Akkerbouw

Achtergrond

‘Steun aan bietentelers moet anders’

11 EU-lidstaten steunen de bietenteelt financieel. Wageningen Economic Research adviseert Brussel het beleid om te gooien. “De steun verstoort de concurrentie en ondermijnt de onderlinge relaties tussen lidstaten.”

Akkerbouwers in 19 EU-lidstaten telen bieten. In 11 lidstaten krijgen zij steun, de zogenoemde vrijwillige gekoppelde steun. De subsidie is de Nederlandse akkerbouworganisaties LTO en NAV een doorn in het oog. Zij beschouwen het als oneerlijke concurrentie. Als lidstaten hun platteland leefbaar willen houden, moeten ze dat maar betalen uit de tweede pijler van het gemeenschappelijke landbouwbeleid (plattelandsontwikkeling) en niet uit de eerste pijler (inkomensondersteuning), zo is de gedachte.

1,7 miljoen hectare suikerbieten in EU

LTO en NAV zien hun opvatting gesteund door een studie van Wageningen Economic Research (WER). Die is uitgevoerd in opdracht van de Duitse brancheorganisatie Wirtschaftliche Vereinigung Zucker. De akkerbouwers in de EU telen 1,7 miljoen hectare suikerbieten. Op bijna 500.000 hectare ontvangen akkerbouwers gekoppelde steun.

‘De suikerbietensteun varieert van € 81 per hectare in Finland tot € 784 in Roemenië’

Tekst gaat verder onder de foto.

Bietenoogst. De (financiële) steun voor de bietenteelt moet anders, concluderen onderzoekers van WER. - Foto: Henk Riswick
Bietenoogst. De (financiële) steun voor de bietenteelt moet anders, concluderen onderzoekers van WER. - Foto: Henk Riswick

De studie focust zich op oogst 2015. In dat jaar is € 174 miljoen als gekoppelde steun uitbetaald aan bietentelers in 11 lidstaten. Uit de studie blijkt dat de steun varieert van € 81 per hectare in Finland tot € 784 in Roemenië. Gemiddeld ligt de steun op € 354 per hectare. In Finland is de steun ongeveer 5% van de bietenprijs die de telers ontvangen. In Roemenië is dat bijna de helft.

WER trekt 3 conclusies

De onderzoekers van WER trekken 3 conclusies uit hun bevindingen:

  1. Een deel van de steun komt niet terecht bij de akkerbouwers die het geld het hardst nodig hebben. Dat komt omdat de lidstaten de steun aan alle bietentelers geven, en niet alleen aan telers in de armlastige regio’s. Het geld gaat dus voor een deel naar akkerbouwers die ook zonder die steun bieten zouden blijven telen.
  2. De tweede conclusie is dat de steun de suikermarkt verstoort. Veel akkerbouwers telen extra bieten vanwege de subsidie en het verlaagt hun kostprijs. Dat voordeel hebben de akkerbouwers niet in de 8 lidstaten die de bietenteelt niet steunen. Bovendien verhoogt de steun de bietenproductie in de EU met 1,3%, heeft WER berekend. Het extra aanbod drukt de bietenprijs in de EU met 4,5%, waar ook de telers in die 8 lidstaten last van hebben.
  3. Tot slot stellen de onderzoekers dat de steun helemaal niet nodig is om de bietenteelt overeind te houden in die regio’s en zo suikerproducenten van de noodzakelijke grondstoffen te voorzien. Ook zonder steun is de bietenteelt aantrekkelijk. Bij bieten verdienen de akkerbouwers zonder steun gemiddeld € 700 per hectare meer dan bij de graanteelt. Het verschil met koolzaad is € 600.

‘Financiële steun alleen waar dat echt nodig is’

WER raadt Brussel dan ook aan het beleid voor de vrijwillige gekoppelde steun te herzien in het nieuwe gemeenschappelijke landbouwbeleid, schrijven de onderzoekers. “De toekenning van de steun moet beperkt worden tot regio’s binnen landen waar dat echt nodig is. Dit voorkomt oneigenlijke concurrentie en ondermijning van de onderlinge relaties tussen lidstaten.”

Of registreer je om te kunnen reageren.