Akkerbouw

Achtergrond 8 reacties

‘Kijk naar de bodem, niet naar de mestput’

Goed bodembeheer is van essentieel belang om hevige piekbuien en langere periodes van droogte aan te kunnen, stelt heemraad Dirk-Siert Schoonman.

Heemraad van Waterschap Vallei en Veluwe en dagelijks bestuurslid van de Unie van Waterschappen, Dirk-Siert Schoonman, is ervan overtuigd dat de oplossing voor de klimaatverandering niet alleen gezocht moet worden bij het stelsel van watergangen.

Goed bodembeheer

Schoonman is als tweede loco-dijkgraaf bij het waterschap onder andere verantwoordelijk voor het watersysteem voor het landelijk gebied. Bij het waterschap is het programma Bodem en Water een van de speerpunten, Schoonman is portefeuillehouder. Een goede bodem kan meer water opnemen, houdt het langer vast en voorkomt uitspoeling van nutriënten. Het waterschap ‘trekt het land op’, volgens Dirk-Siert Schoonman. Alleen oplossingen zoeken in het watersysteem is niet voldoende, een goed bodembeheer is hier een onlosmakelijk onderdeel van. Schoonman is ook praktijkdeskundige. Naast zijn bestuurlijke activiteiten is hij akkerbouwer en doet hij aan agrarisch natuurbeheer.

Dirk-Siert Schoonman. - Foto: Koos Groenewold
Dirk-Siert Schoonman. - Foto: Koos Groenewold

Treedt een waterschap dat zich bemoeit met bodembeheer niet buiten zijn ‘boekje’? Daar gaat een waterschap toch niet over?

“Klopt, we gaan er niet over, maar zijn wel een van de belanghebbenden. Als we de bodem beter laten functioneren kunnen we de klimaatveranderingen met periodes van hevige regenval en periodes van droogte beter aan. Tot nu toe werd bij het onderwerp water alleen gekozen voor technische oplossingen. Hoe meer water, hoe groter en breder de sloot. De bodem betrekken bij waterbeheer kwam niet voor in de agenda’s. Vandaag de dag lukt het ons om steeds meer vanuit de bodem te denken en te doen. Hoe kunnen we de bodem beter laten functioneren en het een integraal onderdeel maken van waterbeheer?”

Is een reden voor het waterschap ook dat we aan technische grenzen komen van uitsluitend waterbeheer via de watergangen? Zijn we genoodzaakt de bodem erbij te betrekken?

“Ergens is ons huidige waterstelsel inderdaad eindig. Bijna iedereen is er wel van overtuigd dat de klimaatverandering een feit is. Die gaat onverminderd verder. Extreem gedrag van het weer zet zich voort. Je weet niet meer wanneer waar heel veel water gaat vallen. In Nederland is het watergangenstelsel ingericht op het gemiddelde. Je kunt het ook niet inrichten op extremiteiten. Die investeringen zijn niet gerechtvaardigd.

‘Boeren moeten het productievermogen van hun grond verder verhogen’

Dat betekent dat je moet kijken naar andere oplossingen. Dus daarom trekken we het land op. Als waterschappen hebben we maar 2% van het gebied in beheer, de rest is van onze buren. Dat zijn met name agrarische bedrijven en terreinbeherende organisaties. Het is een heel grote uitdaging daar de oplossing gezamenlijk te vinden.”

Krijgt het waterschap partijen mee om hierover na te denken?

“Traditioneel zou je zeggen: ze moeten! Maar dat is niet meer van deze tijd. Het mooie is dat het ook niet nodig is. Voor de agrarische sector is er veel winst te behalen. Aandacht voor de bodem is ook logisch, het mestbeleid begint steeds knellender te worden. Er worden meer mineralen uit de bodem gehaald dan er met mest opgebracht mag worden. Dat betekent nogal wat, dat is een zorgelijke ontwikkeling.

Mineralenefficiency is ongelofelijk belangrijk. Op het moment dat de efficiency omhoog gaat, gaat de productie van de grond eveneens omhoog en neemt onze waterkwaliteit toe. Een absolute win-winsituatie. Daar wil ik gebruik van maken, zowel aan de kwaliteits- als aan de kwantiteitskant. Land met een goede bodemstructuur kan water bufferen en zal niet alles meteen afvoeren naar de watersystemen. Als het water geleidelijk komt, is dat een groot voordeel. Voor de sector heeft dat bufferen nog een ander groot voordeel, namelijk dat je in drogere periodes minder snel last krijgt van droogteschade.”

Boeren moeten dus op een andere manier met hun land omgaan?

“Jazeker, dat is een van de grootste veranderingen. Boeren moeten meer gaan kijken naar de bodem dan naar de mestput. Als we op 15 februari weer gaan mestrijden, doen we dat dan omdat de grond daar aan toe is? Omdat de temperatuur van de bodem goed is? De draagkracht van de bodem goed is? Of omdat de weersomstandigheden goed zijn? Grote kans dat de enige drijfveer is dat de ruimte in de mestput opraakt. Daarmee doe je grote concessies aan het juiste moment van aanwenden en de behoefte van de bodem. En de gevolgen daarvan merk je het hele jaar door. Het komt de productie van het gewas niet ten goede en levert mineralenverlies voor de sector op. Bovendien loopt de waterkwaliteit hierdoor achteruit.”

Dat levert boeren wel de nodige praktische problemen op. Die mestput raakt vol.

“De opslagcapaciteit is de laatste 10 jaar behoorlijk vergroot. Mensen die nieuw gebouwd hebben, hebben veelal een behoorlijke reservecapaciteit aangelegd van zeker 8 of 9 maanden. Maar er zijn natuurlijk nog steeds bedrijven met een beperkte opslag, die op 1 februari vol zit. Die boeren hebben een uitdaging, bijvoorbeeld ergens opslagruimte huren om op die manier toch pas echt mest aan te wenden als het ook nodig is. Eerst goed kijken naar de bodem, naar de temperatuur en de draagkracht van de bodem en dan pas mest uitrijden.”

Wordt de totale hoeveelheid mest die je gewend was te gebruiken uiteindelijk minder door deze werkwijze?

“Nee, als je efficiënter inzet heb je ook als sector een bewijs dat je er meer afhaalt. En dan is er geen reden het mestbeleid aan te scherpen.”

Maar meer efficiency is toch minder mest inzetten, dan hou je toch meer over?

“Niet als het productievermogen omhoog gaat. Waarom zou je als sector productievermogen laten liggen? Ik denk dat de sector er goed aan doet bij het huidige mestbeleid het productievermogen van de grond te verhogen. Daarin zit de win-win voor de sector. Bij de waterschappen staat de waterkwaliteit voorop, dus minder bemesten voor de waterkwaliteit. De uitdaging is een efficiëntere sector zijn, een economisch verdienmodel hebben. Het is toch geweldig als je met dezelfde hoeveelheid mest meer van je land kunt halen?”

Dirk-Siert Schoonman. - Foto: Koos Groenewold
Dirk-Siert Schoonman. - Foto: Koos Groenewold

Vindt dit verhaal van het waterschap weerklank in de agrarische sector?

“Ja, dat is op zich geen probleem. Maar alleen weerklank is nog wat anders dan in actie komen. Het blijft wat mij betreft nog te veel steken bij een groep voorlopers die het omarmen en aan de slag gaan. Maar ik snap niet waarom het niet uitwaaiert naar het peloton. Bijvoorbeeld: de buurman heeft gras gezaaid onder zijn mais en die mais staat er net zo goed bij als de mijne. Maar na het oogsten van de mais heeft hij al wel meteen een bodembedekkend gewas staan. Dat betekent dat hij zijn mineralen vasthoudt in de winter. Onderzaaien onder mais is een bewezen systematiek, het wordt echter niet opgepakt door boeren omdat ze bang zijn hun maisoogst tekort te doen.”

Welke rol heeft het waterschap in deze verandering in de bedrijfsvoering?

“Dat is een lastige, maar ik kan wel mensen enthousiasmeren en het wederzijds belang benoemen. De gemeenschappelijke belangen samen met standsorganisaties bespreken. In een deltaplan agrarisch water willen we graag samen optrekken. Maar ik wil meer dan alleen voorlopers bereiken. Om die grotere groep te bereiken denk ik aan andere partners, zoals accountants, veeartsen en adviseurs van mengvoerbedrijven en zuivelaars. Dat zijn de mensen die over bedrijfsvoering praten. Het gaat niet alleen over kilo’s, maar ook het moment waarop je wat doet en de machines die je gebruikt. De volgende stap is de loonwerker erbij betrekken, uitzoeken welke machine te gebruiken om mest uit te rijden en met welke luchtdruk in de banden je werkt.”

Is de basis van één waterschap niet te klein voor zo’n project als Bodem en Water? Moet een overkoepelende organisatie daar geen sturing aan geven? Bijvoorbeeld de Unie van Waterschappen?

“Ik ben ook actief binnen de Unie. Ik probeer een manier te vinden alle partijen bij elkaar te brengen. We moeten gezamenlijk optrekken, dat moet niet meer zo lang duren. Hoe weet ik nog niet. In ieder geval moeten we van onze eigen postzegel af, het is een landelijk issue. Voor een waterschap is het ingewikkeld, het is namelijk niet onze corebusiness. Maar we hebben wel een wettelijk opgave om waterkwaliteit en kwantiteit op orde te houden.”

Moet de politiek dan ingeschakeld worden?

“Wat mij betreft gaan we niets afdwingen. Ik zou het mooi vinden dat we dit als waterschap en agrarische sector zelf oppakken, zodat andere wet- en regelgeving niet nodig is. Dus door de overtuiging dat je het producerend vermogen van de grond kunt vergroten door managementmaatregelen. Door het kritisch kijken naar de bodem hoeft dan het mestbeleid niet aangescherpt te worden en de waterkwaliteit gaat automatisch vooruit. Als dat gebeurt, is er geen reden en legitimatie het mestbeleid aan te scherpen. In de toekomst moet het mogelijk zijn om zelfs meer dierlijke mest te gebruiken en los te komen van het ‘kunstmestinfuus’.”

Om samen met boeren projecten rond goed bodembeheer te starten, houdt het waterschap diverse bijeenkomsten. Geïnteresseerden kunnen zich melden via bodemenwater@vallei-veluwe.nl. De eerstvolgende bijeenkomst is op dinsdag 14 november om 19.30 uur in Heerde. Samen met de provincie Gelderland ontwikkelt het waterschap een systeem van kennisvouchers, waarmee boeren in staat worden gesteld deskundigheid over goed bodembeheer in te kopen. Goed bodembeheer is ook een van de manieren waarmee het waterschap het wateroverlastprobleem in een polder in Oosterwolde wil aanpakken.

Laatste reacties

  • alco1

    Je moet juist wel naar de mestput kijken. Om voordat de bodem inzicht komt de knelgronden niet nog meer te verschralen.

  • boer drenth

    achter het bureau kun je van alles bedenken, maar in de praktijk is het wel eens anders.

  • stocksterhorn1

    Het Waterschap mag natuurlijk best meedenken, maar moet zich allereerst richten op de core-business; Hunze & Aa's heeft in het Oldambt de sloten nog lang niet schoon en de maaipaden nog niet gemaaid.

  • Reactie verwijderd door een beheerder

  • ghsmale

    Gaan die zich er ook nog mee bemoeien, als we Nederland niet helemaal vol bouwen met wegen, en de tuintjes van de burgers niet gaan vol bestraten dan is er ook meer plek voor water opvang.
    Het zomer en winter peil is op veel plaatsen ook afgeschaft dus geen piek opvang meer mogelijk zo ,is er altijd wel wat.

  • Zuperboer

    Als de omstandigheden op 15 februari gunstig zijn, dan leert de ervaring dat het grasland op dat moment zijn dierlijke mest moet krijgen. Het is niet voor niets dat wintertarwe(ook een grassoort)vaak in januari al behoefte aan een kunstmestgift heeft. Dierlijke mest heeft iets meer tijd nodig om opgenomen te worden, maar wachten lijdt meestentijds tot opbrengstverliezen. Schoonman was een top melkveehouder, maar gras telen is een akkerbouwzaak.

  • Vhouder

    heb elk jaar het meeste gras op perceel dat ik het eerst bemest

  • farmerbn

    Mestrijden bij een temperatuursom van 180 graden, werd ons geleerd. Bij hogere temperaturen moet je dus eerder mestrijden. Inmiddels is die 180 al veranderd door 280 graden maar dat was een millieu-keuze. Je leest nooit dat de 180-gradendatum steeds eerder valt als je die data al kunt vinden.

Laad alle reacties (4)

Of registreer je om te kunnen reageren.