Varkenshouderij

Nieuws 115 x bekeken

Biggensterfte kan omlaag door management

Wageningen - Met verbeteringen aan het management en meer aandacht voor de fokkerij is biggensterfte in de biologische varkenshouderij te verminderen.

Dat zegt Gert Hemke, projectleider van het kennisnetwerk Vermindering Biggensterfte in de biologische varkenshouderij. "Nu we er mee bezig zijn blijkt in ieder geval bij een van de deelnemers de biggensterfte al substantieel te zijn gedaald."

De biggensterfte in de biologische varkenshouderij is met gemiddeld 20 procent hoog. De variatie is met 14 tot 28 procent groot. In het project worden acht biologische zeugenbedrijven onderzocht op biggensterfte. "Het is een multifactorieel probleem. De fokkerij speelt hierbij een belangrijke rol. In de fokkerij is gefokt op meer biggen per worp. Dat is gelukt, maar leidt wel tot een lager geboortegewicht van biggen. Hierdoor is de uitval groter", legt Hemke uit.

Het management op bedrijven speelt echter ook een belangrijke rol bij de uitval. Bij zeugen die onbeperkt voer krijgen en daardoor vervetten duurt de geboorte langer, waardoor de biggen zwakker zijn. Dit leidt tot hogere sterftepercentages. Met een werpbeugel kan sterfte beperkt worden, omdat de kans kleiner is dat de zeug op de biggen gaat liggen. "Meer aandacht voor biggen in de eerste 24 uur na geboorte werkt ook positief. Door de biggen af te drogen, te zorgen dat ze snel biest krijgen en de biggen eventueel bij te voeren met kunstmelk kan de uitval worden verminderd. Een comfortabel biggennest werkt ook positief", zegt de projectleider

De biggensterfte is in de biologische houderij is hoger dan in de gangbare houderij. Dat komt omdat biologische zeugen los lopen en daardoor eerder biggen doodliggen.

Of registreer je om te kunnen reageren.