Akkerbouw

Achtergrond

Zoet water voor akkerbouw langs Waddenkust

Het systeem voor de ondergrondse opslag van zoet water is inmiddels praktijkrijp. Hiermee kan verzilting in de landbouw de kop in worden gedrukt.

“Mijn droom is dat agrariërs langs de hele Waddenkust zijn voorzien van eigen zoetwateropslag.” Dat zegt Jouke Velstra, directeur van watersysteemspecialist Acacia Water. Stapje bij beetje komt de droom dichterbij. Dit gebeurt in het project Spaarwater. “Verzilting is een groeiend probleem langs de kustlijn, dat besef begint echt wel te landen”, merkt Velstra. “We hebben methodes ontwikkeld om agrariërs van zoet water te voorzien. Die zijn praktijkrijp.”

De oplossing is tweeledig; zout water wegdrukken met het juiste drainagesysteem en ondergrondse opslag van zoet water. Die 2 technieken, gebaseerd op tegendruk geven aan zout water, kunnen mooi samenkomen. In de winter water opsparen dat je in de zomer kunt gebruiken. Doorgaans valt er meer dan genoeg regen daarvoor, zegt Velstra.

Het systeem heeft inmiddels een realistisch boerenprijsniveau – ‘vergelijkbaar met de kosten voor beregening; zo’n € 300 per hectare per jaar’ – en er is op proefniveau voldoende kennis opgedaan om het in de praktijk tot een succes te maken. Zo zijn er concrete plannen om heel Texel op deze manier van zoetwateropslag te voorzien.

De aanleg van peilgestuurde drainage. Aanpassingen aan drainage kunnen zout water verdringen uit de bovenste bodemlaag. - Foto: Bert Jansen
De aanleg van peilgestuurde drainage. Aanpassingen aan drainage kunnen zout water verdringen uit de bovenste bodemlaag. - Foto: Bert Jansen

De techniek

Het principe van het systeem is eenvoudig: in de diepe ondergrond berg je zoet water, in zogenaamde zoetwaterbellen, zodat je het beschikbaar hebt in droge periode. Technisch is het ook niet heel ingewikkeld: regenwater wordt met de bestaande drainage opgevangen en via de verzamelbuis naar een put geloodst. Daar wordt zout en zoet water gescheiden; zout water wordt afgevoerd via de sloot en het zoete water wordt – na aanvullende kwaliteitscontroles – de bodem ingepompt. De zoetwaterbel vormt zich in de bodem door zout water weg te drukken. De eerstvolgende fase in het project is het opschalen van pilot- naar bedrijfsniveau. Een tussenstap daarin is agrariërs te laten meten hoe zout de bodem nou werkelijk is. Hiervoor ontwikkelt Acacia Water een handzame en betaalbare EC-meter, die het zoutgehalte meet. Want globaal heeft Acacia Water de zoet-zoutverdeling in kaart, maar een preciezer beeld geeft meer handvatten. Het kan collega’s ook inzicht geven in hoe verzilt de regio – vrij ongemerkt, want je ziet het niet – eigenlijk is. Zodra het Spaarwater-systeem op bedrijfsniveau is ingevoerd, fungeren die bedrijven als voorbeeld voor collega’s.

Jouke Velstra van Acacia Water met de nieuwe EC-meter waarmee je met de smartphone metingen kunt doen. - Foto: Paul Dijkstra
Jouke Velstra van Acacia Water met de nieuwe EC-meter waarmee je met de smartphone metingen kunt doen. - Foto: Paul Dijkstra

Proeflocaties

Spaarwater heeft 4 proeflocaties. Op 2 plekken gaat het om verziltingsbestrijding en optimalisatie van zoetwater met drainage. Op de andere 2 plaatsen gaat het om ondergrondse opslag op 10 tot 30 meter diepte en wordt bekeken of boeren zelfvoorzienend kunnen worden met zoet water. Op dezelfde locaties wordt ook bekeken hoe zuinig met dat zoete water kan worden omgegaan met bijvoorbeeld dripirrigatie. Nu heeft dripirrigatie zich (nog) niet als wondertechniek bewezen. Wel als arbeidsintensief en duur, maar ook zeker met potentie. Acacia Water zit op een nieuwe koers; het zoete water via de drainage beschikbaar maken voor de planten. Dit heet subirrigatie. “De plant gebruikt wat hij nodig heeft, dat is heel effectief. En je maakt gebruik van de drainage die er al ligt, wat relatief goedkoop is.”

De juiste manier van draineren is maatwerk. In de strijd tegen verzilting zijn er 2 manieren; bestaande drainage aanpassen of drainage dieper aanleggen, zodat met een wat hoger waterpeil in het perceel druk wordt uitgeoefend op de zoute ondergrond. Zo wordt de zoetwaterlens vergroot. Resultaten komen sneller dan gedacht. Een aangename verrassing. “Wij dachten dat effecten zo’n 10 jaar op zich zouden laten wachten, maar binnen 5 jaar is het doel op de proeflocaties al geslaagd. Je dringt zout water terug.”

Kosten en baten

Tegelijk met de praktische onderzoeken voert Acacia Water een ‘maatschappelijke kostenbaten-analyse’ uit. “Wat kost het en wat levert het de boer én de waterbeheerder op. Wij kijken daarom ook wie wat zou moeten betalen, wat eerlijk is. Toen we begonnen was het ondergrondse opslag systeem, geplukt uit de glastuinbouw, behoorlijk duur. We hebben het enorm vereenvoudigd en zodoende de kosten gehalveerd. Dat was nog niet voldoende. Maar als we het systeem op de ideale schaal van 100 hectare toepassen, kunnen we nog een halvering realiseren en daarmee wordt het haalbaar voor de gemiddelde akkerbouwer. Het kost dan net zoveel als beregening.”

Door de systeemgerichte drainagetechnieken stroomt er minder zout water af naar de sloten, schetst Velstra. “Dat scheelt de waterschappen aanvoer van zoet water voor het doorspoelen van het watersysteem, voor een lager zoutgehalte. Wij overleggen veelvuldig met boeren en overheden over de voordelen en verantwoordelijkheden. Ook de financiële. Misschien kunnen waterschappen bijdragen aan de aanleg van de systemen.”

Meedoen voor inzicht

Wie ook vreest voor – enige mate van – verzilting kan dit jaar in pilots en anders vanaf 2019 meedoen met het het initiatief Boeren Meten Water. Met meten wordt inzicht verworven. Dit is een initiatief van Acacia Water, LTO Noord, Deltaplan Agrarisch Waterbeheer en de waterschappen Wetterskip Fryslân en Noorderzijlvest. Met de laagdrempelige meetapparatuur die wordt ontwikkeld, kunnen boeren hun eigen situatie in kaart brengen. De verzameling data dient tevens een groter geheel: het gebied in kaart brengen. “Agrariërs weten vaak niet wat er speelt in hun perceel en wat ze kunnen doen. Toen we 10 jaar geleden begonnen, had niemand last van verzilting. Maar niemand wist ook echt wat het was.”

Meten is weten. Cliché, maar waar. Voor de stap daarna wordt een beslisschema ontwikkeld dat helpt bij een plan van aanpak. Binnen enkele maanden is het allemaal beschikbaar. Het wordt eerst op pilotniveau getest. “Rustig beginnen. Zodat de praktijk straks met een goed systeem aan de slag kan. Niet alleen het meten, ook de interpretatie gaan we organiseren. Het project begint nu echt vorm te krijgen, te leven. Het gaat snel nu.”

Kans voor beregenen van pootgoed in bruinrotgebieden

Spaarwater maakt het beregenen van pootaardappelen op termijn weer mogelijk in het Noorden, door het gebruik van ondergrondse opslag. Ziektekiemen zoals bruinrot en erwinia sterven daar naar verwachting namelijk af. Het principe is een verblijftijd door een bodempassage.

“We weten dat het kan”, zegt Jouke Velstra. “De techniek is niet nieuw, maar wordt sinds jaar en dag gebruikt bij voor drinkwater zowel in Nederland als wereldwijd”, legt hij uit. “Als water een bepaalde periode in de grond zit, wordt het zuurstofloos en overleven schadelijke bacteriën het niet. Daar hebben we het met de NVWA over gehad. Voor het beregenen van pootgoed moet echter – vanwege de risico’s – wetenschappelijk worden aangetoond dat de bruinrotbacterie helemaal afsterft bij gebruik van ondergrondse opslag.”

Daar zijn 2 promovendi aan de TU Delft in samenwerking met Acacia Water op gezet. Zij zijn met behulp van een NWO financiering in de zomer van 2017 met het onderzoek begonnen, samen met de Universiteit Utrecht en DLO Wageningen. Het onderzoek neemt zo’n 4 jaar in beslag. Daarna kan de mogelijke goedkeuring worden ingezet.

Of registreer je om te kunnen reageren.