Varkenshouderij

Foto & video 1163 x bekeken

Onbeperkt wei als drinkwater

Kaas maken van de melk van 120 melkkoeien levert elke dag 2.500 liter wei op. De varkens van gebroeders De Vos drinken deze wei in plaats van water.

Foto

  • Hans de Vos (50) heeft samen met zijn twee broers Theo (49) en Piet (59) een gemengd bedrijf met koeien en varkens in Lopik (U.). Hans is verantwoordelijk voor de 75 zeugen met biggen, de 600 vleesvarkens en voor de voederwinning van de koeien. Alle melk gaat naar de eigen kaasmakerij, de overgebleven wei gaat naar de varkens.

    Foto's Hans Prinsen, tekst: Judith Waninge

  • Het kaasmaken gebeurt ’s ochtends. De melk van de avondmelking zit in een van de melktanks van 3.600 liter, via de voorkoeler komt de melk met 20 graden in de tank en wordt daarna verder gekoeld tot 7 graden. In deze tank komt ook de warme melk van de ochtendmelking, deze melk gaat na het melken meteen zonder koeling naar de kaasmakerij.

  • Bij het maken van de kaas komt elke dag zo’n 2.500 liter wei vrij. Het houden van varkens heeft als voordeel dat de wei een meerwaarde krijgt en geen afvoerkosten met zich meebrengt. De Vos pompt de wei via een slang naar een opslagtank, waar de wei gezeefd in komt.

  • De leidingen lopen iets af zodat er geen stilstaande wei in blijft staan. Alle leidingen zijn van kunststof of van roestvrijstaal, andere materialen worden aangetast door de zure wei.

  • Vanuit de opslagtank wordt de wei naar een opslagtank op hoogte gepompt. Daarna loopt de wei onder lage druk naar de verschillende stallen. De vleesvarkenstal en de biggenstal hebben een eigen buffervat. Hiervoor wisselt De Vos handmatig de slangen.

  • De opslagtank in de stal bevat zure wei. Er blijft altijd iets over aan het eind van de dag en deze zure wei zorgt dat de nieuw toegevoegde wei ook aanzuurt. Indien nodig kan de wei ook aangezuurd worden met karnemelk, maar dit is de laatste jaren niet meer voorgekomen.

  • De Vos speent de biggen op vier weken. De gespeende biggen komen dan in een groep van 120 dieren. Na de bouw van de zeugen- en biggenstal in 2000 is De Vos gaan werken met een driewekensysteem. Hierdoor kan hij de biggenafdeling in een keer vol leggen. Hij vindt het een voordeel dat de dieren bij het verplaatsen naar de meststal niet meer aan elkaar hoeven te wennen.

  • De biggen krijgen na het spenen meteen onbeperkt voer en onbeperkt wei. De dieren kunnen om en om in de voerbak vreten en drinken. Ze drinken zo’n 2,5 liter wei op een kilo voer. Tot 50 kilo blijven de dieren in grote groepen, daarna gaan ze naar de meststal.

  • De vleesvarkens, Topigs 20 × Piétrain, hebben een levensgroei van 971 gram en een voerconversie van 2,51. Die resultaten zijn volgens De Vos niet alleen aan de wei te danken, maar ook aan het voer, de ventilatie en aan het management. Het voeren van de zure wei geeft volgens De Vos echter wel gezondere dieren. De wei bevat naast water ook voedingsstoffen, maar hoeveel weet hij niet.

  • De wei in de vleesvarkenstal wordt gevoerd via een speciale nippel met een morsbakje eronder. Af en toe raakt de nippel verstopt, meestal doordat een kruid van de kruidenkaas in de wei komt. Twee keer per dag loopt De Vos door de stallen om de dieren en nippels te controleren.

  • De zeugen krijgen geen wei maar water op de nippel. De leidingen zijn namelijk niet geschikt voor weivoedering. De zeugen hebben gemiddeld 14,1 levendgeboren biggen per worp. Ze brengen per jaar 29 biggen groot met een worpindex van 2,38.

Of registreer je om te kunnen reageren.