Akkerbouw

Achtergrond

De toekomst van de vlasteelt in Nederland

De vraag naar vlasvezels groeit. Dat duwt de prijzen omhoog. Maar vlasverwerker Van de Bilt verwacht slechts een beperkte groei van het areaal.

De opslagschuur van Van de Bilt Zaden en Vlas in Sluiskil (Zld.) is slechts voor de helft gevuld met grote balen vlasvezels. Er is namelijk veel vraag naar vlasvezels. Dat heeft directeur Eugenie van de Bilt wel eens anders meegemaakt. “In 2009 zat de schuur tot de nok toe vol. Toen kregen we pas op 5 december onze eerste opdracht om vlasvezels te leveren. Door de bankencrisis was de vlasmarkt ingestort. Met als gevolg erg lage prijzen. De situatie is nu anders. Er zijn vrijwel geen voorraden meer in Europa. En de prijzen zijn daardoor ook een stuk beter. De vlassector kan verder groeien. De vraag naar linnen stijgt.”

Oogst van vlas. De plant wordt met wortel en al uit de grond getrokken. Maaien van vlas lukt niet omdat de vezel te taai is, waardoor de maaimachines vast kunnen lopen. Trekken geeft bovendien een hogere vezelopbrengst. - Foto: Jan Zandee
Oogst van vlas. De plant wordt met wortel en al uit de grond getrokken. Maaien van vlas lukt niet omdat de vezel te taai is, waardoor de maaimachines vast kunnen lopen. Trekken geeft bovendien een hogere vezelopbrengst. - Foto: Jan Zandee

Vlasteelt in Europa

Vlas wordt in West-Europa geteeld in Frankrijk, België en Nederland. Vorig jaar is ongeveer 117.000 hectare vlas geteeld in deze drie landen, het grootste areaal in deze eeuw. Ondanks de groei van het areaal zijn de prijzen goed. In rampjaar 2009 brachten de lange vlasvezels € 1,10 per kilo op. In 2017 lag de gemiddelde bruto-verkoopprijs in Europa op € 2,20. De prijs is al enige jaren redelijk stabiel. Voor een rendabele verwerking hebben de vlassers minstens € 1,60 nodig. Van de Bilt: “De markt is gezond. De voorraden waren vrijwel op in Europa toen de vlasoogst vorig jaar begon. De vraag moet volledig worden ingevuld met wat de oogst heeft opgebracht.”

Het gros van de vlasvezels uit West-Europa gaat naar China, waar de vezels tot garen worden gesponnen. De productie van Van de Bilt gaat voor 85% naar China. “In Europa zijn de meeste spinnerijen verdwenen. Spinnen is arbeidsintensief en dat kan goedkoper in China. Er zijn geen tien spinnerijen overgebleven in Europa. Die blijven we beleveren omdat we ze graag als thuismarkt willen behouden.”

Balen vlasstro worden aangevoerd bij Van de Bilt Zaden en Vlas. Het vlas wordt gezwingeld en gehekeld tot lange vlasvezels. - Foto: Peter Roek
Balen vlasstro worden aangevoerd bij Van de Bilt Zaden en Vlas. Het vlas wordt gezwingeld en gehekeld tot lange vlasvezels. - Foto: Peter Roek

India is een opkomende markt, zegt Van de Bilt. “De spinnerijen in India beleveren binnenlandse weverijen voor het weven van linnen. De middenklasse groeit sterk in India. Daardoor groeit ook de vraag naar linnen. De Europese organisatie voor de vlasteelt (CELC) is een samenwerking begonnen in India voor de promotie van linnen. De CELC heeft een eigen keurmerk: European Flax. Dat is een belangrijk marketinginstrument. European Flax garandeert dat de grondstof geproduceerd is in Europa volgens de hier geldende regels. En dat het product is geteeld zonder irrigatie, GMO’s of afval en met een zeer beperkte input van kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen.”

Mode van linnen

Linnen is als natuurproduct in de mode. De vlasteelt vergt weinig water, kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen, in tegenstelling tot katoen. Maar linnen kan zich ook uit de markt prijzen, zegt Van de Bilt. “Als linnen te duur wordt, dan wordt het gemengd met het goedkopere katoen. Dat maakt vlassers terughoudend het areaal ineens te veel te laten groeien. Als de markt tegenzit, kunnen zo weer voorraden ontstaan die de prijzen naar beneden drukken. Daarnaast moeten we ook zorgen dat we de groei van de markt kunnen bijhouden met de levering van grondstof, om de interesse voor het linnen te behouden.”

Een medewerker van Van de Bilt Zaden en Vlas controleert de kwaliteit van de vlasvezels aan het eind van het productieproces. - Foto: Peter Roek
Een medewerker van Van de Bilt Zaden en Vlas controleert de kwaliteit van de vlasvezels aan het eind van het productieproces. - Foto: Peter Roek

Ondanks de goede marktvooruitzichten, verwacht Van de Bilt niet dat het vlasareaal sterk gaat groeien. “Ik verwacht voor dit jaar een beperkte groei van het Franse vlasareaal van maximaal 5%. Wij verwerken jaarlijks zo’n 2.700 hectare vlas. Een derde wordt in Nederland geteeld, hoofdzakelijk voor de productie van hoogwaardig zaaizaad van onze eigen rassen. Het lastige groeiseizoen van 2017 weerhoudt vlassers ervan het areaal sterk uit te breiden. De lage opbrengsten per hectare dekken de kostprijs niet. In Nederland bestaat geen vangnet voor extreme omstandigheden. Momenteel vindt er wel overleg plaats tussen de vlassector en de verzekeringsmaatschappijen voor een brede weersverzekering, toegespitst op de vlasteelt. België en Frankrijk hebben wel vangnetten, zoals een weersverzekering en een rampenfonds.”

Kleine teelt

De vlasteelt is een kleine teelt en vergt specifieke kennis en machines. Van de Bilt vindt zo’n nichemarkt juist interessant. “Het is een non-food gewas dat niet bederfelijk is. Het heeft daardoor een eigen prijs- en marktontwikkeling. De prijs wordt gemaakt op een mondiaal speelveld. De teelt gebeurt vooral in West-Europa en de verwerking tot linnen vooral in Azië. Terwijl de aankoop van linnen voornamelijk plaatsvindt in Europa en Noord-Amerika.”

Bekijk ook de fotoreportage: Lange weg van vlas naar linnen

De kopers bevoorraden zich in West-Europa. Nederland prijst zich soms uit de markt door hogere kosten voor grond, bestrijdingsmiddelen, arbeid en brandstof. Daarnaast liggen de vezelopbrengsten per hectare in Frankrijk hoger, omdat de bouwplannen minder intensief zijn met minimaal 50% rustgewassen. Door de hogere opbrengsten is vlas in Frankrijk een interessant gewas, zegt Van de Bilt. “Veel Franse boeren hebben zelf machines, wat bevorderd wordt door diverse regelingen van de overheid. In Nederland en België zijn de oogstmachines hoofdzakelijk van de vlasbedrijven, omdat deze specifieke machines niet goedkoop zijn en alleen te gebruiken zijn voor vlas. Specifieke investeringsregelingen bestaan hier niet.”

De vlasbalen gaan de zwingelmachine in. Die verwijdert het hout en de korte vezels, zodat alleen de lange vezels overblijven. Daar wordt uiteindelijk linnen van geweven. - Foto: Peter Roek
De vlasbalen gaan de zwingelmachine in. Die verwijdert het hout en de korte vezels, zodat alleen de lange vezels overblijven. Daar wordt uiteindelijk linnen van geweven. - Foto: Peter Roek

Bijna het hele Nederlandse vlasareaal is ingeschreven bij de keuringsdienst NAK voor de productie van zaaizaad. Van de Bilt: “Dit is een Nederlandse specialiteit. Ons bedrijf heeft een gespecialiseerde oogstmethode waarbij het zaad direct wordt geoogst bij het plukken van het vlas. Dit geeft een extra financiële opbrengst, wat de lagere vezelopbrengst ten opzichte van Frankrijk compenseert.”

Timing is belangrijk

De vlasteelt is niet ingewikkeld, maar het gewas moet wel de nodige aandacht krijgen om een goede opbrengst te halen. Vlas is daarom niet altijd een gemakkelijk gewas. Vlas heeft vruchtbare grond nodig met een goede structuur. Vlas heeft een positieve invloed op de bodemgezondheid en dus ook op de vervolgteelt. Het gewas wortelt een meter diep als de structuur van de grond goed is. En er staan maar liefst 1.800 planten per vierkante meter. De vlasteelt heeft geen intensieve gewasbescherming of bemesting nodig, maar de timing van het beperkte aantal werkzaamheden is wel heel belangrijk, zegt Van de Bilt. “Veel opbrengstverschillen tussen boeren hebben hiermee te maken, en met de grondbewerking en de intensiteit van het bouwplan.”

Er staan wel 1.800 planten per vierkante meter vlas. Het gewas wortelt een meter diep en bevordert de bodemgezondheid. - Foto: Jan Willem Schouten
Er staan wel 1.800 planten per vierkante meter vlas. Het gewas wortelt een meter diep en bevordert de bodemgezondheid. - Foto: Jan Willem Schouten

Ook het weer heeft veel invloed op het rendement van de teelt. Dat bewees het groeiseizoen van 2017. Het Zuidwesten had in het voorjaar erg veel last van droogte, zegt Van de Bilt. “De eerst gezaaide percelen kwamen regelmatig op. Op de later gezaaide percelen kwam veel tweewassigheid voor. Dat verdwijnt niet tijdens het groeiseizoen, waardoor tijdens de oogst zowel afrijpende als volledig afgestorven vlasplanten door elkaar stonden. Dat komt de kwaliteit niet ten goede en het drukt de prijs die de telers ontvangen. Door de droogte is in 2017 gemiddeld 4,8 ton vlasstro per hectare geoogst. In 2016 was dat 5,9 ton. Het vijfjaarlijks gemiddelde ligt rond 6 ton.”

Ook de zaadopbrengst viel in 2017 tegen door het lastige groeiseizoen. Gemiddeld kan 1.080 kilo zaad per hectare worden geoogst. Van de Bilt: “Vorig jaar kwamen we op gemiddeld 860 kilo. Door de droogte waren de regionale verschillen groot. Langs de kust van Zeeuws-Vlaanderen bleef de zaadopbrengst steken op 620 kilo, terwijl in Zuidelijk Flevoland meer dan 1.300 kilo zaad per hectare is geoogst.”

Vlas als vergroeningsgewas

Om dergelijke risico’s te ondervangen, zou Van de Bilt graag zien dat de brede weersverzekering wordt aangepast. “Wij willen graag als verwerker alle vlas die voor ons wordt geteeld in Nederland onderbrengen bij de brede weersverzekering. Dan wordt zo’n gewas interessanter voor de verzekeringsmaatschappijen. En het verkleint het teeltrisico.”

Ook zou Van de Bilt graag zien dat vlas in het nieuwe landbouwbeleid van de EU meetelt als vergroeningsgewas. “Vlas is een rustgewas in het bouwplan. En het is geen waardgewas voor ziektes. Het landbouwbeleid moet de investeringen in de bodemkwaliteit beter compenseren. Een goede bodemgezondheid versterkt de concurrentiekracht van de sector. Daarnaast draagt vlas bij aan het halen van de nationale milieudoelen. CO2 wordt langdurig in linnen opgeslagen. Veel linnen wordt hergebruikt en uiteindelijk kun je het verwerken tot compost.”

Directeur Eugenie van de Bilt in de loods met vlasbalen. Door de grote vraag naar vlasvezels is de loods nog maar half gevuld. - Foto: Peter Roek
Directeur Eugenie van de Bilt in de loods met vlasbalen. Door de grote vraag naar vlasvezels is de loods nog maar half gevuld. - Foto: Peter Roek

De korte vlasvezels hebben meerdere toepassingen, niet alleen in de textielsector. De korte vezels worden onder meer verwerkt in bouwmaterialen. Van de Bilt: “In Biervliet zijn net vijf woningen opgeleverd die zijn geïsoleerd met vlasplaten. De markt voor natuurlijke bouwmaterialen groeit, maar dat gaat langzaam. De bouwsector moet overtuigd raken dat deze bouwmaterialen lang meegaan. In de energiesector is de overgang naar een groenere economie al aardig op weg. De grondstoffenmarkt gaat die kant ook op, maar staat nog aan het begin van de overgang.”

Alle vlas in Nederland wordt gangbaar geteeld. Van de Bilt ziet kansen voor biologisch geteeld vlas. “Je ziet dat consumenten vragen naar biologisch katoen. Bij linnen verwacht ik dezelfde trend. De overgang van gangbaar naar biologische teelt is bij vlas veel minder groot dan bij katoen. Bij de vlasteelt heb je al weinig kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen nodig. In Frankrijk wordt vlas al biologisch geteeld, in België en Nederland nog niet. Ik zou dat een mooie ontwikkeling vinden om in Nederland biologisch vlas te gaan verwerken.”

Linnen heeft zeer klein aandeel op textielmarkt

In Nederland is vorig jaar 2.572 hectare vezelvlas geteeld. De arealen in België (16.500 ha) en Frankrijk (98.000 ha) zijn veel groter. Het totale areaal van 117.000 hectare leverde zo’n 138.000 ton lange vlasvezels op. De lange vezels brengen het meeste op. Die worden tot garen gesponnen door de spinnerijen. De garen gaan naar de weverijen die er linnen van maken. Van alle textiel in de wereld is ongeveer 0,4% gemaakt van linnen. De korte vlasvezels worden onder meer verwerkt in papier en bouwmaterialen.

De belangrijkste afzetmarkt is China. In 2016 produceerden Frankrijk, België en Nederland 154.880 ton lange vlasvezels. Daarvan ging 123.880 ton (80%) naar China. Er ging 15.000 ton (10%) naar India en nog eens 16.000 ton (10%) bleef in Europa.

Of registreer je om te kunnen reageren.