Varkenshouderij

Foto & video 1068 x bekeken

Varkensland Brazilië

Varkensvleesproductie in Brazilië heeft veel potentie maar zorg voor weinig profijt.

Foto

  • Om te kijken hoe groot de concurrentiekracht op het gebied van varkensvlees is, maakten leden van de European Pig Producers onlangs een studiereis naar het Zuid-Amerikaanse land. In een week bezochten ze varkensbedrijven, slachterijen en coöperaties. In totaal gingen 26 varkenshouders uit Nederland, België, Duitsland en Denemarken mee. Boerderij sloot zich aan bij dit gezelschap.

    Tekst en foto's: Guus ten Hove

  • De reis begint in São Paulo, in het zuiden van Brazilië. Daar is het gros van alle dieren te vinden, omdat dit deel van het land het minst warm is. Bovendien valt er jaarlijks circa 2 meter water. Dat maakt het houden van dieren en het verbouwen van gewassen aantrekkelijk. Hier het bedrijf van Wienfried Leh.

  • Leh is qua technische resultaten de beste boer van Brazilië. Op zijn bedrijf worden per zeug 32 biggen afgeleverd per jaar. Dat is fors boven het Braziliaanse gemiddelde van 25 afgeleverde biggen. Knap is dat Leh 32 biggen kan grootbrengen in erg eenvoudige stallen. De biggen hebben weinig comfort in de kraamhokken. Vanwege de natuurlijke ventilatie kan de temperatuur ook flink schommelen.

  • De gespeende biggen op het bedrijf van Leh. De dieren blaken van gezondheid. Dat komt mede omdat er geen PRRS rondgaat. Heel Brazilië is vrij van deze ziekte.

  • Ook de vleesvarkens zien er erg goed uit. Dat Leh tot de beste varkenshouders van Brazilië behoort, blijkt ook uit zijn kostprijs van €0,93 per kilo levend-gewicht. Met een huidige opbrengstprijs van €1,35 blijft dus een flinke marge over. Dat is volgens Leh echter ook hard nodig. „In 2008 lag de opbrengstprijs op €0,35 per kilo levend-gewicht. Vanwege de grote schommelingen is een financiële reserve erg belangrijk.”

  • Net als op de meeste andere varkensbedrijven staan de stallen trapsgewijs op een heuvel. Dat maakt het makkelijk om de mest te verzamelen. Dankzij de zwaartekracht loopt de mest naar een lager gelegen vergister.

  • Een bezoekje aan coöperatie Castrolanda. De coöperatieve manier van werken is typerend voor Brazilië. Op die manier is de landbouw in de jaren vijftig van de grond gekomen. Nog steeds zijn bijna alle boeren bij zo’n samenwerkingsverband aangesloten.

  • Castrolanda is een van oorsprong Nederlandse coöperatie die is opgezet door geëmigreerde boeren. Castrolanda is actief in de verwerking van graan en de productie van melk en varkensvlees.

  • In totaal telt de Braziliaanse zeugenstapel 1,7 miljoen dieren. Net als hier liggen de meest varkensbedrijven tussen de glooiende graanvelden. De meeste varkenshouders in Brazilië zijn zelfvoorzienend als het om graan en soja gaat.

  • Ondanks de aanwezigheid van veel grondstoffen kunnen de Brazilianen niet goedkoop voeren. De voerkosten liggen in de bezochte regio’s op hetzelfde niveau als in Nederland. Daaruit blijkt dat de graanprijs op de wereldmarkt wordt bepaald.

  • Elke Braziliaanse varkenshouder heeft een biogasinstallatie. Vanwege het warme klimaat is de productie van biogas een koud kunstje. Een gesloten bedrijf met 350 zeugen produceert al snel 50 kuub gas per uur. Daarmee kunnen de stallen verwarmd worden als dat nodig is. Ook wordt er elektriciteit gemaakt van het biogas.

  • Hier het bedrijf van Jan Haasjes in Castrolanda. Haasjes heeft 840 zeugen, 750 hectare akkerbouw en een jaarproductie van 10 ton paddenstoelen. Ook produceert Haasjes 400 ton compost per jaar.

  • Op zijn 20ste kwam Haasjes alleen naar Brazilië. In zijn toenmalige woonplaats Vollenhove (Ov.) was geen ruimte om het bedrijf te ontwikkelen. „Ik had de keuze om in dienst te gaan of ergens heen te gaan en nooit meer terug te komen”, vertelt Haasjes. Na het lezen van een verhaal van een andere Nederlander in Brazilië besloot Haasjes te gaan kijken. Dat heeft goed uitgepakt. Van alles wat de ondernemer heeft opgebouwd is slechts 10 procent van de bank. Dat betekent dat de boer meervoudig miljonair is.

  • Om succesvol varkens te kunnen houden in Brazilië is het volgens Haasjes belangrijk om deze tak te combineren met wat anders. Varkens alleen vindt hij te riskant. Daarom heeft Haasjes ook een flinke akkerbouwtak.

  • Eén van de deelnemers bekijkt hoe Haasjes zijn kadavers verwerkt. Een Rendac is er niet, een molen om de kadavers te vermalen wel. Daarna volgt een compostput waar het vlees met stro wordt vermengd.

  • Uiteindelijk kan Haasjes tegen een kostprijs van rond de €1 produceren, een paar dubbeltjes goedkoper dan in Nederland. De prijsschommelingen zijn echter groot in Brazilië. Vanwege een aantal slechte jaren zijn er nog weinig ‘vrije’ varkenshouders zoals Haasjes over. Vanwege de slechte verdiensten hebben veel varkenshouders zich aangesloten bij een grote voergeldverstrekker. Ongeveer 70 procent van de totale productie vindt plaats via contracten.

  • Een bezoekje aan de slachterij van coöperatie Frimesa. Deze coöperatie verwerkt dagelijks 500.000 liter melk en 3.700 varkens. Qua hygiëne en kwaliteitssystemen doen Braziliaanse slachterijen niet onder voor West-Europese. Wel is er minder geautomatiseerd.

  • Ondanks de potentie van Brazilië stijgt de varkensvleesproductie niet spectaculair. Dat komt vooral doordat de binnenlandse consumptie gering is. Een gemiddelde Braziliaan eet maar 13 kilo varkensvlees per jaar, tegenover 40 kilo kip en 37 kilo rund. Dat komt omdat varkensvlees een slecht imago heeft. Ook de export van varkensvlees stijgt niet spectaculair. In veel landen wordt het vlees geweigerd, omdat er in Brazilië nog geen waterdicht systeem is ter preventie van dierziekte-uitbraken. Alles overziend is de kans klein dat de varkenshouderij net zo hard gaat groeien als de pluimvee-industrie in Brazilië.

Of registreer je om te kunnen reageren.