Akkerbouw

Achtergrond 4 reacties

In 2030 alleen nog chemie als het echt moet

In opdracht van het ministerie van LNV werkt Wageningen UR aan Groene Gewasbescherming voor 2030. Doel: veel minder milieu-impact met behoud van marktperspectief.

Om aan te geven hoe ambitieus al gedacht wordt in het project Groene Gewasbescherming haalt Bert Lotz van Wageningen University & Research de appelteelt aan. In de appelteelt zijn bewaarrot, schurft en meeldauw problemen, die met flink wat chemische middelen onder de duim worden gehouden. Nu, nog voor het project Groene Gewasbescherming goed en wel van start is, denkt de appelteeltsector al mee, bijvoorbeeld over boomgaardsystemen, waarbij om de zogenoemde blad/nat-periode te beperken, de bomen tijdelijk kunnen worden overkapt. Zeg maar net als bij het voetbalstadion Amsterdam Arena. Dat kan een impact hebben op de aanblik van het buitengebied, daarom is direct een gemeentelijke afdeling Ruimtelijke Ordening opgenomen in de klankbordgroep Beschermde Appelteelt.

Verandering systeem

Natuurlijk, 2030 is nog een eind weg, maar projectleider Bert Lotz wil er maar mee aangeven dat behalve de overheid het ook de sector zelf menens is met de terugdringing van de chemische gewasbescherming. Het gaat om systeemverandering, ook in de teelt van akkerbouwgewassen.

Onafhankelijk van middelen

Kort gezegd komt het er in het project Groene Gewasbescherming op neer dat in 2030 landbouwsystemen zoveel mogelijk onafhankelijk van bestrijdingsmiddelen moeten kunnen functioneren. In de te onderzoeken prototypes van teeltsystemen mogen middelen echter wel gebruikt worden als er geen andere opties meer zijn, én er een middel beschikbaar is met een laag risicoprofiel.

Vijfjarig onderzoeksproject

Half november vond de eerste bijeenkomst van een klankbordgroep plaats van het nieuwe vijfjarige onderzoeksproject. Parallel start een onderzoek dat zich richt op het behoud van populaties van bijen en andere bestuivers. Het onderzoek aan Groene Gewasbescherming wordt uitgevoerd door Wageningen University & Research. Het vloeit voort uit de Voedselagenda van 2016 van toenmalig staatsecretaris Martijn van Dam.

‘We richten ons op aardappelen, graan en uien’

Duurzaamheid

“De clou”, legt Lotz uit, “is dat we onderzoeken hoe het duurzamer kan mét behoud van de Nederlandse marktpositie op het gebied van gewassen. We richten ons daarom naast aardappelen en graan ook op een belangrijk exportgewas als uien; Nederland heeft hier in de wereld een vooraanstaande positie. Gaan we bijvoorbeeld op zoek naar alternatieven voor de kiemrustverlenger MH, dan is behoud van die exportmarkt een randvoorwaarde.”

Van hoe belangrijk een goede kiemrust is voor een cashcrop als uien, raakte Lotz nog doordrongen bij een recent bezoek aan Senegal, waar hij tot in de verste uithoeken van het land de markante oranje zakken Nederlandse uien in grote hoeveelheden tegenkwam. “Zonder kiemremming zijn zulke verre markten in warme gebieden onmogelijk nog te bedienen.”

Doelstellingen voor 2030

De doelstellingen voor 2030 van Groene Gewasbescherming zijn samengevat:

  • een systeemaanpak leidend tot sterk verminderde afhankelijkheid van chemische gewasbescherming;
  • in 2030 is de internationale agropositie van Nederland onverminderd sterk;
  • niet uitsluiten dat chemische middelen dan nog nodig zijn, maar in elk geval géén middelen met hoog-risicoprofiel.

'Zorg dat je voor je teeltconcept geen middelen nodig hebt, behalve om je concept overeind te houden'

Risicovolle middelen zijn de middelen die voorkomen op de Europese list of candidates voor substitution (zie kader onderaan dit artikel). “En dat zijn dan dus bij voorkeur geen chemische alternatieven”, zegt Lotz. “Het gaat om een sterke vermindering van de afhankelijkheid van chemie. Zorg dat je voor je teeltconcept geen middelen nodig hebt, behalve om je concept overeind te houden.”

Ui die succesvol bespoten is met de omstreden kiemremmer MH. Milieuvriendelijker alternatieven mogen de uienexport niet schaden. Foto: Peter Roek
Ui die succesvol bespoten is met de omstreden kiemremmer MH. Milieuvriendelijker alternatieven mogen de uienexport niet schaden. Foto: Peter Roek

DuRPh

In de komende twee maanden worden met de sector en andere partijen voor akkerbouw, appel, aardbei en lelie nieuwe teeltsystemen bedacht. Daarbij kan bijvoorbeeld gebruik gemaakt worden van de resultaten van het project Duurzame resistentie tegen phytophthora (DuRPh), waarbij Lotz zelf intensief betrokken was. Via cisgenese zijn aardappelen meervoudig resistent gemaakt tegen de schimmel Phytophthora infestans.

Bij teelt van deze aardappelen zijn fungicidenbespuitingen grotendeels overbodig, wat in de aardappelteelt een enorme stap voorwaarts kan zijn. In deze DuRPh-aanpak zijn fungiciden alleen nog nodig zijn om in te grijpen als uit monitoring van aardappelgewassen blijkt dat de resistentie berustend op twee van de drie of vier resistentiegenen in aardappel is doorbroken. Lotz: “Dus áls je in zo’n systeem zou gaan spuiten, dan is het met laag-risicomiddelen, en alleen om het teeltsysteem van níet-spuiten overeind te houden. De ambitie is om gewassen met een systeemaanpak weerbaar te maken tegen ziekten, plagen en onkruiden.”

Aardappel is in Nederland een groot gewas, waarin ook nog eens redelijk intensief wordt gespoten. “Stoppen met fungicidenbespuitingen scheelt gelijk een slok op een borrel.”

Randvoorwaarden

Uitgangspunt in Groene Gewasbescherming is dat binnen de randvoorwaarden van de doelen er in principe op voorhand geen beperkingen zijn. Dus ook de gmo-techniek cisgenese op voorhand niet, waarop het concept van de DuRPh-aardappel stoelt. Het projectteam ziet voor klankbordgroepen van telers een belangrijke rol weggelegd om hierover mee te denken.

Geen biolandbouw

Het concept Groene Gewasbescherming mag dan voor 2030 nader gedefinieerd worden als een concept van ‘geen chemische gewasbescherming, tenzij dat concept in gevaar komt’, maar dat betekent niet dat de route wordt ingeslagen naar biologische landbouw, zonder kunstmest en synthetische bestrijdingsmiddelen.

‘Resultaten kunnen waardevol zijn voor de biologische landbouw’

“In essentie”, zegt Lotz, “levert het project echter ook resultaten die waardevol kunnen zijn voor de biologische landbouw. Je kunt misschien zeggen dat daar geen synthetische bestrijdingsmiddelen of kunstmest worden gebruikt, maar als je in sommige seizoenen ondanks een bepaalde input nauwelijks output hebt, kun je ook daar moeilijk spreken van een duurzaam teeltconcept.”

Natuurinclusieve landbouw

Bert Lotz realiseert zich dat het een hele opgave is om de onderzoeksdoelen van 2030 te halen. “Het onderzoek en feitelijk alle betrokkenen zullen alles uit de kast moeten halen om straks prototypes te hebben voor groene, duurzame teeltsystemen. Van innovatieve technieken tot benutting van natuur en landschap.

Grote uitdaging is inderdaad om ook de natuur erbij te betrekken. In de opdracht van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit staat namelijk ook dat het moet gaan om natuurinclusieve landbouw. Dat is best een lastige term. Aan de andere kant zijn er al wel ervaringen met akkerranden en hier en daar met mengteelten. Met technieken van precisielandbouw is daar wellicht nog veel meer uit te halen.”

Dit zijn de groepen (gewasbeschermings)middelen

Er zijn verschillende groepen gewasbeschermingsmiddelen te onderscheiden. Niet altijd zijn de grenzen helemaal scherp.

Gewone gewasbeschermingsmiddelen, chemische, gesynthetiseerde gewasbeschermingsmiddelen. Gewasbeschermingsmiddelen met een toelatingsnummer van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb).

Substitutie-stoffen (candidates of substitution). Binnen de groep toegelaten middelen is dit een groep van pakweg 75 werkzame stoffen, die door de EU als ‘kritisch’ zijn beoordeeld. Ze zijn niet zo schadelijk of giftig dat ze op stel en sprong van de markt zouden moeten, maar wanneer het moment van herbeoordeling is aangebroken, gaat wel heel precies gekeken worden naar de landbouwkundige onmisbaarheid van de diverse toepassingen. Een voorbeeld is het herbicide Linuron.

Basisstoffen. Er is een Europese lijst van basisstoffen die voor een ander doel dan voor gewasbescherming op de markt zijn. Bijvoorbeeld bier tegen slakken. Daardoor hoeft bier niet per se een toelating van het Ctgb te hebben, maar moet voor de aanpak van slakken wel goedgekeurd zijn.

Uitgangspunt is niets mag, tenzij het is toegelaten. Dat principe geldt ook voor huismiddeltjes. Huishoudazijn heeft geen toelating om algengroei op bestrating en terrassen aan te pakken. Daarvoor is het dus verboden. Azijn heeft wel een goedkeuring voor zaadontsmetting.

Laag-risicostoffen voldoen aan de criteria voor laag risico zoals die door de EU zijn vastgesteld. Het kunnen stoffen uit de natuur zijn, maar ze kunnen ook gesynthetiseerd zijn.

RUB-middelen. Middelen van de lijst Regeling Uitzondering Bestrijdingsmiddelen. Deze lijst is een restant uit de periode langer dan 30 jaar geleden van middelen die nu op de basislijst of op de lijst laag risico zouden kunnen staan. Het Ctgb heeft een procedure vastgesteld voor het uitfaseren van de stoffen op de RUB-lijst.

Biologische middelen. Dat is de lijst van middelen die door de EU zijn toegestaan in de biologische teelt. Dit zijn middelen van natuurlijke herkomst.

Plantversterkende middelen. Tenzij ze daarvoor expliciet door het Ctgb zijn toegelaten mogen deze middelen niet worden aangeprezen of gebruikt met de intentie er ook ziekten of plagen mee aan te pakken.

Dan nog de groep van micro-organismen, virussen, schimmels, bacteriepreparaten, feromonen. Ook hiervoor geldt dat het van het gebruik afhangt of ze tot de gewasbeschermingsmiddelen moeten worden gerekend – en dus een toelating moeten hebben – of niet. Een feromoon om in een boomgaard de insectendruk te monitoren, is geen gewasbescher-mingsmiddel. Wordt het ingezet als verwarringstechniek (mannetjes kunnen de vrouwtjes niet meer vinden), dan is het wél een gewasbeschermingsmiddel.

Tot slot wordt de komende jaren gewerkt aan een Europese lijst van zogenoemde biostimulanten. De inzet bepaalt of dat gewasbeschermingsmiddelen zijn. Om abiotische stress zoals droogte te bestrijden, zijn het geen gewasbeschermingsmiddelen. Tegen aaltjes of schimmels (biotische stress) wordt eenzelfde biostimulant aangemerkt als gewasbeschermingsmiddel, en is toelating door het Ctgb nodig.

Bert Lotz van Wageningen UR is leider van het project Groene Gewasbecherming 2030. "Het project is ambitieus, succes hangt ook af van de ambitie van onderzoekers." Foto: Wageningen UR
Bert Lotz van Wageningen UR is leider van het project Groene Gewasbecherming 2030. "Het project is ambitieus, succes hangt ook af van de ambitie van onderzoekers." Foto: Wageningen UR

Uiterlijk in 2030 resultaten

Het project Groene Gewasbescherming moet uiterlijk in 2030 werkbare prototypes chemie-onafhankelijke teeltsystemen hebben opgeleverd, met behoud van de internationale agro-positie van Nederland.

Projectleider Bert Lotz van Wageningen UR vindt dat een termijn die het mogelijk maakt verder te kijken dan de waan van de dag. “Ruimte dus om dingen echt anders te benaderen. Maar het is ook geen 2050, het is dus niet vrijblijvend wat we doen. In de klankbordgroep sprak een jonge boer van nog geen 30 jaar van een reële tijdshorizon. ‘Ik kijk op mijn bedrijf in feite al wel verder’, zei die.”

2030 is ook het jaar waarin LTO de situatie van nulemissie naar het oppervlaktewater bereikt wil hebben. Lotz: “Of dat helemaal kan, moet blijken. Maar feit is dat de hele samenleving verandert.”

Laatste reacties

  • farmerbn

    Ik zie niks staan over de inkomens van boeren.

  • Jan-Zonderland

    @Farmerbn, dat is voor die onderzoekers ook niet belanrijk. Voor hen geldt dat ze voor zichzelf weer verzekerd zijn van 12 jaar goed betaald, zwaar gesubsidieerd " werk".

  • info36

    Hoe kun je nu investeren in nieuwe teeltsystemen terwijl er niets verdient word.
    Ga eerst eens onderzoeken hoe je de landbouw in West-Europa kunt behouden.
    Als het zo doorgaat gaat dat nog lastig worden.
    De nulemissie bereiken is kansloos zolang alle riooloverstorten blijven bestaan, domme LTO. De emissie naar het oppervlaktewater komt hoofdzakelijk door de riooloverstorten waarin wel veel chemicalien zitten die uit de medicijnen komen die de mens veelvuldig toepast. Dus niet op de plant maar wel in de mens. Wat een visieloze zooi allemaal.

  • mtseshuis

    Wat een Lo(f)tz der zotheid....

Of registreer je om te kunnen reageren.