Varkenshouderij

Foto & video 470 x bekeken

Alle diercategorieën in verschillende stallen

In het Italiaanse San Vito al Tagliamento heeft een groep van tien boeren een top- en subfokbedrijf voor de productie van Suffolk opfokzeugen en beren.

Foto

  • Silvano Bolzonello (45) is bedrijfsleider van de Società Agricola Santa Fosca di Gemin Armido. Een groep van tien boeren heeft in San Vito al Tagliamento een top- en subfokbedrijf met 1.550 zeugen. Ongeveer 1.200 zeugen van het ras Large White en Italiaans Landras worden gebruikt voor de productie van de Suffolk-opfokzeugen. De overige zeugen zijn bestemd voor de basisfokkerij van raszuivere Large White en Landras-dieren. Het uitgangsmateriaal is geleverd door Rattlerow Seghers.

    Foto’s: Henk Riswick, tekst: Martin ten Hooven

  • Het bedrijfsterrein is 3 hectare groot en heeft 24 verschillende stallen. Het totale bebouwde oppervlak is 15.000 vierkante meter. Per jaar worden ongeveer 6.000 opfokzeugen en 100 beren gefokt. De rest van de biggen wordt afgemest in stallen met ongeveer 6.000 plaatsen.

  • De stallen zijn smal. De loopgang bij een van de kraamstallen is overdekt. De medewerkers komen direct van buiten in de afdelingen. Onder het afdek zit de luchtinlaat van de afdeling.

  • De kraamhokken zijn uitgevoerd met metalen geplastificeerde roosters. Het biggennest is voor de kop van de zeug en wordt met een lamp verwarmd. De zeugen worden handmatig gevoerd. Er werken in totaal tien medewerkers in de stallen.

  • De verse lucht komt rechtstreeks via openingen in de zijgevel in de afdelingen. De ruimte wordt verwarmd met heaters. Bij pasgeboren biggen is de ruimtetemperatuur 23 graden. De zoogperiode is gemiddeld 25 dagen.

  • In een andere kraamstal staat het kraamhok op pootjes. Ook hier is het biggennest voor de kop van de zeug geplaatst. De zeug staat in rechte opstelling in het hok.

  • Naast de trog is een drinkbakje geplaatst. Hieruit drinken de zeug en de biggen. ‘Zien drinken doet drinken’ is de achterliggende gedachte om één drinkbakje te gebruiken.

  • De zeugen werpen gemiddeld 11,64 biggen levend en 0,7 doodgeboren. De uitval in de zoogperiode bedraagt 8,9 procent. De worpindex is 2,37 en de zeugen produceren gemiddeld 25,05 gespeende biggen per jaar.

  • Alle biggen krijgen bij het spenen een tatoeëernummer op de ham. Dit is verplicht om de hammen te kunnen herkennen voor de productie van het streekproduct, de San Daniele-ham. Op deze big de letters PN, wat staat voor de regio Pordenone waar het big geboren is. Vervolgens de letter van de maand van geboorte en het bedrijfsnummer.

  • Het tatoeëren gebeurt met een soort van pistool. Dit slaat de letters en cijfers in de huid, waarna vervolgens inkt op de plaats van de tatoeage wordt gesmeerd.

  • Het tatoeëren gebeurt bij het spenen. Deze biggen zien zwart van de inkt. Ze liggen op volledig kunststofroosters. Ze blijven hierin vanaf dag 25 na de geboorte tot dag 70.

  • Vervolgens gaan de biggen naar groepshokken met uitloop naar buiten. Buiten is een overdekte uitloop met roosters op deze mestgang. De ligruimte in de stal is een dichte betonvloer. De biggen gaan op een gewicht van ongeveer 38 kilo naar de mesterij.

  • In ‘koude’ periodes, als de temperatuur onder de 5 graden komt, wordt de uitloop afgeschermd met windbreekgaas. Onder het zwarte gaas zijn rechthoekige bakken zichtbaar, waardoor er lucht op de mestgang komt.

  • De opfokzeugen voor de eigen aanfok liggen in groepshokken van ongeveer vijf dieren per hok. Achter de afscheiding van de voergang is eerst 60 centimeter draadrooster. De rest van het hok is dichte vloer.

  • De dragende zeugen liggen in groepshuisvesting van zes zeugen per hok. Het voeren gebeurt met voerdosators. Het voer valt gewoon op de dichte vloer van het hok.

  • Buiten het bedrijf is duidelijk te zien dat het om een fokbedrijf gaat voor de productie van hybridezeugen, genaamd Scrofetta (zeug) Suffolk Perla.

Of registreer je om te kunnen reageren.