Akkerbouw

Achtergrond

Pakistan leunt op Nederlands pootgoed

Nederland is de grootste leverancier van pootgoed aan Pakistan. Pakistaanse boeren vermeerderen het Hollandse gecertificeerde pootgoed zonder kwaliteitscontroles.

Op het erf van de agrariër Hassaan Akram (26) spelen zijn arbeiders ter verwelkoming op de tabla, de Pakistaanse trommel, en de fluit. Op de muziek wordt vrolijk gedanst. “Welkom in het Hollandse aardappelland”, zegt een lachende boer. Zijn boerderij, een oude villa, ligt tussen lange, uitgestrekte velden in het district Okara. Waar je ook kijkt, tot in de verre horizon zie je ‘Hollandse’ piepers.

Aardappelen in bijna elk gerecht

“In Pakistan gaat geen dag voorbij zonder aardappelen op het menu”, legt de Akram uit. Op zijn erf zit een groepje vrouwen aardappelen te schillen voor de lunch. In bijna elk gerecht worden die wel verwerkt. Aan de cijfers is goed te zien hoe de aardappelproductie door de jaren heen is gestegen. Toen het land in 1947 onafhankelijk werd van Groot-Brittannië, waren er maar een paar duizend hectares. De productie kwam niet boven de 30.000 ton. Maar sinds de aardappel zijn terrein als basisvoedsel naast brood en rijst stevig heeft veroverd, is het areaal gegroeid tot 172.000 hectare in 2016.

In Okara, het hart van de agrarische provincie Punjab, oogsten boeren drie keer per jaar. Zij verwachten dit jaar 3,8 miljoen ton aardappelen te rooien. Het merendeel daarvan (2,8 miljoen ton), is voor de lokale consumptie bestemd. De rest wordt geëxporteerd naar landen in het Midden-Oosten en Azië, en naar Rusland als betrekkelijk nieuwe afzetmarkt.

Het Hollandse aardappelland

In de drie regio’s Okara, Sahiwal en Depalpur wordt 85% van alle Pakistaanse aardappelen verbouwd. De rest komt uit de noordelijke regio’s en de provincie Khyber Pakhtunkhwa, langs de Afghaanse grens. Door verzilting neemt de teelt in de zuidelijke provincies Sindh en Baluchistan af. Aardappelen gedijen het best in koel weer. In de wintermaanden ligt de productie in de provincie Punjab dan ook het hoogst. De dagelijkse temperaturen schommelen hier tussen oktober en maart rond de 20 graden. In de nacht dalen die tot rond 7 graden. Pakistaanse winters zijn zacht, alhoewel vorst aan de grond soms voorkomt. In de zomer wordt het makkelijk meer dan 40 graden.

Pakistan mag dan bijna twintig keer groter zijn dan Nederland (met een bevolking van bijna 200 miljoen), toch is het land al sinds de onafhankelijkheid niet in staat zelf goed pootgoed te produceren. Nog geen 1% van de Pakistaanse productie is gecertificeerd. Telers zijn grotendeels afhankelijk van de Hollandse pootaardappel. “Nederland heeft zelfs het monopolie erop in Pakistan”, vertelt dr. Maqbool Akhtar van de Jaffer Brothers, een van de grootste agroservicebedrijven in het land.

Hassaan Akram (29) verbouwt aardappelen, rijst, mais en tarwe op 250 hectare. Daarnaast houdt hij melkvee. - Foto's: Wilma van der Maten
Hassaan Akram (29) verbouwt aardappelen, rijst, mais en tarwe op 250 hectare. Daarnaast houdt hij melkvee. - Foto's: Wilma van der Maten

De export vanuit Nederland naar Pakistan is altijd erg wisselend. Van oogst 2015 verkocht Nederland 3.747 ton pootgoed aan Pakistan. De jaren ervoor varieerde het van 6.000 tot meer dan 12.000 ton. Bij ruwweg 2 ton per hectare zou je daar een paar duizend hectare mee kunnen voorzien. Waar komt de rest vandaan? “Het merendeel wordt door de boeren geproduceerd”, legt directeur Ihsan Bari van zijn gelijknamige bedrijf uit. Hij is in Pakistan de vertegenwoordiger van het Nederlandse zaad- en pootgoedbedrijf HZPC.

Maar de basis van bijna al het Pakistaanse pootgoed is wel de Nederlandse pootaardappel. Boeren vermeerderen die. “Vanwege de hoge kosten kunnen de kleine boeren met minder dan tien hectare zich geen gecertificeerde pootaardappelen uit Nederland permitteren. $ 100 voor een zak van 25 kilo is behoorlijk aan de pittige kant”, vindt eveneens de agrariër Hassaan Akram, die bijna 250 hectare grond bezit.

Vermeerderen Nederlandse pootaardappel

Hassaan Akran nam het boerenbedrijf na de dood van zijn vader afgelopen april over. Als een afgestudeerde rechtenstudent zag hij aanvankelijk voor zichzelf een toekomst in de advocatuur. Met zijn beide broers in het buitenland, zijn liefde voor de natuur en het boerenleven, hoefde hij niet lang te twijfelen. Als jonge, hoog opgeleide Pakistaan heeft hij grote plannen met zijn agrarische bedrijf. Hij is niet zoals het merendeel van de landbouwers in Okara geheel afhankelijk van aardappelen. Hij wijst naar zijn rijst, mais en tarwevelden. Daarnaast heeft hij ruim 100 koeien voor de melk.

Directeur Ihsan Bari legt uit hoe de vermeerdering van de Nederlandse pootaardappel in de praktijk wordt uitgevoerd. “Het eerste jaar verkopen we de oogst geheel als pootgoed.” In Okara wordt 80% van alle pootaardappelen in Pakistan geproduceerd. “1 ton vermeerderen we tot 7 ton. Stel dat we zes ton invoeren. Dan hebben we het jaar erop 42 ton.” De kosten van het ‘Pakistaanse’ pootgoed liggen behoorlijk lager. Voor een zak van 100 kilo betaalt een boer $ 20.

Bekijk ook de fotoreportage: De boer op in Pakistan

Kwekersrecht

Boer Akran koopt gecertificeerd pootgoed uit Nederland. De kleine aardappelen van de eerste oogst gebruikt hij als pootgoed voor de volgende oogst. De grotere gaan naar de markt als consumptieaardappelen. Dat doet hij twee keer. Daarna verhandelt hij zijn volgende oogst aan de kleine boeren, die het ook nog twee keer opnieuw gebruiken.

Wat betreft het kwekersrecht? In Nederland mag je geen ongecertificeerd uitgangsmateriaal verkopen. Zaadhandelaar Ishan Bari is daar heel duidelijk over. “Onze regering heeft geen enkel beleid als het gaat om het certificeren van zaad of pootaardappelen. Bovendien heb ik nooit klachten van Nederlandse bedrijven gehad. Zij weten al jaren hoe wij hun hun pootgoed vermeerderen.”

Geen enkele kwaliteitscontrole

In de velden buiten Islamabad vertelt dr. Akhtar het niet helemaal eens te zijn met de stelling van de handelaar. Pakistan zou zelf gecertificeerd pootgoed moeten ontwikkelen, in plaats van geheel afhankelijk te zijn van Nederland, vindt hij. Op de geproduceerde Pakistaanse variant bestaat bovendien geen enkele kwaliteitscontrole. Dat zou wel moeten, om allerlei ziekten tegen te gaan. Nog niet zo lang geleden dreigde Rusland met een importverbod, door het ontbreken van controle.

“Door hetzelfde materiaal te blijven vermeerderen, neemt ook de opbrengst af”, waarschuwt hij. De productie in Pakistan ligt nu niet hoger dan 20 ton per hectare. Met gekwalificeerd en gecertificeerd pootgoed, dat toegankelijk is voor alle boeren, kan de oogst eenvoudig worden verdubbeld. “We produceren wel pootgoed, maar bij heel veel boeren ontbreekt het aan goede techniek. Ooit, in de jaren tachtig, hielpen internationale organisaties ons bij het ontwikkelen ervan en trainden ze de boeren. Maar na jaren kwam er de klad in, terwijl we best een beetje hulp kunnen gebruiken”, vertelt directeur dr Afzaal Haider Rizvi van de Associatie van Aardappeltelers in Okara.

Steun van de overheid hoeven de boeren niet te verwachten, weet wetenschapper dr Akhtar.

Falak Sher verbouwt vooral aardappelen op zijn 10 hectare grond.
Falak Sher verbouwt vooral aardappelen op zijn 10 hectare grond.

Nieuwe rassen

In de uiterst noordelijke regio, tegen de Chinese en Indiase grens aan, wordt op kleine schaal onderzoek gedaan naar nieuwe rassen. Wetenschappers ontwikkelden er een variant voor deze berg- en rotsachtige streek. Het klimaat is er in de zomer milder dan in Punjab. In de winter is het er te koud. Boeren verbouwen hier nog geen 2% van de totale productie.

Zaadhandelaar Baria denkt dat het probleem van de Pakistaanse pootaardappel kan worden opgelost als zijn regering met een certificatensysteem gaat werken. Nederland zou daarbij kunnen helpen, vindt hij.

Op een symposium onlangs aan de Agrarische Universiteit in Faisalabad, vertelde Romke Wustman, een Nederlandse aardappeldeskundige die zelf enige tijd in Pakistan woonde, dat Nederland graag met Pakistan wil samenwerken als het gaat om het overbrengen van technologie op het gebied van gecertificeerd pootgoed. De Nederlandse overheid is in overleg met de Pakistaanse regering over op welke manier boeren toegang tot beter pootgoed kunnen krijgen.

‘Pakistaanse landbouw gaat niet met de tijd mee’

“De basis van alle problemen in de Pakistaanse landbouw is dat we niet met de tijd mee gaan. Het ontbreekt ons aan alle kanten aan moderne technologie”, vertelt de jonge agrariër Hassaan Akram tijdens zijn ochtendwandeling door de aardappelvelden. Hij maakt een praatje met zijn buurman, die tot diep in de modder met zijn eg aan het werk is. Hij bezit nog geen vijf hectare. De aardappelen die hij verbouwt zijn voor eigen huishoudelijk gebruik. Met zijn handen oogst hij ze. “Het is bijna een middeleeuws plaatje”, vindt Akram. Hij zelf heeft een trekker en heeft geïnvesteerd in landbouwapparatuur. De grootste uitgave was een pomp voor de bevloeiing.

Uit het oogpunt van technische samenwerking, juicht Akram iedere samenwerking met Nederland toe. “Er is in Pakistan tevens groot gebrek aan goed gekoelde opslagplaatsen. Bij overproductie en tegenvallende export zitten we met al die aardappelen. Nederland heeft expertise.” Volgens berekeningen van de Associatie van Aardappeltelers in Okara, gaat door gebrek aan opslagplaatsen 20% tot soms wel 40% van de aardappeloogst verloren.

‘Onderwijs is de sleutel voor modernisering’

Onder een boom voor de moskee krijgen de kinderen van boer Akrams arbeiders voor het eerst onderwijs. Sinds hij de boerderij van zijn vader heeft overgenomen, is er vooruitgang in zijn bedrijf. Aan de bouw van een school wordt gewerkt. Onderwijs is de sleutel voor modernisering. “Pakistan heeft kennis nodig om straks al die monden te voeden. De aardappel speelt daarin een belangrijke rol. Die is niet alleen goedkoop, maar ook zeer voedzaam.”

Zilte aardappel van Texel

Onderzoeker Magbook Akhtar op een proefveld met zouttolerante aardappelen, afkomstig van Texel.
Onderzoeker Magbook Akhtar op een proefveld met zouttolerante aardappelen, afkomstig van Texel.
Op het proefveld van het nationale Agrarische Onderzoeks Instituut staan op witte bordjes tussen de groene aardappelplantjes namen geschreven als ‘Miss Mignon’, ‘Miss Andes’ . Volgens dr Maqbool Akhtar bedachten Nederlandse wetenschappers die. Hun Pakistaanse collega’s testen momenteel vier verschillende zouttolerante Nederlandse aardappelen. Verzilting is een groot probleem in het land. Nederland krijgt wel concurrentie van de Franse zouttolerante aardappel. Als twee spelers staan ze in het proefveld tegenover elkaar opgesteld. Twee Nederlandse varianten nemen het op tegen twee Franse.

Of registreer je om te kunnen reageren.