Akkerbouw

Achtergrond

Zo voorkom je aardappelmoeheid

Aardappelmoeheid (AM) neemt toe in zetmeelaardappelen. De sector onderneemt actie tegen de virulente aaltjes. Telers kunnen ook maatregelen nemen. De rassenkeuzetoets helpt daarbij.

➤  Projecten tegen aardappelmoeheid   
➤  De rassenkeuzetoets
➤  Bemonsteren tegen aardappelmoeheid
➤  Nieuwe AM-resistenties
➤  Tips voor telers

De systematische inzet van hoogresistente rassen maakte aardappelmoeheid (AM) jarenlang goed beheersbaar. Ondanks dat telers AM-resistente rassen telen, kan er toch een vermeerdering plaatsvinden van de aaltjes die aardappelmoeheid veroorzaken. Aardappelcysteaaltjes worden virulenter. Geen reden voor paniek, maar er is wel een gevoel van urgentie.

AM-aaltjes veroorzaken pleksgewijs groeiachterstand in aardappelen. - Foto: HLB
AM-aaltjes veroorzaken pleksgewijs groeiachterstand in aardappelen. - Foto: HLB

➤ Projecten tegen aardappelmoeheid

De aaltjes Globodera pallida en Globodera rostochiensis veroorzaken aardappelmoeheid (AM). Onderzoekers constateren de laatste twee jaar dat de aaltjes zich vermeerderen op percelen waar een hoogresistent ras zetmeelaardappel is geteeld. Dat kan het begin zijn van een alarmerende ontwikkeling. Daarom onderneemt de sector actie.

➤ Plan van Aanpak Aardappelmoeheid

Brancheorganisatie Akkerbouw steekt € 1 miljoen in het project Plan van Aanpak Aardappelmoeheid. Het geld komt uit de financiële reserves van Productschap Akkerbouw, die zijn overgegaan naar BO Akkerbouw. Dat geld is in het verleden al opgebracht door zetmeelaardappeltelers.

Dit project is een initiatief van Avebe, de Stichting TBM, de LTO-werkgroep Zetmeelaardappelen en de Nederlandse Akkerbouw Vakbond. Het project loopt drie jaar, van 2017 tot en met 2019. Daarnaast startte het onderzoeks- en adviesbureau HLB vorig jaar een driejarig project.

➤ Innovatie Veenkoloniën

Het project Veenkoloniale AM precies in beeld wordt uitgevoerd in het kader van het project Innovatie Veenkoloniën. Dit project wordt via het Samenwerkingsverband Noord-Nederland gefinancierd vanuit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling en loopt tot en met de zomer van 2019. Er doen inmiddels bijna 100 telers van zetmeelaardappelen aan mee.

➤De rassenkeuzetoets

Telers kunnen via het HLB-project een rassenkeuzetoets laten doen. Onderzoeker/adviseur Egbert Schepel van HLB legt uit. “Telers nemen grondmonsters van minimaal 5 percelen en het jaar daarna op nog eens 5. Wij tellen het aantal cysten en aaltjes in de monsters. Bij hoge AM-besmettingen kweken we vervolgens verschillende aardappelrassen in potjes met grond. In de potjes doen we aaltjes die afkomstig zijn uit een grondmonster van een perceel van die teler. Vervolgens beoordelen we in welke mate de aaltjes zich kunnen vermeerderen op de diverse rassen. Op basis daarvan geven we de teler een advies welke rassen op dat perceel het best de AM-aaltjes onderdrukken.”

Adviseur Egbert Schepel van het HLB bekijkt in hoeverre AM-aaltjes zich vermeerderen op een knolletje. Met deze informatie kan een teler het juiste ras kiezen voor een perceel. - Foto: Frank Uijlenbroek
Adviseur Egbert Schepel van het HLB bekijkt in hoeverre AM-aaltjes zich vermeerderen op een knolletje. Met deze informatie kan een teler het juiste ras kiezen voor een perceel. - Foto: Frank Uijlenbroek

De eerste grondmonsteranalyses en rassenkeuzetoetsen zijn dit jaar gedaan. Dat heeft geleid tot de eerste rasadviezen voor de teelt van 2018. Schepel: “We kunnen eind 2018 evalueren hoe deze rassenkeuzetoetsen uitpakken in de praktijk.”

Het nemen van de grondmonsters is voor rekening van de teler zelf. De rest van het traject wordt betaald uit het HLB-project, inclusief advies en begeleiding. Een teler kan zo één rassenkeuzetoets laten doen. Iedere extra toets kost gemiddeld zo’n € 300. Er doen inmiddels bijna 100 telers mee aan het HLB-project, zegt Schepel. “Telers kunnen zich nog steeds bij HLB aanmelden. Ik hoop dat het project langer gaat duren dan 3 jaar. Veel zetmeelaardappelen worden één op twee geteeld. Je hebt dan sowieso al 4 jaar nodig om het effect van de rassenkeuzetoets goed te kunnen beoordelen.”

➤Bemonsteren tegen aardappelmoeheid

Bekijk ook deze video van Sytze Bakker over het intensief bemonsteren tegen aardappelmoeheid. 

Naast het doen van onderzoek pleit Schepel ook voor een structurele monitoring van de AM-populaties in het aardappelzetmeelgebied. “Dan kun je snel reageren op nieuwe ontwikkelingen in de virulentie van de aaltjes. Als de populaties nog klein zijn, kun je ze veel sneller aanpakken. De noodzaak voor een monitoring was er niet, omdat het consequente gebruik van resistente rassen de aaltjesdruk laag hield. Nu de virulentie toeneemt en resistenties minder goed werken, is permanente monitoring van groot belang.

➤ Nieuwe AM-resistenties

Zowel zetmeelconcern Avebe als de BO-Akkerbouw zien heil in een rassenkeuzetoets. “AM is een terugkerend onderwerp tijdens onze ledenbijeenkomsten”, zegt Arjan de Rooij, directeur Agro. “Ons dochterbedrijf Averis Seeds heeft vrijwel uitsluitend rassen met een hoge AM-resistentie. Het is wel een kwestie van meerdere jaren voor nieuwe resistenties tegen de virulentere aaltjes zijn ingekruist. De oplossing voor deze nieuwe ontwikkeling ligt in de genetica. Telers kunnen er echter nu al op inspelen, door met een rassenkeuzetoets de juiste rassen te kiezen voor hun percelen.”

Aaltjes op de wortels van een aardappelplant. De aaltjes verspreiden een stof waardoor de cellen eetbaar worden. Dat beschadigt de wortels. - Foto: WUR
Aaltjes op de wortels van een aardappelplant. De aaltjes verspreiden een stof waardoor de cellen eetbaar worden. Dat beschadigt de wortels. - Foto: WUR

De reactie van AM-aaltjes op resistente rassen is anders dan we gewend zijn, zegt Jeroen Kloos, projectleider van het Plan van Aanpak Aardappelmoeheid van de BO-Akkerbouw. “In het project gaan we praktische maatregelen ontwikkelen om verspreiding van de virulente populaties tegen te gaan. We zien verschillen tussen rassen, hoe ze reageren op bepaalde AM-populaties. Daarom ontwikkelen we een rassenkeuzetoets, zodat telers het juiste ras kunnen kiezen voor een bepaald perceel. Verder bieden we telers aan om de percelen te onderzoeken op AM-aaltjes, waar ze hun eigen pootgoed vermeerderen (TBM-pootgoed). We kijken ook of de nieuwe virulente aaltjespopulaties gevolgen moet hebben voor de officiële lijst van aardappelrassen met bepaalde AM-resistentieniveaus. Telers moeten op de lijst kunnen vertrouwen bij hun rassenkeuze.”

In het potje zitten aaltjes uit een grondmonster met een knolletje van een aardappelras. Zo wordt bepaald in hoeverre het ras AM-resistent is. - Foto: Frank Uijlenbroek
In het potje zitten aaltjes uit een grondmonster met een knolletje van een aardappelras. Zo wordt bepaald in hoeverre het ras AM-resistent is. - Foto: Frank Uijlenbroek

Aaltjes worden gemakkelijk verspreid via tarragrond. Dat heeft ook de aandacht van het project. Kloos: “We bekijken of aaltjes in tarragrond afnemen als je de grond onder water zet. Studenten gaan kijken naar afvalhopen die zijn afgedekt met plastic. Ze meten het effect van de verrotting en verzuring op de aaltjespopulaties in de tarragrond.”

➤Tips voor telers

De telers van zetmeelaardappelen kunnen zelf ook maatregelen treffen, zegt onderzoeker Leendert Molendijk van Praktijkonderzoek AGV van Wageningen UR. Hij geeft wat tips.

  • Voorkom gesleep met grond. Maak trekkers en machines schoon voor je naar een ander perceel gaat. Helaas is dat moeilijk uitvoerbaar in een nat najaar.
  • Het bestrijden van aardappelopslag is cruciaal. Als een teler te weinig doet aan aardappelopslag, teelt hij eigenlijk een-op-een aardappelen. Dan kunnen aaltjes zich snel vermeerderen.
  • Zorg ook dat je schoon pootgoed krijgt, zonder aanhangende grond waar cysten in kunnen zitten.
  • Laat aaltjesonderzoek doen, zeker als de groei ergens in een aardappelperceel achterblijft.

Er zijn veel onderlinge contacten in de Nederlandse aardappelsector, constateert Molendijk. “In het zetmeelteeltgebied worden nu ook minder resistente of zelfs vatbare aardappelrassen geteeld voor verwerking tot vlokken, chips of frites. Er is risico dat de virulente populaties zich verspreiden naar regio’s waar veel pootgoed en consumptieaardappelen worden geteeld. Het is niet uitgesloten dat buiten Noordoost-Nederland ook selectie van virulentere aaltjes heeft plaatsgevonden. Daarom is het goed om nu actie te ondernemen.”

Of registreer je om te kunnen reageren.