Akkerbouw

Achtergrond

‘Paardenbloem is geen moeilijk gewas’

Met een oppervlakte van bijna 2 hectare begint het paardenbloemenproject serieuze vormen aan te nemen op Proefboerderij Rusthoeve. De natuurrubber die hieruit wordt geoogst, kan de wereldwijde vraag beantwoorden.

Charlotte van Sluijs (37) is als secretaris-directeur van Proefboerderij Rusthoeve nauw bij het Europese paardenbloemenproject betrokken. Vorig jaar is 0,8 hectare met de hand geplant. De 2 hectare van dit seizoen gaat deels machinaal de grond in. Ook is een paar vierkante meter gezaaid; de beoogde praktijkmethode voor de toekomst.

Hoe verloopt het planten?

“Het is een hele onderneming. Dat is eigenlijk het grootste obstakel: hoe krijg je het goed in de grond? Een loonwerker doet het nu met een aangepaste slaplanter. Het is even proberen allemaal, voor ons is het ook nieuw. Planten was overigens nooit onze intentie, maar vanwege de onvoldoende zaadkwaliteit moest dat wel. Maar daar wordt nu hard aan gewerkt. Toch willen we het risico niet lopen dat het misgaat. Het project loopt volgend jaar namelijk af.”

Wat willen jullie bereiken met het paardenbloemproject?

“Paardenbloemen telen als een akkerbouwgewas, als grondstof voor rubber. Uit analyses die we hebben gezien blijkt de inhoud van de wortel veelbelovend. Het is een heel kostbare inhoudsstof. Over de teelt krijgen we na twee jaar proberen steeds meer informatie. Ik voorzie geen problemen. Als we het kunnen zaaien, is het geen moeilijk gewas. De bloem komt uit Kazachstan, dus moet het hier ook kunnen. Ik heb er een goed gevoel bij, het is een heel interessante teelt. Het zou me niet verbazen als we binnen vijf jaar op kleine schaal bij telers aan de slag gaan, omdat er zo duidelijk vraag is uit de markt. Dan kunnen dingen, zoals investeringen, snel gaan.”

Charlotte van Sluijs heeft een goed gevoel bij de teelt van paardenbloemen voor de productie van rubber. De plantjes gaan de grond in. - Foto: Anton Dingemanse
Charlotte van Sluijs heeft een goed gevoel bij de teelt van paardenbloemen voor de productie van rubber. De plantjes gaan de grond in. - Foto: Anton Dingemanse

Hoe zien de paardenbloemen eruit?

“Als een kleine versie van de paardenbloemen die we uit de natuur kennen. De bloemen zijn klein en niet bijzonder mooi te noemen. Maar daar gaat het ook niet om; rubber wordt gewonnen uit de wortel, hoofdzakelijk het bovenste deel ervan.”

Vreest de buurt voor het pluizen?

“Deze soort pluist niet zoveel als de normale paardenbloem. Desalniettemin maaien wij de bloemen af voordat ze gaan uitpluizen, zodat er geen uitzaai plaatsvindt naar andere percelen.”

Wat wordt er geoogst in Nederland?

“Ik denk dat we over een paar maanden 7 tot 10 centimeter wortel oogsten. Onder optimale omstandigheden kunnen ze wel doorgroeien tot 20 centimeter. Aangezien we het bovenste deel nodig hebben, heeft het weinig zin om de grond dieper om te spitten voor dat laatste stuk. Zo weinig mogelijk risico en zoveel mogelijk rubberproductie, daar gaan we voor. Tot op heden is bewerking met lichte machines voldoende. Het zijn geen suikerbieten die met zwaar geschut uit de grond moeten worden gehaald.”

Is er onder akkerbouwers veel animo voor deze teelt?

“Zeker, er is altijd belangstelling voor een nieuw gewas. Dat blijkt ook wel op de open dagen die we hier houden. Het aantal akkerbouwgewassen is nu tamelijk beperkt en variatie is beter voor de rotatie in het bouwplan en je risicospreiding wat betreft saldo. Paardenbloemen spreken bovendien tot de verbeelding. En het mooie hiervan is: de vragende partij is deelnemer van het project en dat biedt perspectief.”

Of registreer je om te kunnen reageren.