20-12-2011

Agrico presenteert 4 nieuwe rassen in entourage Poolse zoutmijn

Agrico presenteert 4 nieuwe rassen in entourage Poolse zoutmijn

 

Bant, 11 november 2011 – Het was de Poolse koning Jan III Sobieski die zijn onderdanen in de 17e eeuw liet kennismaken met de aardappel na een bezoek aan Wenen. Dit was de opmaat voor een liefdesaffaire, die Polen tot de 10 grootste aardappelproducenten ter wereld maakte. Samen met haar dochterbedrijf Agrico Polska Sp. z o.o. heeft Agrico via de introductie en vermarkting van Agrico-rassen stevige posities in dit aardappelland weten op te bouwen. Vandaar dat bij deze editie van de Agrico-rassen- en zaailingenpresentatie het land Polen in de schijnwerpers staat alsmede vier nieuwe rassen die zijn opgenomen op de rassenlijst.

 

Momenteel is Polen goed voor de productie van ongeveer 9 miljoen ton aardappelen. Typerend is dat nog altijd circa 70 procent van het totale areaal wordt geteeld op bedrijven met minder dan 2 hectare aardappelen. Het areaal staat onder druk omdat vooral kleine boeren en ‘thuistelers’ stoppen. Tegelijkertijd neemt de productie per hectare toe als gevolg van schaalvergroting en daarmee gepaard gaande professionalisering. In deze dynamische markt heeft Agrico in 2006 Agrico Polska Sp. z o.o. opgericht. Agrico Polska teelt en vermarkt in Polen geteelde pootaardappelen van Agrico-rassen. Daarnaast verzorgt het bedrijf de import van pootgoed uit Nederland. In de jaren die volgen groeit het bedrijf gestaag en krijgt Agrico Polska een groter marktaandeel in Polen. “Het afgelopen jaar was onze Poolse dochter op vele beurzen en aardappelevenementen actief en ook komend jaar wordt er extra geïnvesteerd in de promotie van (nieuwe) Agrico-rassen door onder andere meer verspreid proefvelden aan te leggen”, aldus algemeen directeur Jan van Hoogen.

 

Om blijvend in te kunnen spelen op de wensen van telers, consumenten en verwerkers in de verschillende regio’s en marktsegmenten in de wereld is rasontwikkeling voor Agrico van groot belang. Van Hoogen: “Zo hebben we de afgelopen drie jaar in Polen met het zeer vroege ras Riviera een stevige marktpositie opgebouwd en met Manitou hebben we een nieuwe troef in handen voor het roodschillige segment. Ons kweek- en researchbedrijf Agrico Research B.V. en de aangesloten kwekers laten zich ook tijdens deze rassen- en zaailingenpresentatie weer van hun beste kant zien. Met een viertal nieuwe rassen op de rassenlijst kan Agrico haar positie verder versterken en blijven de leden van Agrico in staat hun bedrijven verder te ontwikkelen.”

 

Met de nieuwe Ambassador beschikt Agrico over een zeer vroeg en Pallida-resistent (aardappelmoeheid) fritesras voor de verwerkende industrie. “Dit door Agrico Research gekweekte ras heeft een relatief hoog drogestofgehalte bij vroege oogst. Bovendien kunnen de telers de relatief kleinvallende pootaardappelen op ruime afstand poten. Dit betekent dat ze met minder kilo’s pootgoed per hectare toe kunnen”, aldus Van Hoogen.

 

Het ras Destiny is gekweekt door de gebroeders Suelmann. Destiny is een nieuw chipsras met goede resistenties en een prima opbrengst. Volgens Van Hoogen kan dit ras door de goede consumptie-eigenschappen echter ook als kruimige tafelaardappel hoge ogen gaan gooien. Bovendien is het ras geschikt voor vroege bestemmingen en landen met een tweede teelt.

 

Het ras Evolution komt uit de koker van het eigen kweekbedrijf. Dit vroege roodschillige consumptieras is met name geschikt voor de Oost-Europese markten. “Evolution heeft goede schurft- en virusresistenties en een dito opbrengst”, zegt Van Hoogen. Het laatste ras Lusa is gekweekt door Agrico’s van oorsprong Zweedse kweekpartner Lantmännen SW Seed. Het betreft een zeer robuust roodschillig consumptieras voor het Middellandse Zeegebied. Van Hoogen: “De naam Lusa is de oude benaming van het land Portugal. Dit ras groeit bijna onder alle omstandigheden en kan zonder veel technische kennis worden geteeld.”

 

De nieuwe aardappelrassen worden op het kweek- en researchbedrijf in Bant ‘ondergronds’ gepresenteerd in de ontspannen Poolse entourage van de Wieliczka-zoutmijn. Het winnen van zout nabij het Poolse dorpje Wieliczka werd voor het eerst vermeld in 1044 en het is daarmee een van de óudste zoutmijnen ter wereld. De mijn is beroemd om zijn sculpturen en staat niet voor niets op de Werelderfgoedlijst. In de ‘uitgehakte’ gangen en kapel kregen de toehoorders mee dat Agrico na een turbulent jaar de organisatie weer heeft staan. Tegen de trend in groeide Agrico het afgelopen jaar in areaal. Volgens Van Hoogen had Agrico nooit tevoren een sterker potentieel aan rassen. Rassen die voor verdere groei gaan zorgen. “Een positief uitgangspunt, maar zeker geen reden om achterover te gaan leunen. We moeten ons voortdurend blijven inspannen om in specifieke afzetmarkten zoals Polen de positie van Agrico en haar rassen te versterken”, aldus Jan van Hoogen.

Of registreer je om te kunnen reageren.