Varkenshouderij

Nieuws 676 x bekeken 1 reactie

Chinese varkenssector groeit minder hard dan voorheen

Utrecht – De Chinese varkensvleesproductie groeit nog steeds, maar op een minder hoog niveau dan voorheen. Dat blijkt uit een rapport van de Rabobank genaamd ‘Industrialisation of China’s Pork Supply Chain’.

De groei in de varkenssector werd vooral tussen 1990 en 2010 gerealiseerd door groei in bevolking en inkomen en verstedelijking van het land. In 2010 produceerde het land 50 miljoen ton varkensvlees per jaar. De groei gaat nog steeds door maar met minder grote stappen. De groei in de varkenssector ligt nu op 1 tot 2 procent per jaar, ten opzichte van tientallen procenten daarvoor. De Rabobank verwacht dat de productie in 2015 zal uitkomen op 54 miljoen ton per jaar. In 2020 wordt geraamd dat de productie op 60 miljoen ton ligt.
De afzwakking in de groei heeft te maken met consolidatie in de bevolkingsgroei en salarissen van de Chinezen. Daarnaast wordt het aandeel varkensvlees in de totale consumptie van vlees minder omdat er meer verschillende vleessoorten beschikbaar zijn. In 1985 bestond de vleesconsumptie nog voor 80 procent uit varkensvlees. In 2011 was dit gedaald tot 65 procent. Volgens de Rabobank wordt er steeds meer rundvlees, kip en schapenvlees gegeten om variëteit aan het menu te geven. Daarnaast is kip goedkoper dan varkensvlees en zijn de Chinezen steeds bewuster als het gaat om voedselveiligheid en dierziektes onder varkens, waardoor er vaker wordt gekozen voor ander vlees. Naar verwachting zal het aandeel varkensvlees in de vleesconsumptie verder dalen naar 62 procent in 2020. Groei in consumptie zit er nog wel volgens de Rabobank, maar deze zal met name gerealiseerd moeten worden door de lage inkomensgroepen (in de stad en op het platteland) in China.
Volgens de Rabobank is de structuur van de Chinese varkenshouderij ook aan het veranderen. Het land bestond eerder uit veel kleine (familie)bedrijven maar de sector wordt steeds meer gedomineerd door grote bedrijven (meer dan 10.000 vleesvarkens), die volgens een integratiemodel opereren. Volgens de Rabobank werkt het integratiemodel echter niet voor alle delen van China. Daarnaast merkt de bank op dat met de groei van deze integratiebedrijven de coördinatie met de slachterijen en andere verwerkers wat achter is gebleven. Daar moet het land de komende jaren flink aan werken, aldus de bank.
Het land maakt ook een verandering door van netto importeur van varkensvlees (0,4 miljoen ton per jaar) naar een land die zelfvoorzienend kan worden. Vanaf 2008 is het land netto-importeur door tekorten in de eigen productie. China zette toen ook de grenzen open voor meer landen. Nu zijn de Verenigde Staten, Brazilië, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk bevoegd om varkensvlees te exporteren naar China. Volgens de Rabobank kan het land op langere termijn zelfvoorzienend worden, ook omdat de behoefte aan vers vlees (in tegenstelling tot geïmporteerd bevroren vlees) steeds groter wordt. Het land moet dan wel meer mais gaan invoeren om meer varkensvoer te kunnen produceren.

Eén reactie

  • joannes

    Zo China kan je dus van de lijst export potentie in de toekomst afstrepen! We kunnen er alleen slachtlijnen verkopen!

Of registreer je om te kunnen reageren.