Varkenshouderij

Foto & video 1504 x bekeken

Blije zeugen in het stro

Varkenshouder Hans Blankestijn houdt in Barneveld (Gld.) 300 zeugen. Bij de drachtige zeugen heeft hij gekozen voor voerligboxen met uitloop in stro.

Foto

  • Hans Blankestijn (48) bouwde vorig jaar nieuw voor 300 zeugen. De drachtige zeugen houdt hij in groepen met voerligboxen met uitloop in stro. Dit systeem vindt hij mooi en werkbaar. Met een shovel wordt de stal uitgemest.




    Foto’s: Koos Groenewold en tekst: Kees van Dooren

  • In de stal zitten alle diercategorieën onder een kap. Technische resultaten van de 300 Topigs 20-zeugen heeft Blankestijn niet. Hij is in mei dit jaar gestart met Pigmanager. Eindbeer is de Toppie Piétrain. In een tweede stal is plaats voor 450 vleesvarkens. De meeste biggen zijn dus voor de verkoop.

  • Met een shovel plaatst Blankestijn grote pakken stro in de voorraadcontainer. De container hangt aan een rail in de nok van de stal en is daardoor te verplaatsen over de verschillende groepen zeugen. Dagelijks krijgen de zeugen vers stro.

  • De zeugen zijn heel schoon. Om de kans op onenigheid tussen zeugen te verkleinen, doet Blankestijn de zeugen ’s avonds van de dekstal naar de potstal, waar ze in groepen lopen. Dan is het, uitgezonderd in de zomer, donker.

  • De drachtige zeugen individueel voeren kan niet in de potstal. Blankestijn probeert voor zover mogelijk het gewicht van de zeugen in het kraamhok en de dekstal op een lijn te krijgen. De zeugen moeten de voerbox uit om te drinken.

  • Met de hand gooit Blankestijn dagelijks vers stro in de hokken. De zeugen zorgen voor de verdeling daarvan. Op jaarbasis is ongeveer 70 ton stro nodig. De stromest blijft op de 24 hectare grond (voor een deel pacht) die bij het bedrijf hoort. Een deel van de stromest gaat naar volkstuinders. Tot 250 kilo fosfaat op jaarbasis. Meer is wettelijk niet toegestaan.

  • Blankestijn werkt met kraamopfokhokken. De zoogperiode is 28 dagen lang. Vanaf dag vijf wordt gestart met het bijvoeren van de biggen. Bij spenen zijn de biggen heel wat mans en weten goed raad met vast voer. Doorgaans ligt het aantal gespeende biggen per afdeling van 12 zeugen boven de 144. Topper was onlangs een afdeling met 167 gespeende biggen.

  • De zoogperiode is relatief lang zodat de biggen goed raad weten met vast voer. Omdat na spenen de biggen in de afdeling blijven en overweg kunnen met vast voer, is van een speendip amper sprake. In de nieuwe stal heeft Blankestijn nog geen koppelbehandeling met antibiotica uitgevoerd bij de biggen.

  • Er is een restafdeling. In de eerste week zijn de biggen van de Piétrain-eindbeer wat kwetsbaarder. Als ze eenmaal op gang zijn, geeft de Piétrain-eindbeer mooie volle biggen, is de ervaring van de varkenshouder.

Of registreer je om te kunnen reageren.