Varkenshouderij

Foto & video 1010 x bekeken

Moeiteloos variëren met zeugen in groep

Jan Rademakers heeft sinds 1999 ervaring met groepshuisvesting met voerstations. In 2006 bouwde hij een nieuwe stal voor guste en dragende zeugen.

Foto

  • Jan Rademakers (43) heeft samen met zijn vrouw Petra (41) in het Brabantse Hoogeloon 370 vermeerderingszeugen en 850 vleesvarkens. In 2006 bouwde hij een nieuwe stal voor guste en dragende zeugen op basis van opgedane ervaring met groepshuisvesting met voerstations. De ervaringen heeft hij vertaald naar een aantal eisen voor de nieuwbouw.




    Foto's: Eric van der Burgt / Verbeeld, tekst: Martin ten Hooven

  • In de nieuwe stal koos Rademakers bewust weer voor groepshuisvesting met voerstations. „Dat heeft te maken met de wetgeving. Ik ben bang dat op termijn de voerligboxen verboden worden", aluds Rademakers.

  • De stal bestaat uit twee dynamische groepen van elk ongeveer 125 dragende zeugen, 45 voerligboxen en twee groepshokken voor opfokzeugen. Enkele technische resultaten van de zeugenhouderij van 2009: de bedrijfsworpindex is 2,37, het aantal levend geboren biggen per worp 13,9, afbigpercentage van eerste inseminaties is 91 en 28,4 gespeende biggen per zeug per jaar. De vleesvarkens realiseerden een voederconversie van 2,58 bij een groei per dag van 841 gram.

  • In de ruimte voor de dragende zeugen zijn vier drinkbakken. Drie is volgens Rademakers voldoende. Twee drinkbakken staan zo ver mogelijk van het voerstation. De zeug moet in de lengterichting langs de muur gaan staan om te drinken. Zo blijft er veel ruimte over voor zeugen om te passeren, zonder onrust.

  • De voerstations (links op de foto) hebben geen voorherkenning van de zeugen. Elke zeug kan steeds het station in. Boven de trog zit een klep, die gesloten blijft als de zeug haar portie voer opheeft. Dit zorgt voor een vlotte doorloop door het station en de dominante zeugen blijven ook de ingang niet blokkeren. In de uitloop van het voerstation is een bocht gemaakt om de snelheid uit de zeugen te halen. Het selectiestation kan zo altijd zeugen uitselecteren voor bijvoorbeeld entingen of verplaatsen naar de kraamstal.

  • De zijwandhoogte is 2,70 meter. Op een hoogte van 1,40 meter zitten de ventielen voor de luchtinlaat. De ventielen zitten alleen aan de westkant van de stal. De stal heeft een inhoud van ongeveer 150 kuub per zeug, waardoor een rustige luchtbeweging ontstaat. De dichte wand van de ligruimtes is 1,20 meter hoog. De verse lucht trekt rustig de ligruimte in. Er is een fris klimaat.

  • In het midden van de stal zijn 45 voerligboxen en twee groepshokken. De gedekte zeugen en opfokzeugen gaan twee dagen na de dekking in de groep. Er is een groep oudere zeugen en een groep jonge zeugen. Zeugen die uit het voerstation komen, moeten rondlopen om weer bij het voerstation te komen, een wandeling van 45 meter. Met groepshuisvesting met voerstations is Rademakers flexibeler om de dragende zeugen te huisvesten. Niet elke week is het aantal dekkingen gelijk en met deze huisvesting is moeiteloos te variëren in het aantal zeugen in de groep.

  • De overgang tussen de dichte vloer van de ligruimte en de betonroosters is geheel vlak en sluit naadloos op elkaar aan. De vloer is op een speciale manier gevlinderd, waardoor een soort antislipvloer is ontstaan. Dit voorkomt uitglijden van de zeugen. Ook heeft de zeug wat meer grip bij gevechten en ontstaan er minder beengebreken.

  • De zeugen moeten vanuit het voerstation helemaal naar het eind van de stal lopen naar de drinkbakken. Zo duurt het ook langer voor ze weer bij het voerstation zijn. Dat voorkomt gedrang bij de voerstations. De doorgangbreedte is 3 meter. Vechtende zeugen kunnen daardoor draaien en ook het vechten is sneller weer voorbij. 'Angstige' zeugen durven in de brede doorgang ook eerder 'dominante' zeugen te passeren.

  • Om de opfokzeugen het voerstation aan te leren, sluit Rademakers met een hek de zeugen op in de leefruimte. De opfokzeugen drijft Rademakers dan achter het voerstation. Hij gooit een handje voer in de trog om de opfokzeug te lokken. Na het vreten gaat de opfokzeug naar de ruimte naast het station. Dit gebeurt zeven dagen. Daarna gaat de opfokzeug in de groep. Voor de dekking wordt ze gesepareerd en ze gaat twee dagen na de dekking weer dezelfde groep in.

  • De bevestiging van de schotjes in de ligruimte is precies op de scheiding van dichte vloer en de spleten van de roosters. De metalen staanders zijn met keilbouten in de vloer verankerd. Bevestiging met pluggen en bouten is te slap. Door de precieze plaatsing komt er zo weinig mogelijk mest op het dichte gedeelte te liggen. Het lijkt een klein detail, maar uit de opgedane ervaringen blijkt dat de stal zo schoner blijft.

  • In de ligruimte voor de zeugen zijn schotjes gemaakt. Tot een hoogte van 50 centimeter zijn deze dicht met Trespa, daarboven zit buiswerk. De ligruimte voor de zeugen is 2 meter diep en 50 centimeter breed per zeug. In elke ruimte is plaats voor vijf zeugen. De dichte vloer heeft een afschot van 2,5 procent. In de dichte vloer zit een rondpompsysteem en indien nodig kan er verwarmd worden, bij zeer vochtig weer. Het houdt de ligruimte droog, wat minder werk kost en minder kans op uitglijden geeft.

Of registreer je om te kunnen reageren.