Varkenshouderij

Nieuws 103 x bekeken

BV in varkenshandel slaagt niet in bewijzen bestaan vordering

Een varkenshandelaar heeft het bestaan van een vordering op een afnemer niet aannemelijk gemaakt. Een afwaardering ten laste van de winst in 2006 en 2007 is daarom niet mogelijk.

Kort samengevat zijn de uitspraken van de rechtbank Breda de volgende:
Een BV houdt zich bezig met de handel in varkens en biggen. De omzet bedroeg in 2006 en 2007 meer dan € 5 miljoen. De bestuurder van de BV houdt dagelijks de kasadministratie bij, zonder betaal- of ontvangstdata te boeken en zonder kwitanties of andere stukken te bewaren. In de aangifte vennootschapsbelasting 2006 waardeert de BV een vordering op een collega varkenshandelaar af met bijna € 200.000 en in 2007 nog eens met € 35.115. De collega varkenshouder wordt in 2010 failliet verklaard. De inspecteur weigert de afwaardering en accepteert ook de aftrek van de in 2007 in aanmerking genomen administratiekosten van € 50.000 niet. De BV gaat in beroep.

De rechtbank Breda oordeelt dat de BV niet aannemelijk maakt dat zij een vordering had op de collega varkenshouder. Een afwaardering is dan ook niet mogelijk. De curator van de failliete collega betwist dat X bv een vordering heeft op Y en X bv heeft ook geen pogingen gedaan om de gestelde vordering te innen. Ook uit de debiteurenadministratie blijkt het bestaan van de vordering niet. Het is goed mogelijk dat de BV veel meer betalingen in contanten heeft ontvangen dan zijn geboekt. De rechtbank oordeelt vervolgens dat de administratiekosten tot een bedrag van € 5.000 aftrekbaar zijn. De BV heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij € 50.000 administratiekosten heeft gemaakt maar anders dan de inspecteur bepleit, acht de rechtbank het aannemelijk dat de BV wel enige administratiekosten heeft moeten maken

Of registreer je om te kunnen reageren.