Teeltoptimalisatie met hulp van precisietechniek - Boerderij.nl
Akkerbouw

Achtergrond

Teeltoptimalisatie met hulp van precisietechniek

Akkerbouwbedrijf Thes Agro poot fritesaardappelen op variabele afstand, dit jaar is ook Urean variabel toegediend. Dat levert een kwalitatief betere aardappel.

Bij akkerbouwbedrijf Thes Agro maakt Johan van der Wekken al voor het derde jaar gebruik van taakkaarten om op basis daarvan de fritesaardappelen op variabele afstand te poten. De taakkaarten zijn gemaakt door toeleverancier Van Iperen. Volgens Specialist Precisielandbouw Anthon Slootweg zijn deze kaarten samengesteld op basis van gratis beschikbare openbare data zoals grondsoortenkaarten, topografische kaarten, hoogtekaarten en satellietbeelden.

Johan van der Wekken (37), Burgh Haamstede (Zld). Binnen Thes Agro is Johan van der Wekken verantwoordelijk voor de toepassing van precisielandbouwtechnieken. De zwaarte van de klei- en zavelgrond varieert van 15 tot 60% afslibbaar. Het bouwplan bestaat uit fritesaardappelen, tarwe, graszaad, suikerbieten, zaaiuien, plantuien, luzerne en blauwmaanzaad. - Foto's: Anton Dingemanse
Johan van der Wekken (37), Burgh Haamstede (Zld). Binnen Thes Agro is Johan van der Wekken verantwoordelijk voor de toepassing van precisielandbouwtechnieken. De zwaarte van de klei- en zavelgrond varieert van 15 tot 60% afslibbaar. Het bouwplan bestaat uit fritesaardappelen, tarwe, graszaad, suikerbieten, zaaiuien, plantuien, luzerne en blauwmaanzaad. - Foto's: Anton Dingemanse

Potentiekaart

Door bundeling van alle beschikbare gegevens ontstaat een zogenoemde potentiekaart. Deze geeft aan op welke delen van het perceel gewassen het beste kunnen groeien. Belangrijke factoren daarbij zijn de zwaarte van de grond en de vochtvoorziening. Op zwaardere grond is de knolzetting minder, zodat nauwer gepoot moet worden. Maar: als de vochtvoorziening niet optimaal is, moet weer ruimer gepoot worden omdat de planten dan niet alle knollen kunnen grootbrengen. Thes Agro beschikt voor alle percelen over deze basiskaarten. Per bewerking wordt een taakkaart afgeleid. Dat doet Van Iperen.

Voorbeelden van basiskaarten waar Thes Agro mee werkt. Op basis van deze kaarten varieert de pootmachine plantafstand en hoeveelheid stikstof.
Voorbeelden van basiskaarten waar Thes Agro mee werkt. Op basis van deze kaarten varieert de pootmachine plantafstand en hoeveelheid stikstof.

Plaatsspecifiek optimale pootafstand berekenen

Voor de aardappelen wordt het optimale aantal stengels per vierkante meter bepaald, dat is de basis voor het aantal knollen dat een plant vormt. Zodra het pootgoed binnen is, doet Van Iperen een kiemtest om te bepalen hoeveel stengels een knol kan vormen. Op basis daarvan wordt dan plaatsspecifiek de optimale pootafstand berekend. Uit de berekening rolt dan ook meteen de benodigde hoeveelheid pootgoed. In de 3 jaar dat zo wordt gewerkt, heeft Van der Wekken ervaren dat de standaard geadviseerde hoeveelheid pootgoed vaak te weinig is voor een optimale teelt. Met deze kennis kan het beschikbare pootgoed beter worden ingezet.

Bedrijfsleider Bart van der Wekken beoordeelt samen met Johan van der Wekken de groei van een perceel Innovator fritesaardappelen. Afstemmen van pootafstand op bodemkwaliteit zorgt voor een egaler gewas.
Bedrijfsleider Bart van der Wekken beoordeelt samen met Johan van der Wekken de groei van een perceel Innovator fritesaardappelen. Afstemmen van pootafstand op bodemkwaliteit zorgt voor een egaler gewas.

Voldoende variëren

De praktische uitvoering van deze vorm van precisielandbouw ziet Van der Wekken absoluut niet als een drempel om nieuwe technieken uit te proberen. “Overzetten van taakkaarten naar de boordcomputer vraagt de eerste keer wel veel tijd, maar je wordt er steeds handiger in. De pootmachine doet vervolgens precies wat hem opgedragen wordt.”

Bij de Agria’s bijvoorbeeld hanteert Van der Wekken een plantafstand tussen de 25 en 33 centimeter. Je moet volgens de teler wel voldoende variëren in afstand om resultaat te boeken. ”1 of 2 centimeter in pootafstand variëren heeft weinig zin.”

Urean ook variabel

Naast de pootafstand varieert Van der Wekken dit seizoen voor het eerst de stikstofgift bij het poten. Daarvoor bouwde hij een extra tank met pomp en kouters op de pootmachine om de Urean dicht bij de knol in de grond te kunnen brengen. Alle percelen krijgen voor het poten een basis stikstofgift naar behoefte van ras en perceel. Tijdens het poten komt daar 100 liter Urean met 30% stikstof per hectare bij. De variatie in gift is ongeveer 50%. Voor Urean wordt dezelfde taakkaart gebruikt als voor de pootafstand. De hoogpotentiële delen van het perceel krijgen meer, omdat daar meer knollen gevoed moeten worden.

Pootmachine. Van der Wekken bouwde er een installatie op om Urean plaatsspecifiek in de rug toe te dienen.
Pootmachine. Van der Wekken bouwde er een installatie op om Urean plaatsspecifiek in de rug toe te dienen.

Ook de randen van de percelen krijgen bij het poten wat extra stikstof. Bij het meten van de opbrengsten bleek namelijk dat de randen altijd achterblijven bij de rest van het perceel. Van der Wekken heeft daar als verklaring voor dat ondanks gebruik van kantstrooiapparatuur aan de randen altijd wat minder kunstmest komt.

Resultaat meten

Thes Agro oogst al 2 seizoenen met opbrengstmeting op de aardappelrooier. Dan kom je er volgens Van der Wekken achter dat de opbrengstvariatie binnen een perceel veel groter is dan je zou verwachten. Om niet ongeloofwaardig over te komen, wil hij liever niet zeggen welke verschillen hij heeft gezien. “Hou het maar op een variatie van 30 tot 100 ton per hectare bij een gemiddelde opbrengst van 50 ton. En die 100 ton is zonder kluiten!”

Kosten vallen mee

De verschillen zijn een extra stimulans om door te gaan met plaatsspecifieke teeltverbeteringen. Voor de kosten hoef je het niet te laten, rekent Van der Wekken globaal voor. Hij schat de extra investering voor een pootmachine die variabel kan poten, en de variabele dosering van kunstmest en nematiciden op zo’n € 10.000. Reken een afschrijvingsperiode van 5 jaar en een areaal van 100 hectare dan komt dat neer op € 20 per hectare.

Dat levert het zeker op aan betere aardappelen en een hogere opbrengst. Hoeveel meer kan de teler nog niet zeggen, daarvoor zijn de seizoenen en de percelen te verschillend. Van Iperen heeft als doelstelling om met dit systeem, op langere termijn en verder doorontwikkeld, een opbrengstverhoging van 10 ton per hectare te halen. Wat Van der Wekken al wel ziet is dat de afgeleverde partijen fritesaardappelen uniformer en beter van kwaliteit zijn.

Of registreer je om te kunnen reageren.