Akkerbouw

Achtergrond

Optimaal drogen van uien in 4 stappen

Een groot deel van de uien komt dit seizoen nat binnen. Om de kwaliteit te behouden moet al dat vocht er zo snel mogelijk uit.

De late en deels verregende uienoogst vraagt in de bewaring extra aandacht, om de kwaliteit van het geoogste product niet verder achteruit te laten gaan. De adviseurs van zaadbedrijf De Groot en Slot zien aantastingen door zwakteparasieten vanuit de bodem, zoals fusarium en soms zelfs witrot. Ook komen ze geregeld partijen tegen met bacterieaantastingen, zowel primair als secundair.

1.

Geleidelijk opwarmen

 

Begin direct wanneer de uien binnenkomen te ventileren met buitenlucht. Warm de uien op met kachels tot een producttemperatuur van 20 graden. Houdt de inblaastemperatuur continu op maximaal 2 tot 3 graden boven de producttemperatuur. Bij een groter temperatuurverschil ontstaat er condens in de bewaring. Te snel opwarmen zorgt ervoor dat de halzen als het ware dichtschroeien, waardoor de uien het vocht niet meer via de hals kunnen afstaan. Het droogproces verloopt dan minder snel. Bovendien is er dan een grote kans op ontstaan van watervellen. Bij partijen met dunne halzen kan de temperatuur minder hoog worden opgestookt dan bij partijen met dikke halzen.

 

Houdt de temperatuur bij voorkeur onder de 20 graden, daar in het traject 22 tot 25 graden de koprot schimmel het actiefst is. Bestaat er gevaar voor een koprotinfectie, door bijvoorbeeld een late afrijping, warm dan de partij op tot 32 graden en houd deze temperatuur dan minimaal drie dagen vast. Deze behandeling inactiveert de koprotschimmel. Het gevaar is dat de bacteriegroei bij hoge temperaturen sneller gaat.

Indien wordt gekozen voor het drogen op 32 graden, is aan te raden de partij eerst een paar dagen te drogen op 20 graden en te zorgen dat van de hele partij de RV onder de 75% zit. Op dat moment is het meeste aanhangende vocht wel weg en kunnen de luiken op een kier, zodat de uien sneller door het gevaarlijke temperatuurtraject van 22-25 graden heengaan.

De uienoogst verliep moeizaam. Er ging veel regen door het zwad. Dat vraagt extra drooguren in de bewaring. - Foto: Mark Pasveer
De uienoogst verliep moeizaam. Er ging veel regen door het zwad. Dat vraagt extra drooguren in de bewaring. - Foto: Mark Pasveer

2.

Temperatuur vasthouden

Houdt de temperatuur vast wanneer de partij eenmaal op temperatuur is. De uien moeten nu gelijkmatig drogen. Laat de ventilatoren continue, afhankelijk van de buitentemperatuur en luchtvochtigheid, extern of intern draaien. Houdt met behulp van kachels de temperatuur op peil.

Stop pas met volop drogen wanneer de partij helemaal droog is. In de praktijk is dat minimaal zes weken. Hiervoor zijn een aantal richtlijnen om dat te bepalen: de binnenkant van de binnenste buitenhuid voelt stroef aan, de hals rolt niet meer tussen de vingers of wanneer de luchtvochtigheid in de bewaring daalt naar een niveau van onder de 70%.

3.

Temperatuur afbouwen

Laat de temperatuur pas zakken wanneer de partij droog. Blijf wel voldoende ventileren om vrijkomend vocht af te voeren. De adviseurs van De Groot en Slot waarschuwen voor watervelactiviteit als gevolg van heftige regen. Dit leidde tot bladokselafsluiting met als gevolg zuurstofgebrek. In de bewaring heeft dat tot gevolg dat de eerste vleesrokken nog lang vocht loslaten dat nog moet worden afgevoerd.

Laat de temperatuur langzaam met de gemiddelde buitentemperatuur meezakken. Houdt altijd voldoende ruimte om te kunnen blijven drogen. De laatste jaren is het nogal eens gebeurd dat in december de gemiddelde etmaaltemperatuur niet onder de 10 graden komt. Zorg er daarom voor dat u voor 1 januari de producttemperatuur nog niet onder de 10 graden heeft ingesteld. Zo blijft er de mogelijkheid om te ventileren. Droogte is in deze meer leidend dan temperatuur.

Voorkom temperatuurschommelingen en daarmee condens op de uien. Bovendien wekt de combinatie vocht en temperatuurschommelingen de kiemlust op.

Blijf de eerste zes weken na het drogen 8-9 uur per etmaal ventileren, daarna steeds plusminus 4 uur per etmaal. Als zich een koude- of warmteperiode voordoet, wordt met intern ventileren voorkomen dat in de hoop temperatuurverschillen ontstaan die leiden tot condens op de bovenste laag uien.

Laat de producttemperatuur niet onder de 6 graden zakken. In de regel is dat een goede waarde om in buitenluchtkoeling de temperatuur te handhaven.
Met klei besmeurde uien. Na drogen bij een voldoende hoge temperatuur, laat de buitenste huid met grond en al los. - Foto: Peter Roek
Met klei besmeurde uien. Na drogen bij een voldoende hoge temperatuur, laat de buitenste huid met grond en al los. - Foto: Peter Roek

4.

Uienhoop controleren

Houdt de uien altijd droog. De hoop moet kraken als u eroverheen loopt. Een natte of klamme uienhoop gaat snel achteruit. Aanwezige watervellen gaan gemakkelijk rotten.

Snij ter controle een aantal uien doormidden en leg deze op verschillende plaatsen in de bewaring. Blijven deze vrij van schimmel, dan is het goed. Komt er schimmel op, dan moet er meer worden geventileerd.

Streef er tijdens het drogen naar dat de RV richting de 65% gaat. In het begin kun je namelijk niet genoeg vocht afvoeren. Op het moment dat de uien goed droog zijn, kunt u de RV laten oplopen naar 75-80%.

Of registreer je om te kunnen reageren.