adi404541-002

Aardappelveredeling

Terug naar dossier
Akkerbouw

Achtergrond laatste update:20 sep 2017

Waarom de Solynta-aardappel zo veelbelovend is

Solynta heeft in twee jaar een aardappel resistent gemaakt tegen phytophthora. Dat biedt kansen, maar Wageningen UR vindt een zorgvuldige monitoring nodig.

De doorbraak van Solynta in de strijd tegen phytophthora is belangrijk voor de aardappelsector. Maar zonder een zorgvuldig beheer van de resistentiegenen, zal de sector er niet lang plezier van hebben. Senior-wetenschapper Jack Vossen van Wageningen UR stelt dat er momenteel 7 gemakkelijk toepasbare resistentiegenen worden gebruikt in de veredeling om de aardappel weerbaarder te maken tegen de aardappelziekte. “Dan bepaalt één gen de resistentie. Bij de minder bruikbare resistentiegenen, moet je meerdere genen tegelijk inkruisen om die weerbaarheid te krijgen in de aardappelplant. Het is niet bekend hoeveel minder bruikbare genen er nog beschikbaar zijn in wilde aardappelplanten.”

Volgens Geert Kessel, onderzoeker gewasbescherming bij Wageningen UR heeft het veredelingsprogramma van Solynta gezorgd voor een veelbelovende stap in de strijd tegen phytophthora. Het veredelingsbedrijf stelt dat ze in twee jaar een dubbele phytophthora resistentie hebben ingebouwd in aardappelen uit diploïde homozygote ouderlijnen (vader- en moederlijnen met twee paar chromosomen en een beperkte genetische variatie). De gangbare veredeling kweekt met tetraploïde heterozygote aardappelen (ouderlijnen met vier paar chromosomen en een grotere genetische variatie). Daar duurt het tien tot vijftien jaar om één resistentie-gen in te kruisen. Kessel: “Dit gaat zeker helpen om het biologische convenant, dat onlangs is gesloten, te helpen realiseren. Het doel is dat in 2020 in de biologische teelt alleen phytophthora-resistente rassen worden gebruikt.”

Spuiten van perceel tegen phythophthora. - Foto: Mark Pasveer
Spuiten van perceel tegen phythophthora. - Foto: Mark Pasveer

Zorgvuldig monitoringprogramma nodig

Gezien het geringe aantal bruikbare resistentiegenen, is een zorgvuldig monitoringprogramma nodig, vindt Kessels. “In een monitoringprogramma houd je bij in hoeverre phytophthora de resistentie doorbreekt. Phytophthora past zich namelijk snel aan. Als een gen doorbroken dreigt te worden, moeten gangbare telers hun aardappelen met zo’n gen beperkt gaan spuiten om te zorgen dat het resistentie-gen behouden blijft. Biologische telers kunnen op zo’n moment het loof branden. Daarnaast kunnen veredelaars deze informatie gebruiken in hun kweekprogramma’s.”

De aardappelen zijn uit zaad in een kas gekweekt. - Foto: Anton Dingemanse
De aardappelen zijn uit zaad in een kas gekweekt. - Foto: Anton Dingemanse

Kessel noemt de ontwikkelingen bij Solynta een nieuwe kans in de aanpak van phytophthora. De onderzoeker was nauw betrokken bij het DuRPh-project van Wageningen UR, dat in 2015 is afgesloten. Daarbij zijn bestaande aardappelrassen voorzien van meerdere resistentie-genen, via cisgenese. Kessel: “Bij een stapeling van resistenties kun je de weerbaarheid langer behouden. Dan hoeven telers de eerste tijd helemaal niet tegen phytophthora te spuiten. Pas als uit de monitoring blijkt dat de resistentie doorbroken dreigt te worden, moeten boeren met rassen die de bewuste genen hebben in het laatste deel van het groeiseizoen beperkt gaan spuiten om de resistentiegenen te behouden. Hoelang je zonder spuiten kunt tegen phytophthora bij meervoudig resistente rassen, hangt af van de ziektedruk. Bij een zwaar phytophthorajaar, zoals 2016, worden genen eerder doorbroken.”

Resistentiemanagement

Kessel waarschuwt voor een te snel opgebruiken van de beschikbare resistentiegenen. “Je hebt echt een goede monitoring nodig van de beschikbare resistentiegenen, zeker als je met de veredelingsmethode van Solynta snel nieuwe genen kunt inkruisen. Als je door de genen heen bent, is de sector weer terug bij af. Want het is niet zeker of een gen dat doorbroken is, later weer ingezet kan worden. Dat hangt af van hoe fit de mutant is die de resistentie heeft doorbroken.”

Solynta heeft op een proefveld de diploïde aardappelen met een plantmachine geplant. - Foto: Anton Dingemanse
Solynta heeft op een proefveld de diploïde aardappelen met een plantmachine geplant. - Foto: Anton Dingemanse

Een goed resistentiemanagement kan de aardappeltelers veel geld besparen. Kessel: “Dan spuit de teler zijn gewas niet, totdat het gen in de aardappelen doorbroken dreigt te worden. Met deze aanpak is 75% minder phytophthoramiddel nodig om de aardappel te beschermen en blijven de resistentiegenen behouden. De aardappel van Solynta is mogelijk een doorbraak in de strijd tegen phytophthora, maar de sector moet daar zorgvuldig mee omgaan. Ondanks deze doorbraak, zijn we nog lang niet van phytophthora af.”

Of registreer je om te kunnen reageren.