Varkenshouderij

Foto & video 3647 x bekeken 3 reacties

Arkema's verwerken vlees van eigen vee

Arkema Vlees houdt in Noordbroek (Gr.) varkens en zoogkoeien op biologische wijze. De dieren worden in de eigen slagerij verwerkt, waarna de Arkema’s zelf het vlees aan de man brengen.

Foto

  • Dit zijn Bé (60), Margreet (54) en Siewert (26) Arkema. Gedrieën runnen zij het bedrijf Arkema Vlees in het Groningse Noordbroek. Op het bedrijf lopen 8 zeugen, 50 zoogkoeien en het bijbehorende kroost. De dieren worden gehouden op biologische wijze. Bij het bedrijf hoort 75 hectare grond, waarvan 25 hectare biologisch grasland. Op de overige 50 hectare verbouwen de Arkema’s tarwe en koolzaad. Foto’s: Penn Communicatie, tekst: Bouke Poelsma

  • De Arkema’s hadden tot 15 jaar geleden een regulier akkerbouwbedrijf. Eind jaren negentig begonnen ze met het houden van vee op biologische wijze. Bé Arkema vindt het fijn om niet afhankelijk te zijn van een bedrijfstak. „De grond is hier duur. Het was daarom lastig de akkerbouwtak verder uit te breiden. Met de akkerbouwtak, de vleesverkoop en in de toekomst de biologische leghennen, hebben we meerdere pijlers onder het bedrijf”, zo vertelt hij. De Arkema’s willen nog dit jaar een stal bouwen voor 15.000 biologische leghennen.

  • De acht zeugen op het bedrijf hebben alle ruimte om rond te lopen. „Automobilisten stoppen soms, wanneer ze de dieren hier voor aan de weg zien lopen”, vertelt Bé Arkema.

  • Het dekken van de zeugen gebeurt op natuurlijke wijze. De dieren worden na een jaar of vijf vervangen. Dan hebben ze acht tot tien worpen achter de rug. „Wanneer het biggenaantal terugloopt, wordt het tijd om de dieren te vervangen”, zegt Bé Arkema.

  • „Deze Piétrain-beer heeft hier een mooi leven”, zegt Bé Arkema met een glimlach. Het dier loopt alweer een jaar of vier rond op het bedrijf. „Aan vleesvarkens met Piétrain-bloed zit veel vlees met relatief weinig vet”, vertelt Arkema over zijn keuze voor deze eindbeer.

  • Een kijkje in het kraamhok. De zeugen liggen er lekker op stro.

  • De vleesvarkens worden gehouden in groepen van 12 dieren. De beren en de zeugjes worden apart gehouden. Dat komt de rust in de hokken ten goede. De Arkema’s zijn jaren geleden al gestopt met castreren.

  • Ook de vleesvarkens kunnen naar buiten. Op deze foto is de uitloop te zien. De Arkema’s vullen een of twee keer per week het stro aan. In de nabije toekomst komt er nog een mestput achter de uitloophokken.

  • Zo’n mestput is er al wel bij de uitloop van het vleesvee. De Arkema’s houden 50 zoogkoeien (Blonde d'Aquitaine). Er lopen zo’n 100 stuks groot- en kleinvee rond in de stal. Ook de stiertjes worden aangehouden. „De Blonde d’Aquitaine is een gemakkelijk dier in de omgang. Het vlees ervan is mager. Dat ziet de consument graag”, zegt Bé Arkema.

  • De dieren worden niet onthoornd. De Arkema’s vinden het mooi om de dieren zo te zien en krijgen daar veel positieve reacties op van consumenten. De dieren krijgen een rantsoen van gras, biologische wintergerst (geplet), soja en wat brok voorgeschoteld.

  • De Arkema’s werken voor het gemak met twee diergroepen. De dieren met kalf zijn gescheiden van de dieren die nog moeten afkalven. De kalfjes blijven zeven maanden bij hun moeder. De kalfjes worden geboren tussen oktober en mei, wanneer de dieren op stal staan. „In de periode dat de dieren buiten lopen, hebben we zo geen omkijken naar het afkalven”, vertelt Margreet Arkema. „Dan is ook net de oogstperiode”, vult Bé aan.

  • „Deze koeien zijn niet geschikt als melkvee. Ze kunnen nog maar net hun eigen kalf grootbrengen”, vertelt Bé Arkema. Vijf jaar geleden zetten de Arkema’s een nieuwe stal neer voor het vleesvee. Dat maakte het werken met stieren een stuk veiliger. „We werken nu zo veel mogelijk met hekwerk en komen eigenlijk niet meer bij de stieren”, zegt Arkema.

  • Deze kruiwagens zijn gevuld met gerstpulp en biks. De Arkema’s kopen biologisch krachtvoer aan. In de toekomst wil Arkema ook biologische producten als erwten en bonen aankopen, om daar zelf voer van te maken.

  • Hier is Bé Arkema bezig met het pletten van wintergerst.

  • De varkens en koeien worden geslacht in het nabijgelegen Zuidbroek. De uitgebeende dieren komen terug op het bedrijf van de Arkema’s en worden daar verwerkt in de eigen slagerij. Het vlees wordt verkocht via drie kanalen: in de eigen boerderijwinkel, op de markt in Emmen en via een groothandel. Op de foto is de boerderijwinkel zichtbaar. „Mensen weten hun weg hiernaartoe goed te vinden. Het verhaal spreekt hen aan. Ze weten waar het vlees vandaan komt”, aldus Arkema.

  • Siewert Arkema (links) volgde een opleiding aan de slagersvakschool in Zwolle. De fijne kneepjes van het vak leerde hij van slager Hoeksema (rechts), die meehelpt op het bedrijf. Siewert weet het vlees – dat dus afkomstig is van het eigen bedrijf – minutieus te ontleden. Op de foto wordt een varken ontleed. Op de voorgrond zijn de hammen zichtbaar. Die worden gepekeld, opgebonden en gekookt. De hammen worden later in plakjes gesneden en als achterham verkocht.

  • De Arkema’s krijgen veel hulp van familieleden. Op maandag is het standaard een drukte van belang in de slagerij. Dan zijn er vaak zes mensen aan het werk. Op de foto is een schoonzus van de Arkema’s bezig gehakt te draaien.

  • Margreet Arkema weegt het vlees en verpakt het vervolgens vacuüm in porties van een halve pond tot een pond. In 2011 werden 50 runderen en 131 varkens in de slagerij verwerkt. Al het vlees wordt afgezet. „Ook de dekstier en de zeugen worden uiteindelijk hier verwerkt. Van de slachtzeugen maken we droge worst. Alleen met de beer kunnen we niets”, zegt Bé Arkema.

  • Deze vriezer ligt vol met rundvlees. „Alle soorten vlees zijn hier verkrijgbaar”, vertelt Arkema. „We hebben alleen geen grote T-bone rundersteaks.” De stieren worden na twee jaar geslacht. Het geslacht gewicht is dan zo’n 550 kilo. Bij de koeien licht het geslachte gewicht tussen de 400 en 450 kilo. Bij de varkens is dat 85 tot 90 kilo.

  • Naast het werk in de slagerij doet Siewert ook de administratie en houdt hij zich bezig met de akkerbouwtak. Samen met vader Bé doet hij de dierverzorging. Margreet staat op werkdagen in de boerderijwinkel, snijdt het vlees en maakt de bestellingen klaar. Vader Bé staat iedere donderdag op de markt in Emmen. Wanneer de kippenstal er staat, is het niet ondenkbaar dat de Arkema’s vreemde arbeid inhuren. Meer weten over dit bedrijf? Kijk dan hier.

Laatste reacties

  • John*

    ik denk dat bedrijf aan 8 zeugen meer verdient dan een bedrijf met 1000 zeugen. mooie opzet en veel succes in de toekomst

  • manta

    mooi bedrijf en veel succes!!! ik wou dat er bij ons in de buurt zo'n bedrijf zat!!dan kon ik ook eens goed vlees kopen.

  • Tonnis

    Hallo John, reken mij dat dan eens uit.

Of registreer je om te kunnen reageren.