Akkerbouw

Achtergrond 2 reacties

Akkerbouw kan aan de slag met collectief onderzoek

Er komt € 2,25 miljoen beschikbaar in 2019 voor collectief onderzoek in de akkerbouw. Zo’n 90% wordt besteed aan bodemonderzoek.

De Brancheorganisatie Akkerbouw kan in 2019 eindelijk volop aan de slag met het onderzoek voor de hele sector. De BO-Akkerbouw kreeg in mei 2016 een verbindend verklaring van de overheid voor het Programma Onderzoek en Innovatie. Maar de BO-Akkerbouw kan pas eind dit jaar beginnen met het innen van de verplichte bijdragen bij de akkerbouwers.

Verplichte bijdragen

De brancheorganisatie en de overheid verschilden lange tijd van mening over hoe de BO Akkerbouw aan de noodzakelijke gegevens kon komen voor het kunnen opleggen van de verplichte bijdragen. De laatste 3 jaar teerde het akkerbouwonderzoek op de financiële reserves van het Productschap Akkerbouw, dat eind 2014 werd opgeheven.

Sectie Teelt van BO-Akkerbouw

Het bestuur van de BO-Akkerbouw besliste eind november over de besteding van het geld dat de akkerbouwers verplicht afdragen voor het onderzoeksprogramma. Iedereen kon ideeën aandragen voor de onderzoeken. Een panel van ongeveer 100 akkerbouwers heeft de ideeën voor de onderzoeken getoetst. De Sectie Teelt van de BO-Akkerbouw heeft daar een selectie uit gemaakt. Het programma richt zich in beginsel op onderzoek gericht op het hele bouwplan. Het onderzoek mag ook gewasspecifiek zijn, mits er dan sprake is van een gewasoverstijgende insteek. Bijvoorbeeld onderzoek in graan of eiwitgewassen om de bodemvruchtbaarheid op peil te houden.

Lees verder onder de foto.

Medewerkers van het proefbedrijf van Wageningen Plant Research in Valthermond (Dr.) nemen op een kleine oppervlakte veel grondmonsters om de bodemvruchtbaarheid te beoordelen. - Foto: Jan Willem van Vliet
Medewerkers van het proefbedrijf van Wageningen Plant Research in Valthermond (Dr.) nemen op een kleine oppervlakte veel grondmonsters om de bodemvruchtbaarheid te beoordelen. - Foto: Jan Willem van Vliet

€ 2,25 miljoen beschikbaar voor onderzoek

Met de verbindend verklaarde tarieven en het Nederlandse bouwplan kan BO-Akkerbouw ongeveer € 3,3 miljoen per jaar ophalen. De BO verwacht dat dit jaar € 2,6 miljoen aan bijdragen wordt opgehaald (zie kader onderaan dit artikel). Daarvan komt € 2,25 miljoen beschikbaar voor onderzoek, de rest wordt besteed aan het opleggen van de telersbijdragen en aan de coördinatie van het onderzoek door de BO-Akkerbouw.

Gezonde bodem

Zo’n 90% van het budget wordt in 2019 besteed aan projecten die passen in het PPS-programma Beter Bodembeheer, dat loopt sinds 2017. Dat is een vervolg op een eerder programma gericht op het verbeteren van de bodemvruchtbaarheid. De PPS (publiek-private-samenwerking) Beter Bodembeheer draaide vorig jaar alleen op de bijdrage van de overheid, omdat de BO-Akkerbouw de verplichte bijdrage nog niet kon innen bij de akkerbouwers. Het programma loopt tot en met 2020 en richt zich onder andere op de bodemweerbaarheid, organische stofgehalte en de bemesting.

Biodiversiteit

Ook gaan onderzoeksprojecten lopen naar het bevorderen van de biodiversiteit, precisielandbouw, weerbaarheid van plant en bodem en de toepassing van groenbemesters. De brancheorganisatie gaat bijeenkomsten organiseren om akkerbouwers bij te praten over de onderzoeksprojecten.

Lees verder onder de foto.

Medewerkers van het proefbedrijf van Wageningen Plant Research in Lelystad (Fl.) onderzoeken grondmonsters op aaltjes. Het collectieve onderzoek van BO Akkerbouw is vooral gericht op bodemgezondheid. - Foto: Ruud Ploeg
Medewerkers van het proefbedrijf van Wageningen Plant Research in Lelystad (Fl.) onderzoeken grondmonsters op aaltjes. Het collectieve onderzoek van BO Akkerbouw is vooral gericht op bodemgezondheid. - Foto: Ruud Ploeg

Onderzoek neonicotinoïden en glyfosaat

Er zijn nog geen verzoeken ingediend voor onderzoeken naar alternatieven voor de neonicotinoïden en glyfosaat. De insectenbestrijders imidacloprid, clothianidin en thiamethoxam (neonicotinoïden) zijn dit jaar verboden in alle open teelten in de EU. Brussel wil zo de bij beschermen. Glyfosaat mag nog tot eind 2023 worden gebruikt. De BO-Akkerbouw heeft in december 2018 weer een nieuwe oproep gedaan voor ideeën voor onderzoek, vertelt Edwin de Jongh, onderzoekscoördinator van de BO-Akkerbouw. “Ik verwacht dan ook aanvragen voor onderzoek naar duurzame alternatieven voor de neonicotinoïden en glyfosaat.”

Klimaatdoelstellingen

Directeur Matthé Elema van BO-Akkerbouw verwacht dat ook klimaatonderwerpen een rol gaan spelen in toekomstig onderzoek. “De BO-Akkerbouw heeft een klimaatagenda opgesteld. We geven daarin aan welke bijdrage we aan de klimaatdoelstellingen kunnen leveren en welke voorwaarden we in dat verband stellen. Dan kun je denken aan de opslag van CO2 in de bodem door het verhogen van het organische stofgehalte, groene energie en het gebruik van kunstmest en dierlijke mest. Om dat allemaal goed in beeld te krijgen is onderzoek nodig.”

Topsector

De BO-Akkerbouw boort ook andere financieringsbronnen aan. Vaak wordt een bijdrage gevraagd aan het topsectorenbeleid. Zo kreeg de BO-Akkerbouw onlangs groen licht vanuit het topsectorenbeleid voor onderzoeken naar Meloïdogyne-aaltjes en naar de aardappelziekte erwinia. Vanuit het topsectorenbeleid Agri & Food en van Tuinbouw & Uitgangsmaterialen is een positief advies gegeven over deze onderzoeken aan landbouwminister Carola Schouten.

Onderzoek naar de Meloïdogyne-aaltjes

Als Schouten het advies overneemt komt er vanuit het topsectorenbeleid € 650.000 beschikbaar, zegt Elema. “Het gaat om een PPS-onderzoek, waarbij de overheid de helft betaalt en de akkerbouwers de andere helft via het geld dat nog beschikbaar is uit de reserves van het Productschap Akkerbouw.”

Het onderzoek naar de Meloïdogyne-aaltjes (chitwoodi en fallax) richt zich vooral op de waardplanten voor de aaltjes, zegt De Jongh. “Het erwinia-onderzoek richt zich vooral op hoe de bacterie zich verspreidt. Gaat dat vooral via de lucht, of via vocht of op andere manieren? Als de minister het advies opvolgt, gaan beide onderzoeken 4 jaar lopen vanaf 2019.”

Lees verder onder de foto.

Een proefkuil geeft inzicht in de bodemstructuur, zoals hier op de DLG-Feldtage. De kuil maakt duidelijk hoe diep gewassen kunnen wortelen. - Foto: Koos Groenewold
Een proefkuil geeft inzicht in de bodemstructuur, zoals hier op de DLG-Feldtage. De kuil maakt duidelijk hoe diep gewassen kunnen wortelen. - Foto: Koos Groenewold

Reserves

De collectief gefinancierde onderzoeksprojecten in de akkerbouw die nu nog lopen, worden betaald uit de reserves van het Productschap Akkerbouw. Dat wordt onder andere besteed aan Meloïdogyne chitwoodi/fallax, aardappelmoeheid en erwinia. Voor elk is een plan van aanpak opgesteld. Ieder plan van aanpak loopt drie tot vier jaar. Deze projecten kosten totaal € 3 miljoen.

De uiensector had minder reserves

Dat het vooral onderzoek in aardappelen betreft komt omdat de aardappelsector de meeste financiële reserves had opgebouwd in het Productschap Akkerbouw, zegt Elema. “De financiële reserves zijn gewasspecifiek. Die mogen alleen worden gebruikt voor onderzoek in de sector die het geld bij elkaar heeft gebracht. De uiensector had minder reserves. Voor onderzoek in uien kijken we voor aansluiting bij het project Uireka. De reserves van de graantelers zijn besteed aan onder andere het rassenonderzoek, kiemkrachtbepaling en eiwitgehalte in brouwgerst.”

Zetmeelaardappelsector

Er is voor 2019 nog ongeveer € 1 miljoen over aan productschapsgelden. Dat wordt besteed aan een plan van aanpak voor het stengelaaltje Ditylenchus dipsaci, dat problemen kan geven in veel gewassen, waaronder aardappelen, suikerbieten en uien. Ook vanuit de zetmeelaardappelsector is nog geld beschikbaar, zegt De Jongh. “Dat gaan we besteden aan een onderzoek naar de bestrijding van aardappelopslag. In het zetmeelgebied worden zetmeelaardappelen vaak in een één op twee- of drie-rotatie geteeld. Als de opslag niet goed wordt bestreden heb je in feite continu aardappelen op het veld staan. We gaan kijken in hoeverre bestrijding van aardappelopslag met een robot mogelijk is en welke mogelijkheden er zijn met gericht spuiten tegen de aardappelopslag.”

In 2019 zijn de financiële reserves van het productschap op. Elema: “Daarna moet het collectief onderzoek volledig worden betaald uit de verplichte bijdrage voor het Programma Onderzoek en Innovatie.”

Areaalgegevens RVO.nl

De BO-Akkerbouw heeft voor ongeveer 90% van het totale areaal inmiddels de gegevens binnen van de individuele akkerbouwers. Het areaal aardappelen, bieten of graan bepaalt de bijdrage die de akkerbouwer betaalt (zie kader onderaan dit artikel). Het grootste deel van de akkerbouwers heeft de BO-Akkerbouw gemachtigd gebruik te maken van de areaalgegevens die bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) beschikbaar zijn. Elema: “Dat scheelt ons veel tijd en geld. De akkerbouwers die ons niet hebben gemachtigd gaan we steekproefsgewijs controleren of de areaalgegevens die ze opgeven juist zijn. De akkerbouwers van wie we de gegevens nog niet hebben, gaan we aanschrijven die alsnog te leveren. Het onderzoeksprogramma komt alle akkerbouwers ten goede. Daarom moet iedereen er aan mee betalen, zoals de verbindend verklaring van de overheid voorschrijft.”

Gemeenschappelijk landbouwbeleid

De verbindend verklaring geldt tot en met 2020. Elema: “De geldigheid loopt gelijk op met het gemeenschappelijk landbouwbeleid van de EU. Ik verwacht dat de bijdragen gedurende deze periode gelijk blijven. Voor de periode na 2020 moeten we weer een nieuwe verbindend verklaring aanvragen.”

BO Akkerbouw bepaalt tarieven voor onderzoek

De Brancheorganisatie Akkerbouw heeft de tarieven voor het onderzoek vastgesteld. De tarieven bedragen voor consumptie- en pootaardappelen € 13,20 per hectare. Telers van zetmeelaardappelen en suikerbieten betalen € 8,80 per hectare. De bijdrage voor graan (tarwe, gerst, haver, rogge) is € 4,40 per hectare.
Eind dit jaar de rekening
De BO-Akkerbouw stuurt eind dit jaar de rekening voor de verplichte bijdrage aan het collectieve akkerbouwonderzoek. Zo komt € 2,25 miljoen beschikbaar voor onderzoek. Nadat de productschappen per 1 januari 2015 zijn opgeheven, verdween het collectief gefinancierde onderzoek vrijwel geheel. De BO heeft nog wel onderzoek laten doen met de financiële reserves uit het productschap.
Overlegorgaan
De BO-Akkerbouw is het nieuwe overlegorgaan voor de akkerbouwsector na de opheffing van het Productschap Akkerbouw. Volgens de BO zijn de verplichte bijdragen bedoeld voor onderzoek dat akkerbouwers alleen gezamenlijk kunnen organiseren en waarvan iedereen profiteert.

Laatste reacties

  • eltjo.huizenga1

    Hoe kan het toch dat er verbazing is over het feit dat er geen alternatieven zijn voor de CNI's imidacloprid, clothianidin en thiametoxam en glyfosaat? Deze middelen zijn zo uniek dat het onmogelijk is ze te vervangen. En daarbij... wat kan BO-Akkerbouw daaraan bijdragen? Tegen beter weten in hoopt Edwin de Jongh, onderzoekscoördinator van de BO-Akkerbouw. “Ik verwacht dan ook aanvragen voor onderzoek naar duurzame alternatieven voor de neonicotinoïden en glyfosaat.” Aanvragen van wie? Partijen die zout aanbieden of electrocutie of verbranden met petroleum? Dat zijn om vele redenen geen alternatieven.

  • aardappelboer

    Denkt hij dat de chemische industrie hier niet mee bezig is??

Of registreer je om te kunnen reageren.