Varkenshouderij

Foto & video 681 x bekeken 1 reactie

Geen échte fouten in de bedrijfsopzet

In 2006 kocht Coen Verhaegh een voormalige Landwirtschaftliche Produktionsgesellschaft (LPG) in het voormalige Oost-Duitsland. Het bedrijf is nu een jaar volop in productie.

Foto

  • Coen Verhaegh (58) in Panningen (L.) heeft in Kessel (L.) een bedrijf met 4.000 vleesvarkens. In de Duitse deelstaat Nedersaksen heeft hij in Neuhaus-Rosien een bedrijf met 1.850 zeugen. Ongeveer 1.000 zeugen voor de top- en subfokkerij en ongeveer 850 voor de productie van mestbiggen.

    Foto's: Henk Riswick, tekst: Martin ten Hooven

  • Het bedrijf in Neuhaus is in 2006 aangekocht. Eind 2006 is begonnen met de interne sloop. Dit leverde 25.000 ton gebroken puin en beton op. Eind 2007 startte de verbouw en een deel nieuwbouw. Vanaf juni 2008 is het bedrijf in ongeveer vier maanden volgereden met ongeveer 1.900 dekrijpe opfokzeugen.

  • Buiten de stallen staat een container om het voer voor de gespeende biggen te fermenteren. Aan met fermentatiebacteriën geënte aardappelstoomschillen wordt tarwe, gerst en soja toegevoegd.

  • De gespeende biggen krijgen brijvoer. Door het fermenteren is de UV-behandeling in de mengtank uitgeschakeld en blijft het voer ook in de leidingen staan.

  • Alle andere diercategorieën krijgen droogvoer. Er lopen tien voercircuits door de stallen voor de verschillende afdelingen.

  • De muren zijn allemaal geschilderd. Het onderste deel van de muren is met een coating behandeld. Het oogt allemaal heel fris en keurig afgewerkt.

  • Er zijn vier kraamafdelingen met elk 100 kraamhokken. Daarnaast zijn er twee afdelingen met acht kraamhokken voor pleegzeugen.

  • Het kraamhok heeft een verwarmde plaat voor de biggen. De zeug ligt op een gietijzeren rooster. De dieren hebben een hoge gezondheidsstatus en zijn vrij van PRRS, App en Mycoplasma. De biggen in de kraamstal ogen kerngezond.

  • Er zijn drie soorten zeugen op het bedrijf. Basiszeugen van de fokkerijorganisatie BHZP voor de eigen aanfok, de Classic en de Naïma. Ongeveer 500 zeugen zijn voor de top- en subfok. De rest zijn vermeerderingszeugen. Deze combineert Verhaegh met een stressnegatieve Duitse Piétrain (db 77).

  • Omdat de zeugen heel veel melk produceren, nemen de biggen erg weinig prestarter op. Voor de ruim 400 kraamhokken is het verbruik aan prestarter ongeveer 25 kilo per week.

  • In alle afdelingen komt de verse lucht onder de stal door naar binnen. Via betonroosters onder de voergang komt de lucht in de afdelingen. In de kraamstal komt de lucht via een rooster onder de trog bij de kop van de zeug.

  • Er zijn ongeveer 6.500 plaatsen voor gespeende biggen. Het hok bestaat deels uit kunststof rooster en achterin betonrooster. Het betonrooster zorgt voor gelijkmatig slijten van de klauwtjes.

  • De biggen krijgen na het spenen duidelijk last van de speendip, omdat ze nog nauwelijks gewend zijn om brijvoer op te nemen. Kleur en conditie zijn duidelijk minder. Na een week zijn ze van de dip hersteld.

  • Er zijn alleen plaatsen voor opfokzeugen voor de eigen aanfok. De opfokzeugen voor de verkoop gaan op ongeveer 28 kilo van het bedrijf af.

  • De dekafdeling heeft 148 voerligboxen en vier groepshokken. De afdeling is traditioneel ingericht. Er zijn vier zoekberen. De zeugen en gedekte gelten blijven een week in afdeling.

  • Om de opfokzeugen gelijktijdig met de zeugen berig te krijgen, worden ze met het bronstregulerende middel Regumate behandeld.

  • Het sperma voor de basisfokkerij, de subfokkerij en voor de vermeerdering hebben een verschillende kleur. De kans op fouten wordt zo verkleind.

  • Na de dekstal komen de zeugen in een zogenoemde Wartestall met voerligboxen zonder uitloop. Hierin blijven ze tot en met vier weken na de dekking. Dit is in Duitsland toegestaan. De afdeling heeft 490 plaatsen

  • Na vier weken komen de zeugen in groepshuisvesting. De hokken zijn uitgevoerd in halfrooster. Er zitten ongeveer acht zeugen in een hok. Er zijn twee afdelingen met respectievelijk 400 en 800 plaatsen.

  • De zeugen krijgen het voer op de vloer uit vier dosatoren. Elke rij hokken vormt een weekgroep. De zeugen zijn erg schoon. Dat komt omdat de verse lucht uit de voergang komt en over de hokafscheiding naar de dichte vloer trekt. Zeugen liggen graag in frisse lucht volgens Verhaegh.

  • Verhaegh heeft ook een vergistingsinstallatie op het bedrijf. Hierin gaat mest en energiemais. De linker silo is voor de opslag van mest uit de vergister. De mest wordt opgehaald door akkerbouwers.

  • Elke dag gaat er tussen de 20 en 25 ton mais in de vergister. Met een verreiker wordt de mais in een voorraadbak gestort. De rest van het hele proces is volledig geautomatiseerd.

  • De mest gaat rechtstreeks uit de stal naar de vergister. Hoe verser de mest is hoe groter het rendement. Dagelijks brengen pompen de mest naar de unit waar mest en mais gemengd worden.

  • In de tank op de achtergrond komen mest en mais bij elkaar in de gewenste verhoudingen. Vanuit deze tank gaat de mix naar de vergister.

  • De generator heeft een capaciteit van 500 kW. De apparatuur draait een rendement van 98 procent. Alle stroom gaat naar het net. Verhaegh ontvangt een vaste prijs voor de stroom en daarnaast nog een bonus voor het gebruik van mest en mais.

  • Op het erf ligt een maisbult van 300 hectare. De afmetingen zijn enorm. Een tweede unit is al gepland. Groene stroom is een goede inkomstenbron in Duitsland.



    Bekijk ook de reportage van de verbouw

Eén reactie

  • no-profile-image

    John Vonk

    Mooie reportage Coen. Vooral ook de combinatie met het opwekken van stroom is geweldig.

    Met vriendelijke groet,
    John Vonk
    D.C. De Overlaet

Of registreer je om te kunnen reageren.