Varkenshouderij

Nieuws 1331 x bekeken

Vooruitzichten varkenshouders Oost-Nederland minder goed

Wageningen – De economische vooruitzichten voor varkensbedrijven in Oost-Nederland zijn minder gunstig dan voor varkensbedrijven in Zuid-Nederland.

Dat concluderen LEI-onderzoekers in een quick scan-studie naar het toekomstperspectief van varkensbedrijven in Oost-Nederland (Overijssel en Gelderland). De studie is uitgevoerd in opdracht van de afdeling regionale zaken van het ministerie van ELI.
De oorzaken voor de minder goede perspectieven voor Oost-Nederlandse varkensbedrijven zijn divers volgens de LEI-onderzoekers. De bedrijven zijn kleiner, ze hebben te maken met hogere voerprijzen en biggenprijzen en lagere voerwinsten. Ook verschillen in bedrijfsstijl en cultuur kunnen een rol spelen.
In Oost-Nederland zijn ruim 3.700 bedrijven met varkens, in Zuid-Nederland 3.300. Oost-Nederland heeft 32 procent van de varkensstapel binnen zijn grenzen, Zuid-Nederland 59 procent. Er zijn in Oost-Nederland meer bedrijven die varkens als neventak hebben. Verder zijn er meer gespecialiseerde vleesvarkensbedrijven als in Zuid-Nederland. Op het gebied van groepshuisvesting loopt de Oost-Nederlandse varkenshouderij voor. Op het gebied van emissiebeperking zijn er relatief minder bedrijven aangepast, dan in Zuid-Nederland.
Het LEI verwacht dat in Oost-Nederland minder gespecialiseerde bedrijven in staat zullen zijn om de benodigde aanpassingen gefinancierd te krijgen om te voldoen aan de huidige regels rond milieu en dierenwelzijn. Veel bedrijven in deze regio kunnen onvoldoende middelen uit het bedrijf genereren om aan de rente en aflossingsverplichtingen te kunnen voldoen. De gemengde bedrijven met een varkenstak hebben gemiddeld minder financieringsproblemen.

Of registreer je om te kunnen reageren.