Akkerbouw

Achtergrond 1 reactie

‘Graszaadteelt is aantrekkelijker geworden’

Marc van Vooren heeft de positie van graszaad in het zuidwestelijke bouwplan zien veranderen. “Op de korte en langere termijn is graszaad aantrekkelijker geworden.”

De relatieve concurrentiepositie van de graszaadteelt in Nederland, en vooral die in het Zuidwesten, is de afgelopen decennia verbeterd. Dat zegt Marc van Vooren. Hij is akkerbouwer in Sluis en landbouwkundige bij DSV Zaden Nederland.

Als een belangrijke verklaring voor die verbetering noemt hij de consolidatieslag die in de graszaadsector heeft plaatsgevonden. “Pakweg 30 jaar geleden had je een stuk of 7 Nederlandse graszaadveredelingsbedrijven die hier de markt bepaalden. Nu zijn het 3 wereldspelers die veredelen en de teelt goeddeels in handen hebben: DLF, Barenbrug en DSV Zaden.”

Tekst gaat verder onder foto

Marc van Vooren van DSV Zaden: "Het lukt hier gemiddeld genomen gewoon goed." - Foto's: Peter Roek
Marc van Vooren van DSV Zaden: "Het lukt hier gemiddeld genomen gewoon goed." - Foto's: Peter Roek

Laat-schietende Engels Raai

“Wat je ziet, is dat die grote bedrijven precies daar hun soorten vermeerderen waar dat het beste gaat. Voor ons betekent dit dat we roodzwenk in Oregon, in de Verenigde Staten, vermeerderen, onder andere Veldbeemd in Denemarken en dat we in Zuidwest-Nederland, meer specifiek hier in het Zeeuws-Vlaamse, bepaalde laat-schietende soorten Engels Raai zijn gaan telen.”

‘Hier in Sluis zitten we altijd het eerst op de T-som 300’

“Juist die latere soorten passen goed tussen intensieve gewassen van tegenwoordig, die laat het veld ruimen. Je kunt ze in november nog zaaien. Want doordat hier in Zeeuws-Vlaanderen de natuur vroeg op gang komt, komen deze soorten vroeg los. Ze hebben daardoor meer groeiproductiedagen tot het door de daglengte bepaalde doorschieten van de aren. Hier in Sluis zitten we altijd het eerst op de T-som 300. ”

Gemiddeld droge en koele junimaand

Wat volgens Van Vooren in Zeeuws-Vlaanderen de graszaadteelt extra aantrekkelijk maakt, is een gemiddeld droge en koele junimaand. “Het lukt hier gemiddeld genomen gewoon goed. Al hadden we in 2017 juist een heel droge, hete juni. Er was toen al zowat 9 maanden geen regen gevallen. Het zaad is toen wel te fijn geweest.” 2018 daarentegen, met warm maar niet te heet bloeiweer in juni, geeft ondanks de droogte en hitte van juli en augustus gemiddeld tot zelfs ver bovengemiddelde opbrengsten.

Tekst gaat verder onder foto

Inspectie van een perceel Engels Raai graszaad op verkeerde grassen in IJzendijke (Zld).
Inspectie van een perceel Engels Raai graszaad op verkeerde grassen in IJzendijke (Zld).

Het graszaadareaal in Nederland bedraagt momenteel 13.000 hectare. Na de natte herfst 2010 was in 2011 het areaal 10.000 hectare groot, in 2003 was het 20.000 hectare. Van de huidige landelijke 13.000 hectare is ruwweg 10.000 hectare Engels raaigras, 1.500 hectare Rietzwenk en voor de rest wat Roodzwenk, Veldbeemd en Italiaans en Westerwolds raaigras. DSV Zaden heeft ongeveer een kwart van het landelijke areaal.

Saldoconcurrentie

Vraag is dan in hoeverre de graszaadteelt kan concurreren met die van de vrij risicoloze wintertarwe. “Qua saldo kom je met laat schietende raaigrassoorten, maar ook wel met rietzwenk en de fijne soorten roodzwenk en veldbeemdgras voor zodeteelt, tot € 500 boven wintertarwe uit. Er is een goede vraag naar sportveldmengsel en mengsels voor hoogwaardige graszodenteelt, en uiteraard hoogwaardige componenten voor voedergraslandmengsels. ”

‘Een graszaadzode laat meer organische stof en een fijner verdeelde beworteling achter dan wintertarwe’

“Daar komt dan de meerwaarde voor de bodem bij. Een graszaadzode laat meer organische stof en een fijner verdeelde beworteling achter dan wintertarwe. Je houd een meer doorlatende bodem over. Dat op zich al heeft de graszaadteelt aantrekkelijker gemaakt. Zeker de late soorten.”

Graszaadteelt gaat meetellen in vergroening

Wat verder telt, is dat in 2019 graszaadteelt in de vergroening gaat meetellen. Na de oogst kan een perceel dan tot oktober blijven liggen en dan worden geploegd, of blijven liggen voor een tweedejaarsteelt. “Op zware grond is het normaal gesproken nogal moeilijk om een geslaagde groenbemester te telen.”

Waarmee Marc van Vooren alles bij mekaar maar gezegd wil hebben: graszaad is in de huidige, intensieve bouwplannen zo gek nog niet. “Ik weet het”, voegt hij eraan toe, “ik sta er niet onafhankelijk in. Maar zo is nou eenmaal het verhaal.”

Eén reactie

  • akkerbouwer

    Als je het inspectiewerk niet aan kan kun je nog altijd paus worden

Of registreer je om te kunnen reageren.