Varkenshouderij

Foto & video 705 x bekeken

Grote voormalige coöperatie-boerderij

Gottfried Böhm verruilde in 1999 zijn bedrijf in het Duitse Frankenland (deelstaat Beieren) voor een voormalige Landwirtschaftliche Produktions Genossenschaft (LPG, coöperatief productiebedrijf).

Foto

  • Gottfried Böhm (57) heeft in Beuna (Saksen-Anhalt) een bedrijf met 700 zeugen en 6.000 vleesvarkens. Hij bewerkt 900 hectare akkerbouw, waarvan 200 hectare mais voor de biogasinstallatie. Op de resterende 700 hectare teelt hij granen. Die gebruikt Böhm als grondstof voor het varkensvoer. Er is 240 hectare grond in eigendom. De pachtprijs voor prima grond is €250 per hectare.

    Foto's: Henk Riswick, tekst: Martin ten Hooven

  • Enkele technische resultaten van het bedrijf: aantal gespeende biggen per zeug per jaar 27,2 stuks; de vleesvarkens scoren een groei per dag van 810 gram, bij 56,2 procent mager vlees; streefdoel is 30 gespeende biggen per zeug per jaar.

  • Er wordt gewerkt met een vierweeks managementsysteem. De dekstal heeft 154 plaatsen in voerligboxen. De zeugen blijven 45 dagen in de dekstal en gaan daarna naar de wachtstal.

  • De verse lucht komt via ventielen rechtstreeks in de afdeling. Na de aankoop is er een geïsoleerd plafond in de stal aangebracht.

  • Een deel van de dragende zeugen liggen in groepshuisvesting met voerstations. De groepsgrootte is 85 zeugen met twee voerstations per groep. De voerstations zijn van het Oostenrijkse merk Schauer.

  • Een week voor het werpen gaan de zeugen naar de kraamstal. De zeugen worden buiten de stal met de hogedrukspuit gewassen en ontsmet.

  • Er zijn 150 kraamhokken op het bedrijf. De kraamhokken zijn verdeeld over vier stallen, die met elkaar verbonden zijn. In de zeugentak op dit bedrijf zijn vijf personen werkzaam. De arbeidskosten per persoon zijn laag, maar de productiviteit per arbeidskracht is ook niet hoog.

  • De kraamhokken zijn voorzien van volledig roostervloer van volkern-kunststof. De box voor de zeug staat iets schuin opgesteld. Er is een verwarmd biggennest. De warmte voor de stallen komt uit de biogasinstallatie en kost dus bijna niets.

  • De gespeende biggen liggen in afdelingen voor 600 biggen. De groepsgrootte is 50 biggen per hok. De kleinste biggen komen apart in één hok en krijgen verwarmde brij bijgevoerd. De uitval na het spenen is 1,6 procent.

  • Een stal waarvan de inrichting nog uit de DDR-tijd stamt. Er is wel een geïsoleerd plafond aangebracht. De oude stallen waren niet geïsoleerd. De verwarmingskosten waren in de beginjaren na de overname €50.000 per jaar. De inrichting is verder intact gebleven met de voerligboxen.

  • Er zijn zes stallen met elk plaats voor 1.000 vleesvarkens. Er wordt met all in-all out per stal gewerkt. De varkens liggen op een volledig roostervloer. De kleur en conditie van de varkens is prima. De luchtinlaat gebeurt rechtstreeks via ventielen. De verwarming gebeurt met deltabuizen.

  • De mest van de vleesvarkensstallen loopt in een bassin tussen de stallen. Van hieruit wordt de mest in de biogasinstallatie gepompt. De biogasinstallatie heeft een capaciteit van 1,5 megawatt.

  • Böhm heeft aan de 900 hectare akkerbouw voldoende land om al zijn mest op af te zetten. De mestafzetkosten bestaan dus alleen uit de kosten voor het uitrijden. Dit wordt door het eigen personeel gedaan.

  • Böhm heeft op alle op het zuiden gerichte staldaken zonnepanelen aangebracht. Het bedrijf wekt zo met de panelen en de biogasinstallatie een flinke hoeveelheid stroom op. De Duitse overheid geeft een flinke subsidie op alternatieve energiebronnen.

Of registreer je om te kunnen reageren.