Varkenshouderij

Foto & video 1191 x bekeken

Veel aandacht voor hoge daggroei

Fokbedrijf Dalfsen produceert Topigs 50-zeugen. Daggroei is een belangrijk fokdoel. Dat stelt hoge eisen aan de bedrijfsvoering.

Foto

  • Fokbedrijf Dalfsen produceert jaarlijks een kleine 2.500 Topigs 50-zeugen. De Topigs 50-zeug is een nakomeling van een Fins Landvarken x een T-lijn-varken. Gebruikers waarderen de zeug om haar goede moedereigenschappen en lange levensduur.




    Foto's": Jan Willem Schouten, tekst: Kees van Dooren

  • Het bedrijf is in handen van zes varkenshouders en twee niet-varkenshouders. Op het bedrijf liggen 320 zuivere T-lijn-zeugen. De T-lijn is een synthetische lijn met aan de basis drie rassen: Hampshire, Saddleback en Schwäbisch-Hällisch varken. Op dit bedrijf ligt de enige T-lijn-populatie in Nederland.

  • Op het bedrijf wordt 30 procent van de zeugen zuiver aangefokt. Dit levert de karakteristieke zwarte varkens op met een witte band over de schouder. Voor de liefhebber een lust voor het oog.

  • Medewerker Stephan Verstraaten weegt de biggen op hun eerste levensdag en nummert de dieren. Groei is een belangrijk fokdoel op het bedrijf. Vanaf de geboorte tot 180 dagen erna moet de levensgroei van een zuivere T-lijn-zeug minimaal 625 gram bedragen en 650 gram voor een beer. Een goede administratie is onmisbaar om alles bij te houden.

  • Het bijvoeren van de biggen in de kraamstal is een belangrijk middel om de gewenste levengroei te halen. Vanaf een week leeftijd krijgen de biggen het licht verteerbare en smakelijke kruim.

  • De T-lijn zeug toont zich een goede moeder. De biggen krijgen alle gelegenheid om te drinken als de zeug zich goed voelt. Op jaarbasis speent Fokbedrijf Dalfsen 25,8 biggen, de uitval in de kraamtijd bedraagt 8,7 procent.

  • Voor vitale zeugen en goede reproductieresultaten is de conditie belangrijk. Als de zeugen de kraamstal ingaan, is de ideale spekdikte 17 millimeter. Een zeug mag eigenlijk niet meer dan 4 millimeter spek verliezen tijdens de zoogperiode. In de kraamstal wordt dus tweemaal gemeten.

  • In de biggenstal wordt gewerkt met grote groepen. Op de voorgrond een hok met jonge Topigs 50-zeugen. In de eerste week na spenen krijgen de biggen naast een luxe babyspeenkorrel van Coöperatie Den Ham nog hetzelfde kruimvoer als in de kraamstal. Doel is de speendip zo klein mogelijk te houden.

  • In de opfokstal krijgen de T-lijn-zeugen en -beren onbeperkt voer. Ze moeten een daggroei halen van boven de 850 gram om in aanmerking te komen voor de prestatietoeslag van Topigs.

  • De Topigs 50-zeugjes krijgen wel beperkt voer. Onder invloed van het Fins Landvarken zijn de opfokzeugen voor de vermeerdering duidelijk bleker dan de zuivere T-lijn-dieren. De nadruk bij deze zeug ligt op de productie van uniforme tomen vleesbiggen en minder op aantallen.

Of registreer je om te kunnen reageren.