akkerbouw. Er zijn plannen van aanpak voor de erwinia-bacterie, voor de Meloïdogyne-aaltjes chitwoodi en fallax en voor aardappelmoeheid (AM). Elk plan heeft een looptijd van 3 jaar en de BO investeert per plan € 1 miljoen. Het geld is afkomstig uit de financiële reserves die de aardappeltelers hebben opgebouwd bij het Productschap Akkerbouw, dat 1 januari 2015 is opgeheven.

75% van het S-pootgoed is latent besmet met erwinia

Vierde plan gericht op stengelaaltjes

De BO werkt nog aan een vierde plan van aanpak dat is gericht op stengelaaltjes, zegt Edwin de Jongh, onderzoekscoördinator van de BO en adviseur van de stuurgroepen die de plannen van aanpak uitvoeren. “Voor het stengelaaltjesproject willen we de laatste reserves van het productschap gebruiken. Vanaf 2018 kan de BO bijdragen innen bij akkerbouwers om collectief onderzoek te financieren.”

Erwinia in een aardappelplant. De bacterieziekte is grillig. Gezonde knollen kunnen zieke planten geven en uit besmette knollen kunnen gezonde planten groeien. - Foto: Jan Willem Schouten
Erwinia in een aardappelplant. De bacterieziekte is grillig. Gezonde knollen kunnen zieke planten geven en uit besmette knollen kunnen gezonde planten groeien. - Foto: Jan Willem Schouten

Over erwinia valt nog veel te leren

Het plan van aanpak voor erwinia is vooral gericht op het vergaren van meer kennis over de bacteriën die zwartbenigheid en stengelnatrot veroorzaken in aardappelen. Over erwinia valt nog veel te leren, zegt Jeroen Kloos, projectleider van de 3 BO-projecten. “Zelfs schone miniknollen kunnen erwinia oplopen. Dat roept de vraag op hoe de bacterie zich verspreidt. Gaat dat via de lucht of alleen via de bodem? In Schotland is aangetoond dat regenwater de bacterie kan bevatten. Is dat een verspreidingsroute? Kunnen insecten de bacterie verspreiden? Kan de bacterie overwinteren? Kan het zijn dat de bacterie altijd aanwezig is in de grond en dat de omstandigheden, zoals temperatuur en vocht, bepalen in welke mate aardappelplanten ziek worden? Er zijn heel veel vragen waar we meer over willen weten.”

Erwinia beheersbaar maken

Het is van groot belang voor de aardappelsector om erwinia in toom te houden, vindt Kloos. “Er worden veel pootaardappelen in klasse verlaagd of zelfs afgekeurd vanwege erwinia. En de opkomst van consumptieaardappelen kan sterk verminderen door erwinia. Dat berokkent de aardappelsector veel schade. Het uiteindelijke doel van het plan van aanpak is om erwinia beheersbaar te maken.”

Uit eerdere projecten is gebleken dat bedrijfshygiëne een belangrijke rol speelt om schade door erwinia te beperken, zegt De Jongh. “Maar ook dat geeft geen garantie dat de bacterie weg blijft.”

Een medewerker van IsaCert NAK Agro bemonstert grond voor een test op Meloïdogyne chitwoodi of Meloïdogyne fallax. Brussel ziet de aaltjes als quarantaine-organismen. - Foto: Diederik van der Laan
Een medewerker van IsaCert NAK Agro bemonstert grond voor een test op Meloïdogyne chitwoodi of Meloïdogyne fallax. Brussel ziet de aaltjes als quarantaine-organismen. - Foto: Diederik van der Laan

Plan voor meloïdogyne-aaltjes chitwoodi en fallax broodnodig

Het plan van aanpak voor de meloïdogyne-aaltjes chitwoodi en fallax is ook broodnodig. Van de monsters die de keuringsdienst NAK onderzoekt, is ieder jaar 1,5% tot 2,5% besmet met deze quarantaine-organismen. Door deze Q-status moet Nederland maatregelen nemen tegen de aaltjes. Bij een vondst wordt een cirkel van een kilometer getrokken rond de vindplaats, waar binnen alle pootaardappelen worden getest. De cirkels blijven en er komen voortdurend nieuwe bij, zegt Kloos. “Daarom wordt steeds meer pootgoed geteeld binnen deze cirkels. Inmiddels is dat 10% van het totale pootgoedareaal. Een partij aardappelen met Meloïdogyne chitwoodi of M.fallax mag niet worden gebruikt als pootgoed. En ook de verplichte onderzoeken kosten de telers veel geld.”

Inunderen doodt aaltjes voor 100%

In het plan van aanpak wordt gekeken welke planten waardplanten zijn van de meloïdogyne-aaltjes. Kloos: “We testen dat bij bijna 20 akkerbouwgewassen en groenbemesters. Als bepaalde gewassen of groenbemesters resistent blijken, heb je een middel tegen deze aaltjes in handen. We weten dat inunderen (onder water zetten) de aaltjes voor 100% doodt. We gaan onderzoeken in hoeverre we met een CATT-behandeling aardappelknollen kunnen genezen van chitwoodi. CATT staat voor Controlled Atmosphere Temperature Treatment. Zo’n behandeling doodt inderdaad de chitwoodi in de knol, maar de knol ondervindt er ook schade van. Verder richt het plan van aanpak zich op de genetische samenstelling van de aaltjes. Het inbouwen van resistenties in aardappelrassen tegen meloïdogyne-aaltjes staat nog maar aan het begin.”

De zeer sterke toename van zwaar met AM besmette percelen in korte tijd is heel zorgelijk

Jeroen Kloos, projectleider van de 3 BO-projecten

Laatste 2 jaar forse toename aardappelmoeheid

Het meest bezorgd is Kloos over aardappelmoeheid (AM). In het teeltgebied van zetmeelaardappelen zijn virulente AM-aaltjes gevonden op percelen waar resistente rassen zijn geteeld. “Van 1998 tot 2012 zagen we een afname van percelen met een zware AM-besmetting door het telen van resistente rassen. Vanaf 2012 zien we een lichte toename. Maar de laatste 2 jaar is die toename heel sterk. De stichting TBM onderzoekt een vast aantal percelen op AM. Twee jaar geleden was 1% tot 1,5% zwaar tot zeer zwaar besmet. Nu is dat al 20% van de percelen. Zo’n 20% is licht besmet en 40% is vrij bevonden. Zo’n sterke toename van zwaar besmette percelen in een korte tijd is heel zorgelijk. De pootgoedsector is erg bezorgd dat deze virulente AM-aaltjes zich verder verspreiden naar de pootaardappelgebieden.”

Teeltbeschermingsmaatregelen Zetmeelaardappelen

TBM staat voor Teeltbeschermingsmaatregelen Zetmeelaardappelen. Onder de TBM-pootgoedregeling mogen zetmeelaardappeltelers pootgoed voor eigen gebruik vermeerderen tegen minder zware eisen dan de NAK hanteert voor de B-klasse. Het TBM-bestuur vindt dat telers het pootgoed alleen op percelen moeten telen die vrij zijn bevonden van AM. Bemonstering is echter niet verplicht. Kloos schat dat de helft van de percelen voor de teelt van TBM-pootgoed worden bemonsterd op AM. “We hopen dat dat dit jaar naar 80% stijgt.”

In het potje zitten AM-aaltjes met een knolletje van een aardappelras. Met deze rassentoets wordt bepaald in hoeverre dit ras resistent is tegen aardappelmoeheid. - Foto: Frank Uijlenbroek
In het potje zitten AM-aaltjes met een knolletje van een aardappelras. Met deze rassentoets wordt bepaald in hoeverre dit ras resistent is tegen aardappelmoeheid. - Foto: Frank Uijlenbroek

Tussenteelt van AM-vanggewas

Het plan van aanpak heeft als doel de verspreiding van AM te beperken totdat rassen zijn gekweekt met resistenties tegen de virulente aaltjes. Kloos: “Dat duurt nog wel een jaar of 10. We weten dat het inunderen van grond bijna 100% doding geeft van de aaltjes en de cysten. We gaan nu het effect onderzoeken van een tussenteelt van een AM-vanggewas. Met een vanggewas lok je de aaltjes uit de cysten, die daarna afsterven door een gebrek aan voedsel. De vraag is of dat in de vruchtwisseling in de plaats kan komen van een gewas met een lager saldo.”

Aardappelopslag verwijderen met robot

Ook aardappelopslag is een groot probleem, stelt Kloos. “Door de opslag teel je 1-op-1 aardappelen. Handmatig verwijderen is veel werk. We gaan onderzoeken of aardappelopslag met een robot is te verwijderen. In Denemarken is al een robot ontwikkeld die dat autonoom op een perceel kan doen. Verder willen een demoproject opzetten op praktijkbewdrijven om telers te laten zien wat je in je bedrijfsvoering kunt doen om aardappelmoeheid beheersbaar te houden. Dat is nodig om de productiviteit van de zetmeelaardappelsector te behouden.”

Goed imago maakt pootgoedsector groot

Het vertrouwen in de kwaliteit van het uitgangsmateriaal heeft de Nederlandse pootgoedsector groot gemaakt. 10 jaar geleden werd van oogst 2008 bijna 662.000 ton verkocht aan andere landen. De oogst van 2017 leverde een export op van bijna 811.000 ton. Dat is een groei van 23% in 10 jaar. Ook de efficiënte afstemming tussen vraag en aanbod helpt mee om de pootgoedsector financieel rendabel te houden. Dat was wel eens anders. Rond 2005 werd net als nu meer dan 40.000 hectare pootaardappelen geteeld. Maar toen bracht het pootgoed de teler niet meer dan € 15 tot € 20 per 100 kilo op. De laatste jaren ligt de prijs tussen € 25 en € 30, met soms uitschieters boven de 3 tientjes.

Oorzaken

Daar zijn een aantal oorzaken voor. De graanprijzen waren over het algemeen laag de laatste jaren. Daardoor groeide het areaal consumptieaardappelen, waardoor de vraag naar pootgoed toenam. Ook de groeiende fritessector zorgde voor meer vraag naar pootaardappelen. En de overzeese gebieden kopen meer pootgoed omdat ook daar het aardappelareaal steeds meer uitdijt.

Pootgoed van beschermde aardappelrassen

Daarnaast wordt steeds meer pootgoed geteeld van beschermde aardappelrassen. Daar vangen de handelshuizen licenties voor en dat verhoogt hun uitbetalingscapaciteit aan de telers. Bovendien geven beschermde rassen meer mogelijkheden vraag en aanbod op elkaar af te stemmen. En handelshuizen sluiten contracten met de aardappelverwerkers voor het leveren van pootgoed. Dat voorkomt overaanbod, hetgeen zwaar op de prijzen zou drukken.

Of registreer je om te kunnen reageren.