Varkenshouderij

Foto & video 747 x bekeken

Korte looplijnen in zeugenstal

Jan (38) en Mariette (36) Verberne in Vlierden (N. Br.) breiden hun zeugenbedrijf uit naar 420 productieve zeugen. Er is veel aandacht besteed aan hygiëne en korte looplijnen.

Foto

  • Jan (38) en Mariette (36) Verberne. Naast dit zeugenbedrijf hebben ze op 2 km afstand nog een vermeerderingsbedrijf met 125 zeugen en 600 vleesvarkens.
    Foto's en tekst: Marc Dijkerman.

  • In de dragende afdeling liggen 31 guste zeugen en twee dekberen. De zeugen hebben een rij tl-balken boven hun kop hangen voor extra licht. De boxen zijn voorzien van een inseminatiepoortje.

  • De zeugen krijgen droogvoer via volumedoseerders. Voor de zeugen loopt een gang waar de zoekbeer kan lopen om extra stareflex op te wekken.

  • De zeugen krijgen het voer in een lange trog. Het water wordt in één keer verstrekt om het achterblijvende voer te verdelen. Ook hebben de zeugen elk een nippel om op andere tijdstippen te drinken.

  • In de afdeling dragende zeugen kunnen 310 zeugen worden gehuisvest, in groepen van 20. Er is iets overcapaciteit ten opzichte van de kraamafdeling. De 6 afdelingen hebben elk 18 hokken. Er is naast tl-licht ook gekozen voor veel ramen om het werkplezier te verhogen.

  • Doordat een 95% chemische luchtwasser zorgt voor voldoende afvangen van ammoniak, is er gekozen voor een centraal afzuigkanaal. De stal is hierdoor 40 meter breed geworden en in de nok 9,70 meter in de nok. Dat geeft zoveel volume dat de lucht heel rustig kan bewegen in de stal.

  • De poortjes van de voerligboxen kunnen allemaal in één keer worden afgesloten, bijvoorbeeld bij voeren of bij het verplaatsen van zeugen. De poortjes kunnen individueel open om zeugen te verplaatsen.

  • De zeugen krijgen frisse lucht bij de neus. De inkomende lucht wordt verder geleid om ook de kraamafdeling van frisse lucht te kunnen voorzien. Ze hebben elk een aparte trog om controle van de voeropname te vergemakkelijken.

  • De kraamhokken zijn eenvoudig ingericht met trespa schotjes van zo’n 40 centimeter hoogte. De biggen worden bijverwarmd door een met warm water verwarmd biggennest en een biggenlamp. Elk hok heeft zijn eigen biggenlamp om gesleep te voorkomen.

  • De onderste meter van de stal is van prefab betonelementen. Ondanks dat leveranciers Verberne verzekerden dat kunststof sterk genoeg is, wilde hij de kraamboxen toch liever aan het beton monteren. De boxen zijn aan een kant gemonteerd om makkelijk achter de zeug te kunnen komen en de mest gemakkelijk te kunnen verwijderen. Bewust heeft de maatschap gekozen om geen mestopening te maken achter de zeug.

  • Voor de kop van de zeug kunnen de biggen lopen. Ze hebben zo voldoende vluchtwegen. De biggen krijgen bijgevoerd met een voerpan op de roosters. Drinkwater komt uit een nippel naast de voertrog van de zeug. Dat om zoveel mogelijk stilstaand water te voorkomen.

  • De lucht komt via de voergang bij de kop van de zeug. In alle afdelingen verdwijnt de lucht via smoormeet-units in de plafonds naar de luchtwasser.

  • Foto 13: Om ‘sluipverkeer’ te voorkomen is een grendel op de deur van de kraamafdeling naar de dragende zeugenafdeling gezet. Dit dwingt de ondernemer om altijd van jonge naar oude diergroepen te lopen en niet andersom. De zeugen lopen een andere route dan de biggen om geen versleping te krijgen.

  • Een aparte opfokafdeling met 40 plaatsen is naast de dekafdeling gebouwd. Zodra de opfokgelten dekrijp zijn, hoeven ze niet het hele bedrijf door om in de dekafdeling te komen. De hokken hebben een halfrooster met betonroosters, rvs troggen met voldoende vreetplaatsen voor de gelten, waardoor controle makkelijk is.

  • Achter in de stal is een ruimte die gebruikt wordt als opslag. Maar als een dierziekte uitbreekt, kan de maatschap op de 320 vierkante meter nog zo’n 1.000 biggen extra kwijt. Bij eventuele uitbreiding kan de ruimte ook worden omgebouwd voor dragende zeugen en kraamzeugen.

  • Elke twee kraamafdelingen delen een roestvrijstalen wasbak met een zeepdispenser en papieren rol. Dat is bewust gedaan om zichzelf te dwingen vaak de handen te wassen om ziekteoverdracht te voorkomen.

  • In de centrale gang zijn schrobputjes geplaatst om het water makkelijk af te kunnen voeren. Onder de hele stal is een 1,5 meter diepe put gebouwd, die voldoende opslag heeft om de mest een half jaar op te slaan.

  • Elke afdeling heeft een rode lamp aan de buitenkant. In één oogopslag is te zien of overal het licht uit of aan is.

  • Overal in de stal zijn aansluitpunten gemaakt voor de hogedrukspuit. Dat voorkomt veel gezeul met een zware hogedrukreiniger.

  • De luchtinlaat is aan de oostkant gemaakt om windinvloeden te beperken en om gebruik te maken van de schaduwkant. Verberne verwacht geen problemen met de temperatuur te krijgen in de zomer door het grote volume in de hele stal.

Marc Dijkerman

Of registreer je om te kunnen reageren.